Politieke lijkontleding

De Brakke Grond, tot en met 27 augustus (daarna o.a. in Haarlem en Den Haag).
In de eerste scene van Shakespeare’s stuk Coriolanus komen inwoners van Rome in opstand tegen de adel en de beroepsbestuurders van hun stad, de senatoren. Hun belangrijkste mikpunt is Caius Marcius, een arrogante generaal die het gewone volk veracht omdat het slechts om graan en brood schreeuwt en wegholt wanneer de stad moet worden verdedigd.

Senator Menenius Agrippa houdt het volk in die eerste scene een parabel voor. De lichaamsdelen komen in opstand tegen de buik, ‘die aldoor voedsel opneemt, nimmer deelt/ in de gestage arbeid van de anderen’. De buik verdedigt zich met verve: 'Want ben ik niet de voorraadschuur en werkplaats/ van heel het lichaam? Jullie weet toch dat ik/ die stoffen door de bedding van je bloed zend/ tot waar het hart woont en het brein beveelt?’ De senator roept het morrende volk toe: 'Die brave buik, dat zijn de senatoren/ jullie zijn de ontevreden lichaamsdelen.’ En alsof hij een paarse coalitie tussen rijke adel en beroepsbestuurders verdedigt, verwijt Menenius het plebs niet in te zien 'dat alles wat je toevalt/ van de regering komt’.
Kort daarop overwint Calius Marcius de hoofdstad van de vijandige Volsci, Corioli, en verwerft zijn legendarische bijnaam: Coriolanus. Maar het volk van Rome wil hem slechts als bestuurder wanneer hij er nederig om vraagt. Coriolanus weigert dat en wordt verbannen, sluit zich aan bij de erfvijand van Rome, de Volsci, trekt naar Rome op, belegert de stad die hem verstootte, en is stom voor ieder diplomatiek gebaar. Zijn moeder en zijn vrouw komen hem overreden.
De voorstelling die tien jonge, net afgestudeerde acteurs deze week van Shakespeare’s Coriolanus in premiere brengen, start precies op dat cruciale moment. De arrogante veldheer zwicht voor de argumenten van zijn dominante moeder en blaast de belegering van Rome af. Het wordt zijn dood. De acteurs vragen vervolgens: hoe kon dit gebeuren? En gaan terug naar het begin. De inzet van de tien jonge toneelspelers - onder leiding van de Vlaamse regisseur Dirk Arthur Opstaele - is duidelijk: ze willen een heldere vertelling over het hoe en het waarom.
Shakespeare’s Coriolanus is zo'n heldere vertelling. Het is een ongemakkelijk, weinig populair stuk. Er zijn geen schilderachtige bijlijnen, de shakespeareaanse narren ontbreken, evenals de bespiegelende monologen van de protagonist - Coriolanus is nooit alleen, steeds omringd door medestanders, familie, opportunisten, volk. De tekst gaat door voor cynisch, hard, steriel, stug, politiek. Ze is in het Nederlandse theater sinds 1958 niet meer gespeeld. Toch is ze razend actueel, de sectie op het lijk van het politieke bedrijf. Met in het centrum een man (Coriolanus) die nog in een vorige wereld leeft en die de nieuwe (zogenaamd democratische) verhoudingen in 'zijn’ Rome niet begrijpt.
De enscenering die de tien jonge acteurs en hun Vlaamse regisseur van Coriolanus presenteren, heeft geen andere pretentie dan Shakespeare’s verhaal zo scherp mogelijk te vertellen. De voorstelling verklaart niets, ze levert nauwelijks commentaar, het publiek mag zijn eigen conclusies trekken. De ingezette middelen zijn simpel: een kaal speelvlak, wat banken en attributen, door de acteurs uitgevoerde percussie, een heldere tekstzegging (soms in koor). Personages worden trefzeker aangeduid, het centrale karakter van Caius Marcius wordt door alle acteurs gespeeld. De hele onderneming ademt een grote gezamenlijkheid, een collectief verlangen om de vertelling optimaal tot zijn recht te laten komen.
De vertelling gaat over de werking van een politiek en persoonlijk mechanisme, dat maar door lijkt te denderen. De onderliggende vragen zijn helder: wie kiest, op grond waarvan, waartoe? Wie heeft gelijk? Bestaat er wel zoiets als 'gelijk’? Basale vragen, op een nuchtere manier gesteld. De Shakespeare-liefhebbers in onze nieuwe regering - Bolkestein en Van Mierlo - moeten zich deze voorstelling zeker niet laten ontgaan. Het is een leerzame parabel over de aankomende opstand van de ledematen tegen de buik. Of van de buik tegen de ledematen. Was het niet Brecht - die Coriolanus bewerkte - die ooit schreef: misschien is het een goed idee dat de regering het volk afzet, en zich een nieuw kiest?