‘politiek moet’

Volgend jaar wil hij de Amsterdamse gemeenteraad verlaten, want ‘als je je te lang met politiek bezighoudt, verschraal je’. Niet dat PvdA-voorzitter Eberhard van der Laan na al die jaren zijn vertrouwen in het politiek bedrijf is kwijtgeraakt. Maar: ‘Ik heb politici meegemaakt waar de honden geen brood van lusten.’

RAZEND WORDT HIJ, wanneer burgers politici ‘zakkenvullers’ noemen. Zoals, het kwam hem onlangs ter ore, de baas van het café tegenover zijn kantoor. ‘Dus zeg ik nu, als ik daar wat ga drinken: ik kom jouw zakken vullen.’ Het verdriet hem wanneer burgers het oplossen van maatschappelijke problemen louter aan politici overlaten: ‘Dan wordt de politiek als vuilnisbak gebruikt.’

Hij heeft een ‘missie met een piepklein hoofdlettertje’: dat gewone burgers zich, meer of minder intensief, met politiek gaan bezighouden. ‘Die worden geen beroeps en blijven dus onafhankelijker.’ Opdat problemen beter worden opgelost. Opdat de kloof tussen politiek en burger verkleint.

Mr. Eberhard van der Laan (41) wilde een voorbeeld zijn: ‘Die gek kan het naast zijn werk doen, dus denken andere mensen: dan kan ík het ook’, zegt hij achter zijn bureau op het prestigieuze kantoor van Kennedy Van der Laan - Advocaten.

Sinds oktober 1993 is Van der Laan fractievoorzitter van de PvdA en gemeenteraadslid in Amsterdam. Overdag, bij wijze van spreken, in de toga. ‘s Avonds op pad voor de politiek. Aangedreven door sociaal-democratische idealen: 'Ik vind sociaal-democraat een eretitel. Omdat het staat voor: drinken uit een oude bron van idealen, zoals solidariteit en emancipatie. Idealen die goed waren en nog lang niet hebben afgedaan. Het staat voor offensief en zelfvertrouwen: problemen zijn er om op te lossen.’ Maar: ‘Ik probeer een moderne sociaal-democraat te zijn, in die zin dat de overheid niet de oude pretentie heeft van: je kan het effe regelen. Of probeert door een verbod iets op gang te brengen. Dat vind ik niet efficiënt.’

Hij staat bekend als integer, deskundig en gedreven. Iemand die een frisse wind door de bedompte politieke fabriek weet te blazen. Een man met korte lijntjes naar Ad Melkert en Wim Kok, maar evengoed naar actievoerders van het ‘wilde’ soort. Een man die bruist van energie en die zich in alle milieus als een vis in het water voelt: hij spreekt de taal van de intellectueel, van de politicus, van de advocaat èn van het volk. Ooit verdiende hij zijn geld met kaartspelen in een Brussels café, sjouwde groente en werkte als taxichauffeur.

Van huis uit kreeg hij mee dat je medeverantwoordelijk bent voor je omgeving. Zijn drijfveer: ‘Ik wil graag dat het heel goed gaat, maar dan ook echt voor iedereen.’ Hij zegt een bemoeial en een eigenwijs type te zijn. Daarom bleef hij niet aan de kant staan toen de stadsvernieuwing op gang kwam in de Amsterdamse Kinkerbuurt, waar hij eind jaren zeventig woonde. ‘Met die stadsvernieuwing zag je àlle problemen van de Amsterdamse samenleving. De lage inkomens, waardoor inwoners niet naar nieuwe, dure huizen konden gaan. Verkrotting. Werkloosheid. Armoede.’ Hij liep Jan Schaefer tegen het lijf, ‘die de stadsvernieuwing oprecht en knap aanpakte. Als je dan in zijn handen valt, ben je verkocht.’ Hij lacht verlegen: ‘Ik bedoel: dan is het echt gebeurd met je.’

Dat wil zeggen: tijdelijk gebeurd. Want van begin 1983 tot begin 1990 deed Van der Laan vrijwel niets aan politiek. Hij richtte zich op zijn werk als advocaat en kreeg twee kinderen. ‘In die fase was er geen ruimte voor politiek’, zegt hij. ‘Heel gezond. Maar even gezond dat ik weer aan politiek ging doen, toen die ruimte kwam.’

TERUGBLIKKEND vindt hij dat de Amsterdamse PvdA het de afgelopen jaren redelijk goed heeft gedaan. Met een mentaliteit van: problemen herkennen en aanpakken. ‘Vier jaar geleden, vóór de gemeenteraadsverkiezingen, hebben wij onder ogen gezien dat Amsterdamse kindertjes van de basisschool komen met een gemiddelde achterstand van één jaar op hun landelijke collegaatjes. Dàt wilden wij aanpakken’, zegt Van der Laan. ‘Het kostte veel zweet. Het kostte heel wat overredingskracht om alle scholen bereid te vinden via nulmetingen en Cito-toetsen hun resultaten te meten, en daarop afgerekend te worden. Het is gelukt.’

Verkeert de PvdA niet te veel in een paarse jubelstemming? Neem het gegeven dat veel minima de hoge huren niet kunnen opbrengen.

Van der Laan: ‘Dat is inderdaad een groot probleem. Het volkshuisvestingsbeleid van de landelijke Partij van de Arbeid is de laatste vijftien jaar dan ook een van mijn grootste kritiekpunten. De partij heeft te weinig verzet geboden tegen het marktmechanisme in de volkshuisvesting. Woningbouwcorporaties zijn verzelfstandigd. Op zich niet erg, alleen: het doel was niet een andere organisatie van de volkshuisvesting, maar: hoe komen we van de subsidies af. Die subsidies zijn afgebouwd en we hebben de huren enorm zien stijgen. Tegelijkertijd werden de uitkeringen bevroren. Daarnaast alle eigen bijdragen die zijn ingevoerd. Het resultaat is bekend.’
Daar heeft de PvdA mede een rol in gespeeld.

Van der Laan, met stemverheffing: ‘Natúúrlijk heeft de PvdA daar een rol in gespeeld! Het wàs ook nodig om de overheidsuitgaven beter in de hand te houden! Maar in de volkshuisvesting is veel te grof gesnoeid!’ De PvdA in Amsterdam probeert het ‘drama’ echter te beperken. ‘We leggen zoveel mogelijk eigen geld toe op de sociale woningbouw’, zegt Van der Laan. ‘Bij 2700 van de 5400 woningwetwoningen in IJburg leggen wij eigen gemeentelijk geld bij. Resultaat: woningen waarvan de aanvangshuur niet achthonderdvijftig, maar zeshonderd gulden is. Daarnaast hebben we acht gemeentelijke huurteams ingesteld die ervoor zorgen dat de vaak te hoge particuliere huren worden teruggebracht en dat het achterstallig onderhoud wordt ingelopen.’

Doch de liberalen liggen dwars: ‘De VVD in Amsterdam wil vijftig- of honderdduizend van onze goedkope kernvoorraad van zo'n tweehonderdduizend huizen verkopen.’ Perplex: ‘Verkopen! Wij zeggen: Over ons lijk.’ En verder: ‘Als we voorstellen om dure woningen te bouwen in traditionele volkswijken, is iedereen vóór, want iedereen wil monoculturen voorkomen. Maar als we goedkope woningen in dure wijken willen, zijn de liberalen tégen. Dat heet marktcontrair. En dat is het ook. Maar dat is juist de reden waarom er in Amsterdam geen extreme verschillen bestaan.’

HIJ IS TROTS op de 7500 Melkertbanen die tot nu toe in Amsterdam zijn gerealiseerd. ‘Werk is onze eerste opgave, dat praat niemand mij uit mijn kop, maar ik heb een beetje een blinde vlek voor het milieu.’ En dankzij de stadsdelen in Amsterdam is het stadsbeheer en -onderhoud verbeterd. Of neem de inburgeringscursussen voor nieuwkomers.
Met taalcursussen die, volgens deskundigen, niet deugen. En na die vijfhonderd uur inburgeren, zeggen zij, is de nieuwkomer er nog lang niet.

Van der Laan: ‘We hebben een begin gemaakt. Ik heb een eenvoudige levensles: als er tien problemen zijn, en je wil ze alle tien tegelijk oplossen, dan heb je elf problemen. Dat lukt je namelijk nooit. Je bent pas intelligent bezig wanneer je zegt: wat is het belangrijkste en meest logische om mee te beginnen, zodat ik door kan naar het tweede, derde en vierde probleem? Als je goed hebt nagedacht over de juiste richting, moet je die ook durven uitdragen. Henri Polak zei het: “Niets heeft meer succes dan succes.” Als je resultaat boekt, moet je dat goed presenteren en niet alleen maar zeggen: dit en dat deugt niet - een fout die heel veel sociaal-democraten maken.’

Hij vindt, kortom, dat de sociaal-democraat zijn zure masker moet afleggen. Het masker van de calvinist. ‘Hij moet beseffen dat hij in zekere zin op de markt staat’, zegt Van der Laan. De politicus is ook verkoper. Want om alle opeenvolgende problemen op te lossen, geldt dat de politiek hulp van de burgers nodig heeft, en die moet je werven. ‘Jan Schaefer had dat motto goed in zijn kop. Die begon met stadsvernieuwing letterlijk op de hoek van de straat. Dan zag je van twee kanten dat de stadsvernieuwing op gang kwam.’

DE GVB-AFFAIRE noemt hij een slechte zaak voor het imago van de politiek. ‘Maar ook een zaak met een hoog pechgehalte. De financiële problemen begonnen immers onder de toenmalige verantwoordelijken Van der Vlis, De Grave en Ten Have, die alweer vertrokken zijn. Zij hadden met wiskundige zekerheid moeten aftreden. Guusje ter Horst kreeg met hun erfenis te maken. PvdA, VVD, D66, GroenLinks en CDA vonden het oneerlijk om van haar te vragen om af te treden. Maar de prijs is een enorme klap op het imago van Amsterdamse politici: die houden elkaar zogenaamd het handje boven het hoofd. Daarom had ik het niet gek gevonden als Guusje had gezegd: ik heb geen schuld, maar ik neem de schuld van vroeger op me om de politiek die klap op het imago te besparen.’
Zou je het zèlf hebben gedaan?‘

'Dat is de enige vraag waarop ik geen antwoord geef.’

LANGZAAM maar zeker verschuift het accent naar de kwaliteit van de politiek. Is die hoog genoeg?

Van der Laan: ‘Mag ik eerst iets zeggen over de kwaliteit van de journalistiek? Er zijn heel goede journalisten, maar het merendeel is gefocust op onvrede en incidenten, en is persoonsgericht.’ Hij refereert aan het bekende ‘het glas is halfleeg’ of ‘halfvol’. Journalisten, zegt hij, zijn geneigd het politieke glas halfleeg te noemen, ‘zonder zich af te vragen of het glas eerst voor een kwart leeg of driekwart vol was. Je wordt soms knettergek van hoe slordig je behandeld wordt. Als een artikel qua feiten vijftig procent klopt, dan wrijf ik al in mijn handen. Op die manier hebben journalisten een negatieve invloed op het democratisch proces. Als in de gemeenteraad consensus wordt bereikt over iets, dan roept menig journalist: achterkamertjespolitiek. Is er een stevige discussie, dan schrijven ze: ze zitten weer te kissebissen. Soms denk ik: er moet een draadje bij je loszitten om je zó intensief met politiek bezig te houden, om je daarmee nog half te slopen ook! Journalisten zullen nu wel zeggen: dat is een klagende politicus, flikker op! Maar jij merkt dat ik de afgelopen anderhalf uur helemaal niet zit te klagen. Integendeel, ik vind het een eer om het volk te mogen vertegenwoordigen.’

Waarmee hij ook wil zeggen: ‘Laat de samenleving ietsje zuiniger zijn op mensen die zich op politiek niveau inzetten om diezelfde samenleving te verbeteren. Maak van ons geen kop-van-Jut-kaste waarop je vrij mag schieten vanuit je schuttersputje. Terug naar je vraag. Is de kwaliteit van de politiek hoog genoeg? Nee, die is zeker niet hoog genoeg. De problemen, zoals de armoedeproblematiek, zijn groot en moeten veel beter worden aangepakt. De politiek is niet helder genoeg. Niet straight genoeg. Wekt veel te veel verwachtingen. Doet alsof de politiek àlles maar kan oplossen. Doet beloftes die niet worden waargemaakt. Ik heb politici meegemaakt waar de honden geen brood van lusten. Respect krijgen begint bij respect afdwingen en daaraan valt bij sommige politici nog veel te verbeteren.’

Hij bestrijdt heftig de geluiden dat de veertien PvdA-gemeenteraadsleden te veel in de Stopera, het Amsterdamse Stadhuis, zouden zitten. ‘Integendeel. Ik bijvoorbeeld ben vier avonden per week op pad.’ Zijn team wil wel degelijk naar buiten, signalen oppikken om die te vertalen in politiek beleid. ‘Toch lukt het nog niet goed genoeg’, zegt hij. Dat heeft onder meer te maken met de ‘harde agenda’ van de Gemeenteraad.

Van der Laan: ‘Je moet elke veertien dagen in de gemeenteraad over de vastgestelde punten stemmen. Wat je dan wel eens vergeet, is het minder hard geplande, dat wat buiten het stadhuis gebeurt en dat óók aan de orde moet komen.’ Peinzend: ‘Misschien zit het in heel platte dingen. Dat je in fractievergaderingen moet beginnen met de actualiteit. Met dat wat mensen bezighoudt, met wat ze opgepikt hebben op hun werk, in de krant of op straat.’ Ook moet het presentatieniveau omhoog: ‘Het blijft een zwak punt, de presentatie van resultaat en inzicht naar buiten toe. Dat is te vaak een sluitpost.’

Maar hij ziet meer positieve dan negatieve ontwikkelingen. Bijvoorbeeld een toename van het ledental bij de PvdA. ‘Wij in Amsterdam hebben de laatste maanden netto tweehonderd nieuwe leden, vooral jonge leden. Heel hoopgevend. Via die jongeren is de partij bezig zichzelf langzaam te moderniseren, iets wat Felix Rottenberg op gang heeft gebracht: zoeken naar nieuwe manieren om mensen erbij te betrekken.’ Géén dodelijk saaie afdelingsvergadering met taaie stukken of gortdroge toespraken, maar avonden in cafés, waar jonge leden hun leiders ondervragen. Beter dan pakweg vijftien jaar geleden, vindt Van der Laan. Hij ziet het schrikbeeld nog voor zich: ‘Dat de intelligentsia onderling op het scherpst van de snede strijd ging voeren - over de hoofden heen van mensen die niet de tijd hadden om overdag de stukken te bestuderen.’

IS ZIJN MISSIE - meer gewone burgers in de politiek - geslaagd? ‘Dat moet nog blijken als de kandidatenlijst voor de nieuwe verkiezingen komt’, zegt hij. ‘Het is verheugend dat we al met meer dan honderd mensen praten voor de nieuwe gemeenteraad.’

Werd hij zeven jaar geleden door collega’s nog voor gek verklaard, nu merkt hij dat de trend verandert. ‘Die trend wordt: politiek mag. En wat mij betreft: politiek moet’, zegt hij.

Iedereen vraagt zich af: hoe kan deze man zijn advocatenwerk met zijn drukke politieke bestaan verenigen?
‘Dat kan hij dus niet’, zegt Van der Laan eerlijk. ‘Daarom ga ik volgend jaar uit de raad. Het is een te grote belasting voor mijn kinderen, voor mijn partner, voor mijn collega’s op kantoor en voor mijzelf. Ik heb wat goed te maken. Als je je te lang zo druk met politiek bezighoudt, verschraal je. Je verschraalt als een gek. Niet meer naar een museum. Veel te kort slapen. Van de twee weekenddagen minimaal één, maar vaak anderhalf druk bezig: van tien uur ’s morgens tot twee uur ’s nachts. Ik wil niet klagen, maar dat is slechts zekere tijd vol te houden. Na zeven, in april acht jaar, ben je gesloopt. Je doet niets anders dan je burgerplicht als je je daar een bepaalde tijd mee bezighoudt.’

De burger die aan politiek gaat doen, zou meer waardering en ondersteuning moeten krijgen, vindt hij. En: ‘De samenleving zou haar besten naar voren moeten schuiven.’ Lachend: ‘Ik heb heus geen oude ideeën over aristocratie. Maar ik zou het al een enorme verbetering vinden als het reservoir mensen dat mee wil helpen, groter wordt.’