Interview: Lodewijk Asscher

‘Politiek moet op stoeptegel-plus-niveau’

Lodewijk Asscher, net dertig, voert bij de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam de PvdA aan. Hij wordt ook gezien als coming man op landelijk niveau. Asscher past volgens hemzelf niet bij de traditionele Partij van de Arbeid: «Ik opereer vanuit een praktisch idealisme.»

Medium hh 60611569klein

«In elke fase van mijn nog korte politieke loopbaan zijn er mensen die tegen me zeggen: niet doen, Lodewijk, wacht nou even, jouw tijd komt nog wel. Maar het leven is te kort om te gaan zitten wachten. Ik ben veel te ongeduldig om langzaam naar het topje van de politieke apenheul te klimmen.»
Begin dertig is Lodewijk Asscher. Pas drie jaar zit hij in de politiek, maar bij de komende gemeenteraadsverkiezingen voert hij in Am ster dam de PvdA aan. Dat hij door derden ook als een coming man in de landelijke PvdA wordt gezien, streelt zijn ijdelheid, want «wie houdt er niet van complimenten». Maar hij doet het verder af met de opmerking dat er «blijkbaar zo’n behoefte is aan coming men dat in het land der blinden de eenoog koning is. Veel diepgravender gaat het volgens mij niet. Het is trouwens veel beter voor mijn schouders als ik daar niet te veel over nadenk.» Hij vindt ook dat hij nog wel wat kan leren: «Ik moet concreter worden. De kiezers moeten denken: hé, dat gaat over mij. Veel politici gebruiken woorden die onderhevig zijn aan taalinflatie. Politiek wordt daardoor tot moderne kunst: mensen zien er dingen in die er niet in zitten.»
Als de verkiezingsuitslag gunstig is, wordt Asscher volgend jaar wethouder, op zijn 31ste: «Ik ben ver genoeg in mijn wetenschappelijke carrière als jurist om die een tijdje in de ijskast te kunnen zetten. Ik kan er altijd op terug vallen. Dat is goed voor de geestelijke gezondheid, dan wordt het niet zo’n persoonlijk drama als de politieke carrière mislukt.»

Hij zegt veel geluk te hebben gehad als hem wordt gevraagd of hij zijn bliksemcarrière alleen aan zichzelf te danken heeft. Maar hij is zelfbewust genoeg om ook zijn talenten niet onder stoelen of banken te steken: «In 2002 was ik op de PvdA-lijst in Amsterdam de hoogste binnenkomer, zonder dat ik ooit veel ge daan had voor de partij. Blijkbaar zagen mensen wat in me. Ik denk dat het komt door mijn enthousiasme en mijn rustige verstand.»
Asscher typeert zichzelf als iemand die niet past bij de traditionele Partij van de Arbeid: «Ik opereer vanuit een praktisch idealisme. Ik hoor bij een nieuwe generatie die best wel wat wil doen voor de maatschappij. Wat dat betreft hoor ik niet bij de optiegeneratie, die zo snel mogelijk rijk wilde worden. Maar ik heb ook niks met die kleermakerszitgeneratie, die op de grond uren kon debatteren over de ideale samenleving.»
Eenmaal lid van de fractie was Asschers tweede geluk dat hij een portefeuille kreeg die hij totaal niet ambieerde: financiën: «Ik had graag cultuur gedaan of sociale zaken. Ik was politiek zo’n broekje dat ik helemaal niet wist dat je juist op financiën aan alle knoppen zit. Maar dat had ik snel door.»
Zijn volgende geluk was er een bij een ongeluk: de affaire-Rob Oudkerk, de PvdA-wethouder die naar de hoeren ging en uiteindelijk door zijn eigen partij werd gedwongen af te treden: «Persoonlijk vond ik dat heel naar. Ik wil ook niet over de persoon Oudkerk praten. Wat bij mij in deze affaire en later ook in de bonnetjeszaak rondom VVD-wethouder Frits Huffnagel een belangrijke rol heeft gespeeld, is het vertrouwen in het stadsbestuur. De politiek kan alleen goed functioneren als dat vertrouwen er is. In de zaak-Huffnagel heb ik daarom ook anders geredeneerd dan burgemeester Cohen. Die vond dat Frits al genoeg was gestraft door de lawine aan publiciteit die hij over zich heen kreeg. Ik redeneer: het wethouderschap is een openbaar ambt. Als je daarin goed wilt functioneren, moet je het vertrouwen van de burger hebben. Dat vertrouwen was zowel door Oudkerk als Huffnagel geschaad.»

Toen begin 2004 PvdA-fractievoorzitter Tjalling Halbertsma aftrad, volgde Lodewijk Asscher hem op. Hoewel de Amsterdamse PvdA bekend staat als een slangenkuil heeft de jonge Asscher zijn fractie tot nu toe goed weten te managen. Hij realiseert zich dat hij ook daarbij geluk heeft gehad: «Toen ik fractievoorzitter werd, was iedereen wel zo’n beetje uitgevochten. We hadden ook zo veel slecht nieuws over ons heen gehad dat iedereen murw was.»
Maar ook hier maakt hij meteen duidelijk dat het niet alleen geluk is geweest: «Ik heb veel tijd geïnvesteerd in de mensen uit de fractie, omdat ik wil dat zij het beste uit zichzelf halen. Daarnaast vond ik dat de PvdA een te defensieve toon aansloeg. Ik heb een scherpere, aanvallender toon. Ik heb Amsterdam vergeleken met New York. Ik vind dat de steden op elkaar lijken. Maar waar ze daar wel in slagen en wij niet is de integratie. In New York heb je geen allochtonen, gewoonweg omdat het merendeel van de mensen daar uit het buitenland komt.»
En zo komt het gesprek op de moord op Theo van Gogh: «Je kunt die moord niet reduceren tot het integratieprobleem. Je mag niet één op één zeggen dat Van Gogh is vermoord omdat de integratie is mislukt. Dat is een drogreden die iemand als Geert Wilders hanteert. Maar dat wil niet zeggen dat de radicalisering niet beklemmend en bedreigend is. Ik denk dat we ook in Nederland, in Amsterdam, een keer een aanslag krijgen. Die dreiging neem ik heel serieus. Maar ik denk niet dat we zo’n aanslag kunnen voorkomen door politie of AIVD steeds weer nieuwe bevoegdheden te geven. Natuurlijk moeten we terroristen hard aanpakken. Maar daarnaast kunnen we veel beter investeren in het binden van mensen. Cohen had het vorig jaar over de boel bij elkaar houden. Ik heb het liever over mensen bij elkaar brengen. Dat andere klinkt passief, alsof Cohen alleen maar op de winkel wil passen. Maar dat doet hem onrecht.
Laatst hoorde ik het verhaal van een jongen die steeds radicaler leek te worden. Op een dag keek hij heel sereen uit zijn ogen en zei: ik ga op reis. Degene die mij dit vertelde, vroeg toen: ga je naar de VS, het beloofde land? Hooguit via Guantánamo Bay, was het antwoord. Wat moet je dan? Is dit een puber die vooral aandacht wil trekken of is dit een echt afscheid? De oplossing ligt volgens mij op lokaal niveau. Er moet voor zoiets een meldpunt komen waar docenten of anderen dit soort observaties kwijt kunnen.
We kunnen ook veel bereiken met taal lessen en opvoedingshulp aan moeders. Er waren kort na de moord kinderen die rondliepen met een fotootje van Mohammed B. Dat is toch minstens een teken dat ze zich afzetten tegen de westerse samenleving. Als je daarover doorvraagt bij de ouders blijken ze van die fotootjes niks te weten, ze ontkennen. Als je die moeders via taallessen de school binnenkrijgt, kun je be spreekbaar maken dat hun kinderen via websites rare informatie vergaren. Dit soort maatregelen klinkt allemaal niet zo groots en meeslepend. Maar ik geloof echt dat de oplossing heel lokaal moet, op stoeptegel-plus-niveau.»

Dinsdag werd bekend dat Michiel van Hulten door de leden is gekozen als opvolger van scheidend PvdA-partijvoorzitter Ruud Koole. Asscher kijkt met verbazing naar deze verkiezingsstrijd: «Ik vraag me af of de ledenraadpleging over het voorzitterschap zo’n goed idee was. Het komt niet van de grond. Inhoudelijk gaat het nergens over. Een partijvoorzitter is ook dienend. Het is eigenlijk een beetje een functionaris.»
De verkiezingen van de lijsttrekkers in de andere grote steden volgt Asscher nauwlettend. Zo heeft hij vlak voor het gesprek via een sms’je de uitslag in Den Haag doorgekregen. Daar verloor wethouder Marnix Norder de strijd van collega-wethouder Jetta Klijnsma. Volgens Haagse PvdA’ers is Norder te kil, te veel een machtspoliticus. Asscher ziet zichzelf niet als machtspoliticus: «Ik heb in de politiek juist moeten leren beslissingen te nemen. Ik ben opgeleid als wetenschapper, heb geleerd de eigen denkbeelden te falsifiëren. Maar in de politiek is er niet te lang tijd voor wetenschappelijke twijfel. Dan is het gewoon ja of nee.»
Toen het PvdA-kamerlid Peter van Heemst twee weken geleden tot lijsttrekker in Rotterdam werd gekozen, zei deze dat de verkiezingsuitslag in de havenstad de graadmeter wordt voor hoe de PvdA er landelijk voor staat. Asscher: «Dat zal zeker een graadmeter zijn. Maar ik vind het opvallend dat een aantal landelijke partijen kopstukken uit Den Haag juist in Amsterdam inzet, zoals Laetitia Griffith voor de VVD en Marijke Vos voor GroenLinks. Dat zou allemaal wel eens in mijn nadeel kunnen werken. Daar staat tegenover dat ik de stad beter ken dan die landelijke kanonnen.»
Worden die bekende politici ingezet omdat personen steeds belangrijker worden? «Na tuurlijk doen personen er toe in de politiek. Maar dat is altijd zo geweest, ook in de tijd van Colijn of Den Uyl. Een persoon zonder partij maakt geen kans, behalve een paar jaar geleden Pim Fortuyn. Maar een partij zonder personen kan ook niet. Het gaat toch om de man of vrouw aan wie de kiezer zijn stem toe vertrouwt. Mij spreekt de stijl van burgemeester Gerd Leers van Maastricht aan. Die getuigt van ambitie en durf. Soms moet je wat voorop lopen, zegt Leers, om het lokale bestuur in beweging te krijgen. Ik heb het gevoel dat ik heel veel ruimte heb in de partij, zeker nu ik met overmacht het lijsttrekkerschap heb gewonnen. Maar het is natuurlijk niet zo dat iedereen zich nu moet aanpassen aan wat ik vandaag wil. Politici zijn uiteindelijk maar passanten, het is de PvdA die in vele jaren wat teweeg heeft gebracht.»
Waar Asscher vindt dat het naartoe moet met Amsterdam heeft hij opgeschreven in een honderd pagina’s tellend boekje, Nieuw Amsterdam. Komende maand komt het uit. «Ik vind het zelf redelijk idealistisch. Zo wil ik dat opvoedingsondersteuning verplicht kan worden gesteld. Dat is inderdaad relatief paternalistisch. Het zal oudere mensen, gezien hun opvattingen in het verleden, misschien moeilijk vallen. Voor een jonger iemand zoals ik is die draai makkelijker te maken. Ik vind dat we niet mogen toestaan dat schatten van kinderen die een gouden toekomst tegemoet zouden kunnen gaan, verdrinken omdat hun ouders niet het vermogen hebben om in deze ingewikkelde samenleving hun weg te vinden. Het is een oplossing die hoort bij deze tijd. We zijn het als overheid verplicht, anders laten we een hele generatie zakken. Misschien dat over tien jaar de teugels dan weer wat gevierd kunnen worden. Zo vind ik dat we ook moeten na denken over verplichte opvang van jonge kinderen, zodat ze niet met een taalachterstand op school komen. Heeft Hedy d’Ancona dat vroeger al eens voorgesteld? Dat wist ik niet.
In mijn boekje schrijf ik ook over een Amsterdamse islam. We moeten liberale moslims helpen. Nu doen we dat niet uit angst de scheiding tussen kerk en staat uit het oog te verliezen. Maar waarom zouden we geen subsidie geven aan een liberale moskee als die een debat wil organiseren? Of waarom zorgen we er niet voor dat er naast een Joods Historisch Museum ook een Islamitisch Historisch Mu seum komt?»

Asscher wil concreet zijn: «Er wordt veel geklaagd over gebrek aan duidelijkheid in de politiek. Volgens mij is dat de schuld van bange politici.» Hem valt op dat het antwoord op de roep om duidelijkheid vervolgens vaak weer een politiek spelletje is: «Duidelijkheid krijg je dus niet door nu al te zeggen dat de PvdA landelijk met GroenLinks of de SP moet gaan regeren. Zo’n brief van Femke Halsema met ‹Beste Wouter› (PvdA-leider Bos – avr), dat is modieus gereutel. Hier in Amsterdam is er een geheim beraad tussen de VVD en GroenLinks om ons in de volgende periode uit het college te houden. Leg toch uit aan je kiezers wat je zelf als partij wilt bereiken en houd dan eerst verkiezingen.
Ook die roep om een tweepartijenstelsel met het systeem van the winner takes all, dat past niet in Nederland. Wij hebben een land waarin mensen met heel verschillende identiteiten dicht op elkaar wonen. Al die mensen moeten zich vertegenwoordigd weten, niet alleen degenen die de macht hebben.»
Asscher betitelt Balkenende II als een plattelandskabinet dat de grote stad uit het oog heeft verloren: «De gevolgen voor Amsterdam zijn dramatisch. Wij hebben daar schoon genoeg van. Maar ik vind het te makkelijk om te zeggen dat de landelijke PvdA in de oppositie door dit kabinet slapende rijk aan het worden is. Het is heel moeilijk om oppositie te voeren als je niet alleen schande en boe wilt roepen. Wel denk ik dat het goed zou zijn als Wouter Bos het alternatief voor het beleid van dit kabinet eens duidelijk en in samenhang zou schetsen. Om zijn visie te markeren. Bos is een waanzinnig getalenteerd politicus. Maar ik vind dat hij te weinig mensen om hem heen in beeld laat komen. Voor een deel zal dat medialogica zijn. De media willen Bos en anders niet. Maar hij moet meer anderen toelaten. Dat het niet gebeurt, zal voor een deel ook wel in zijn karakter zitten.»

beeld: Den Haag, 14 november 2016 - PvdA-leden bepalen samen wie de lijsttrekker wordt bij de Tweede Kamerverkiezingen, Diederik Samsom en Lodewijk Asscher gaan met elkaar in debat in het Theater de Vaillant in Den Haag. Foto: Phil Nijhuis