Terwijl 22 miljoen Afghanen, meer dan de helft van de bevolking, zich deze winter geconfronteerd zien met acute voedseltekorten, pleitte de pvv vorige maand in de Tweede Kamer voor het bevriezen van Afghaanse tegoeden. Enig debat over de implicaties daarvan – nog meer honger – bleef uit. Tijdens een aantal begrotingsbehandelingen kort daarvoor waren zorgen over de noden van de bevolking in het land de grote afwezige. Er wordt wel over Afghanistan gesproken, maar nauwelijks over Afghanen.

De resultaten na twintig jaar oorlog, waarin Nederland zich een trouwe bondgenoot heeft getoond: 150.000 Afghaanse doden, 25 gesneuvelde Nederlandse militairen, miljoenen vluchtelingen en 2300 miljard dollar alleen al door de VS over de balk gesmeten. Miljarden niet alleen voor scholen en gezondheidszorg maar ook voor wapens, corruptie, warlords en (spook)soldaten.

De Afghaanse staat kon enkel bestaan bij de gratie van buitenlandse steun. De International Crisis Group bracht vorige week een alarmerend rapport uit dat stelt dat vanwege huidige sancties, vooral het bevriezen van Afghaanse banktegoeden en het aan banden leggen van noodhulp, de staat (of wat daar nog van over is) op instorten staat.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het debat handelde over de geflopte evacuatie (van ‘onze’ Afghanen, maar uiteraard niet te veel) en over hoe goed de Nederlandse inspanningen zijn geweest om de Afghaanse vrouwen en kinderen naar school te sturen. In de woorden van de inmiddels afgetreden minister van Defensie Ank Bijleveld: We hebben Afghanen laten zien dat het ook anders kan.’ Maar is dat zo, hebben we Afghanen laten zien dat het anders kan? Of hebben we eigenlijk nog steeds geen idee van de Afghanen?

Volgens Amerikaanse topgeneraals hadden ze geen idee: ‘There was no campaign plan. It just wasn’t there.’ En: ‘There was no coherent long-term strategy.’ Deze citaten over de oorlog in Afghanistan komen uit een onlangs verschenen boek, The Afghanistan Papers: A Secret History of the War van Craig Whitlock. De Washington Post-journalist wist tweeduizend pagina’s aan verslagen van interviews met direct betrokken ambtenaren te bemachtigen en schetst een onthutsend beeld van de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis.

De vraag is of de Afghanen collectief gestraft moeten worden voor de machtsovername door de Taliban

Naar buiten toe werd jaar in, jaar uit melding gemaakt van mooie resultaten en een te winnen oorlog. Ondertussen wist intern iedereen dat de oorlog was gebaseerd op drijfzand en leugens. Statistieken die de voortgang van de oorlog moesten tonen werden stelselmatig gemanipuleerd. Veel hoge Amerikaanse functionarissen zagen, achter de schermen, de oorlog als een regelrechte ramp. Daar tegenover stond, voor de camera, een koor van rooskleurige verklaringen van functionarissen van het Witte Huis, het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

In het publieke en politieke debat werd vooral het belang van westerse aanwezigheid voor de Afghaanse vrouwen en meisjes benadrukt. In tegenstelling tot de jaren tachtig, toen het Westen juist nog vrouwonvriendelijke islamitische strijders bewapende en steunde tegen de Sovjet-Unie, zou men zich nu wel het lot van Afghaanse vrouwen aantrekken. Dit narratief was zo sterk dat wie vraagtekens plaatste bij de effectiviteit van de oorlog steevast het verwijt kreeg – ook in Nederland – de Afghaanse vrouwen in de steek te laten.

Hoewel de vele miljarden aan hulp onmiskenbaar hebben bijgedragen aan scholing van meisjes en vrouwen in met name de grote steden verzuimde men te vertellen dat vrouwen ook groot slachtoffer zijn van de oorlog. De oorlog in Afghanistan was niet schoon. Afghanen zagen zich geconfronteerd met drone-aanvallen, bombardementen, marteling, geweld en verkrachting. Door veel Afghanen zal de westerse militaire aanwezigheid dan ook vooral als bezetting ervaren zijn. Toch presenteren politiek en ambtelijk verantwoordelijken de Nederlandse militaire missie in Afghanistan vooral als wederopbouwmissie met goede bedoelingen. Alsof er helemaal niet gevochten werd door Nederland.

Ongetwijfeld voerden militairen de politieke opdracht uit met goede bedoelingen. Maar dat doet niets af aan de grotere realiteit. Op het allerhoogste niveau is het nooit over Afghanen gegaan, vertelt Mirjam Grandia, luitenant-kolonel in het Nederlands leger. De Afghaan heeft niet centraal gestaan rondom de militaire inzet. Niet in 2001, niet in 2006, en de vraag is in hoeverre de Afghaan centraal heeft gestaan bij de evacuatie in 2021.’

Al in 2014 plaatste Grandia in het tijdschrift Small Wars & Insurgencies vraagtekens bij het ontwerp van de militaire operatie in Afghanistan. De door Nederland zo geroemde 3D-aanpak (defense, diplomacy en development) kan op de hoogste niveaus mooi geformuleerd zijn met een strik van democratie en mensenrechten erom, maar ziet er in de praktijk heel anders uit. Het is politiek wensdenken om een fragiele, fluïde, etnisch en tribaal georganiseerde samenleving volgens westers model in te kunnen richten.

Wellicht komt het inzicht over de Afghanen en de mislukte oorlog in Afghanistan nog. De vraag die nu aan de orde is, is of de Afghaanse bevolking collectief gestraft moet worden voor de machtsovername door de Taliban. Wie uitgaat van de Afghanen en hun noden zou hen moeten ontzien en helpen om massale honger te bestrijden.