Politieke koehandel met illegalen

Probleemjongeren aanpakken, de drank- en horecawet handhaven, de bijstand regelen, de leerplicht controleren, bijzondere ziektekosten toebedelen – dit soort sociaal beleid laat zich zonder twijfel decentraal beter uitvoeren dan vanuit de Haagse ambtenarij.

Medium commentaar 48 2012 illegaal

Over al die overgehevelde taken hoor je gemeenten niet mopperen. Zij zitten met hun budgetten immers dicht op de burgers. Anders ligt het nu zij een ander type beleid op hun bordje krijgen: de uitvoering van het strafbaar stellen van illegaliteit.

In die taak hebben lokale overheden, ongeacht hun politieke kleur, terecht totaal geen zin. Zij ervaren ‘deze Haagse symbool­politiek’ als een vruchteloze en onhumane rotklus. Ze moeten forse boetes uitdelen aan mensen die nauwelijks iets bezitten en doorgaans niet wonen op een vast woonadres. Of zij moeten, zoals al het geval was, harder uitgeprocedeerde vreemdelingen uitzetten en als dat niet kan, omdat het land van herkomst hen niet terugneemt, in detentie zetten. Volgens de gemeenten zal het onderbrengen van illegaliteit onder het strafrecht niet leiden tot minder illegalen. Gevreesd wordt bovendien dat deze toch al onzichtbare groep nu nog verder onder het tapijt van de samenleving wordt geveegd.

Uit humanitair oogpunt is dit effect niet zonder risico. ­Illegalen raken uit angst verder uit het zicht van hulporganisaties. Of zoals de Utrechtse wethouder Everhardt (d66) stelde in een ­interview: ‘Veel illegalen zitten klem. We zien mensen op straat die in ­psychische nood zitten, of ziektes hebben, zoals hepatitis. Ik wil dat deze mensen zich laten helpen, niet dat ze bang worden voor instanties.’

Het illustreert hoe tegenstrijdig een consequente uitvoering van deze wet is. Inherent aan hun status bestaan illegalen officieel niet. Hoeveel er zijn blijft een schatting: tussen de 50.000 en 150.000. Maar ze zíjn er wel. Mensen zonder verblijfsrechten zijn in de afgelopen jaren, ondanks het aanscherpen van het wettelijke toelatingsbeleid, niet verdwenen. Ze werken tussen de mazen van het net in een scala aan meestal slopende banen, van schoonmaken en de horeca tot de prostitutie.

De vreemdelingen die actief zijn in de drugshandel en de zware criminaliteit moeten daarentegen wel opgejaagd worden. Maar neem dan ook als (rijks)overheid de kerntaak serieus om het circuit rondom illegalen van mensenhandelaren, huisjesmelkers, pooiers en malafide werkgevers aan te pakken. Daar hoor je ijzervreter minister Teeven van Veiligheid en Justitie nooit stevige uitspraken over doen.

De politieke wens om illegaliteit te bestrijden neemt al jaren toe. Gemeenten zitten inderdaad vaak in hun maag met illegalen, die zij soms als een hete aardappel doorgeven aan andere gemeenten. Dit kabinet gaat een stap te ver. Minister Leers werd weliswaar niet als aparte minister opgevolgd, maar bij de koehandel in ideologische taboes heeft de pvda het kinderpardon verpatst tegen het strafbaar stellen van illegaliteit. Is er tijdens de onderhandelingen, net als bij de inkomensafhankelijke zorgpremie, totaal onderschat wat de praktijk is van deze stoere maatregel? De decentralisatie stuit nu op grenzen, zowel praktisch als principieel. Ambtenaren willen niet gaan jagen. Het is onhoudbaar en onuitvoerbaar.