Politieke ondoden

Deze week wordt dan eindelijk Jeltsin geopereerd. Zijn toestand is meer dan zorgelijk. Treedt hij toe tot de fameuze galerij van politieke mummies die gewoon door blijven regeren, ondanks hun deplorabele fysieke staat?
ALS BEWIJS DAT er werkelijk nieuwe tijden zijn aangebroken, was het uiteindelijk een Russische journalist die president Boris Jeltsin ruim een maand geleden dwong om kleur te bekennen. Volgens de New Yorker van 16 september heeft Sergej Parchomenko, hoofdredacteur van het weekblad Itogi (Newsweek), de ziekenhuisopname van Jeltsin bespoedigd. Via de kleine kring hartchirurgen in Moskou was hij de ware aard van Jeltsins hartklachten op het spoor gekomen en had hij begrepen dat Jeltsin niets voor een operatie voelde. Geconfronteerd met het verhaal van Parchomenko en in de wetenschap dat het gepubliceerd zou worden, zei Jeltsin tenslotte schoorvoetend: ‘Ik moet geopereerd worden en ik zal dit niet langer uitstellen.’

Jeltsin had zijn toevlucht gezocht tot dezelfde misleidingscampagnes die aan de orde van de dag waren ten tijde van het regime dat hem gevormd heeft, toen het Kremlin bestuurd leek door mummies, die bij de jaarlijkse herdenking van de Russische revolutie op het Rode Plein uit hun lakens gewikkeld werden om als een wassen beeld op het bordes te worden bijgezet. Geheel in die traditie stuurde het Russische persbureau Interfax op 9 september jongstleden een boodschap de wereld in met de volgende inhoud: ‘President Boris Jeltsin heeft meer dan veertig eenden en een wild zwijn geschoten tijdens een jachtpartij met de Duitse bondskanselier Helmut Kohl, in de buurt van de officiële residentie waar hij een hartoperatie zal ondergaan.’
HOEWEL ER NU bij leven en relatief welzijn meer dan ooit bekend is over de ziekte van een Russische president, zijn er lacunes in de communiqués die doen vermoeden dat, in weerwil van alle publiciteit, informatie wordt achtergehouden. Vanuit zijn huis in Zwitserland zegt dr. Pierre Rentchnick, auteur van Ces malades qui nous gouvernent: 'Het is onmogelijk dat de oorzaak van Jeltsins interne bloeding eind juni - die in de pers over het algemeen werd aangeduid als “vermoedelijk een hartaanval” - nog niet ontdekt is. Uitgaande van de gegevens die mij bekend zijn en op basis van gesprekken met specialisten ben ik geneigd te denken aan bloedingen van de slokdarmwand, die op hun beurt weer het gevolg zijn van levercirrose. Dat zou niet best zijn.
Als de president zo gezond is als Michael DeBakey (de 88-jarige Amerikaanse coryfee van de hartchirurgie die Jeltsin onderzocht heeft en die betrokken zal zijn bij de geplande bypass-operatie - hh) beweert, was er geen enkele reden om te wachten met de operatie. De enige reden voor uitstel die ik kan bedenken, is van politieke aard. Men wilde goodwill kweken door zogenaamd openheid van zaken te geven en men hoopte tijdwinst te boeken om zich te beraden op de precaire politieke situatie in Rusland en om de machtspositie te consolideren. De operatie vindt dan nu eindelijk deze week plaats.’
Als de operatie verkeerd uitpakt, moeten er op een welgekozen moment nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Die zullen dan binnen drie maanden plaatsvinden. Maar met hier en daar nog een oponthoud zijn we dan al gauw een half jaar verder voordat het zover is. Is het denkbaar dat de Amerikanen, na jaren te hebben geprobeerd in te breken in het Kremlin, zich zo met Jeltsin hebben vereenzelvigd dat ze nu angstvallig waken over het geheim van het Rode Plein?
David Remnick, medewerker van de New Yorker en Rusland-kenner bij uitstek, heeft weinig geduld met samenzweringstheorieën: 'Ik zie geen enkele aanwijzing voor de hypothese dat niet de hele waarheid wordt verteld en dat men tijd heeft proberen te winnen. Jeltsin wordt nu geopereerd, gewoon omdat het opportuun is. Komen er daarna toch verkiezingen, dan heeft Lebed een grote kans. De communisten zullen waarschijnlijk een alternatief zoeken voor Zjoeganov, die verloren heeft in de vorige verkiezingen. Tsjernomyrdin is ook niet uit te vlakken. Hij is onbemind, maar denk vooral niet dat Jeltsin bemind is. Gehaat komt er dichter bij.’
En hoe staat het dan met de kansen van Tatjana, Jeltsins dochter?
'Tatjana speelt inderdaad een belangrijke politieke rol achter de schermen. Maar een rol voor haar op het hoogste niveau acht ik uitgesloten. Wrong sex.’
Heeft Rentchnick gelijk, dan is Jeltsin er in werkelijkheid slecht aan toe. De bloeding waar Rentchnick over spreekt, is er een van de aderen die vlak onder het slijmvlies van de slokdarm lopen. Normaal gesproken voeren deze het bloed af naar de lever, van waar het naar het hart vloeit. Ook de milt is afhankelijk van de lever voor de bloedafvoer. Bij levercirrose ontstaat er bindweefselvorming in de lever en schrompelt deze in elkaar. De bloedvaten in de lever worden daardoor steeds verder afgeklemd en laten nog maar stapsgewijs het bloed door dat van de milt en de slokdarmaderen komt. Dit veroorzaakt 'filevorming’ en verhoogt de druk op deze aderen zodanig dat ze kunnen barsten. Bij zo'n inwendige bloeding kan men bijzonder veel bloed verliezen en ze is moeilijk te stelpen.
Een bijkomende complicatie is dat een hartpatiënt als Jeltsin antistollingsmedicijnen krijgt toegediend. Deze verdunnen het bloed, wat de doorstroom bevordert, maar, zoals de naam al aangeeft, het is het soort medicijn dat bij een inwendige bloeding funest kan zijn omdat het normale stollingsproces erdoor buiten werking wordt gesteld.
DE ENGELSE ARTS Hugh L'Etang doet al dertig jaar onderzoek naar het wee van staatshoofden, opperbevelhebbers en andere hoogwaardigheidsbekleders. Hij publiceerde onlangs Ailing Leaders in Power, 1914-1994, en eerder verschenen van zijn hand The Pathology of Leadership en Fit to Lead? Zijn materiaal put hij uit biografieën, briefwisselingen, persoonlijke correspondentie, kranten en andere vrij toegankelijke bronnen. Op zich niets bijzonders. Maar de opeenhoping van de verzamelde feiten zorgt voor een hoog soortelijk gewicht.
Een willekeurige greep uit L'Etangs kabinet van zieke roergangers: Roosevelt, prostaatkanker; Churchill, arteriosclerose van de hersenen, alcoholisme, amphetamineverslaving, hartdefecten en manische depressiviteit; generaal Gamelin (Frans opperbevelhebber september 1939 tot 17 mei 1940), neurosyfilis; Imelda Marcos, manische depressiviteit; Kennedy, ziekte van Addison; Bush, hyperthyriodie; Mitterrand, prostaatkanker; Brezjnev, coronairsclerose, angina pectoris, littekenweefsel van een aantal oude hartaanvallen; Andropov, ziekte van Parkinson, nefritis, nefrosclerose, secondaire hypertensie, diabetes mellitus, een en ander versterkt door een chronische nierdeficiëntie; Tsjernenko, longemfyseem; Oliver North, manische depressiviteit; Reagan, ziekte van Alzheimer.
De Verenigde Staten blijken een goudmijn voor iemand met L'Etangs interesse. The Freedom of Information Act staat er borg voor dat informatie die elders pas vijftig of honderd jaar na overlijden openbaar wordt gemaakt, sneller en beter toegankelijk is. De ruime vertegenwoordiging van de Verenigde Staten in L'Etangs werk moet ons echter niet de illusie geven dat de rest van de wereld door kwieke en gezonde lieden wordt bestierd. De beerput die de lijfarts van Mao een paar jaar geleden opentrok, stemt weinig hoopvol voor nieuws over de rest van de Chinese gerontocratie.
L'Etang betoogt niet dat men per se kerngezond moet zijn om rechtvaardig de lakens uit te delen. De meeste aandoeningen zijn behandelbaar met de juiste medicatie, op tijd opereren en een zorgvuldige controle. Wanneer er echter niet meer aan deze primaire eisen wordt voldaan en het politiek handelen direct beïnvloed dreigt te worden door het ziektebeeld van de beslisser, dan, vindt hij, moet er worden ingegrepen. De meeste van de ziektegeschiedenissen die L'Etang beschrijft, betreffen dan ook situaties die uit de hand zijn gelopen of die zich te lang hebben voortgesleept.
ROOSEVELTS VIERDE termijn was net ingegaan, toen hij in februari 1945 naar Jalta afreisde. Het was de reis van een groot president aan het eind van zijn Latijn. Onderweg had hij geen oog voor de documenten die het State Department voor hem had opgesteld en verzameld. Het koffertje met huiswerk bleef gesloten. Hij verliet nauwelijks zijn hut en bracht zijn tijd door met het lezen van detectives en het bekijken van zijn postzegelverzameling.
Natuurlijk was Roosevelt zich bewust van het historische belang van Jalta. Toch kon of wilde hij het roer niet overgeven. Wellicht rekende hij nog een laatste keer op zijn fenomenale politieke instinct en improvisatievermogen. Had hij immers niet altijd meer geregeerd door inspiratie dan door organisatie?
Maar hij had buiten de waard gerekend. Stalin, hartklachten voorwendend om zichzelf een lange reis te besparen, had na veel voorstellen over en weer Odessa als ontmoetingsplaats voorgesteld. Toen dit niet geaccepteerd werd, stelde hij Jalta (luttele kilometers verderop) voor als compromis. Murw onderhandeld stemden de Amerikanen daarmee in. In Jalta toonde Stalin zich een voorbeeldig gastheer. Eten en drank waren er in overvloed. Bij een van de diners werden er liefst 45 toasts uitgebracht en de glazen werden goed gevuld gehouden. Stalin zelf echter dronk verdunde wodka of ijswater. Hij putte zijn tegenspelers uit alvorens ter zake te komen.
Roosevelt was op dat moment ernstig ziek en in combinatie met de lange en vermoeiende reis was het overvloedig eten en drinken in Jalta een zware aanslag op zijn gestel. Tussen 1941 en 1945 was hij 29 maal onderzocht in het Bethesda Naval Medical Center. Hij had onder andere een chronische hoge bloeddruk en bronchitis. Voor geen van beide aandoeningen bestond er nog een effectieve therapie en ze veroorzaakten samen vrijwel zeker een verminderde zuurstofopname en als gevolg daarvan een versnelde arteriosclerose van de hersenen.
Bovendien was bij een consult in 1944 in Boston vastgesteld dat Roosevelt prostaatkanker had. Deze was zo ver gevorderd dat opereren geen zin meer had.
Lord Moran, lijfarts van Winston Churchill, schreef op zeven februari 1945 in zijn dagboek: 'Roosevelt vertoont alle symptomen van een vergevorderde aderverkalking in de hersenen, dus ik schat dat hij nog maar een paar maanden te leven heeft.’
Sir Alexander Cadogan, een van de ervaren topdiplomaten van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken die de conferentie bijwoonde, schreef op 25 februari van datzelfde jaar: 'Ik kreeg de indruk dat Roosevelt meestal geen benul had van wat zich om hem heen afspeelde. En wanneer hij een zitting moest leiden, deed hij geen enkele poging om er vat op te krijgen of om er richting aan te geven, hij zat er gewoon met zijn mond vol tanden bij. Als hij al tussenbeide kwam, kwam hij met iets dat totaal irrelevant was.’
Roosevelt stierf op 12 april 1945, ruim twee maanden na Jalta.
BESCHADIGING VAN de rechterhersenhelft kan tot gevolg hebben dat de gedeeltelijk herstelde patiënt zich niet bewust is van zijn handicaps of deze ontkent. Zelfs als hij verlamd of blind is. Dit lot trof president Woodrow Wilson na een zware hersenbloeding in september 1919. Maar hij werd zo deskundig afgeschermd van de buitenwereld door zijn vrouw, arts en staf dat hij tot februari 1921 zijn termijn uitdiende. De serene rust in de presidentiële vertrekken werd slechts eenmaal verstoord, toen eind 1919 een congressionele commissie polshoogte kwam nemen. Het onderhoud duurde vijftien minuten en was zo produktief dat het Congres hem niet meer lastigviel.
Portugals dictator Salazar trof in 1968 een zelfde lot, al werd hij wel uit zijn functie ontheven en opgevolgd door Marcello Caetano. Een jaar later, omgeven door de zorg van zijn staf en niet meer in staat om televisie, radio en kranten te volgen, dacht hij dat hij nog steeds aan de macht was. Een journalist van een Franse krant kreeg toestemming voor een interview op voorwaarde dat hij niet de ban brak van deze zorgvuldig in stand gehouden pirandelliaanse wereld. In het gesprek verdedigde Salazar zijn koloniale politiek en beweerde hij dat de ministers nog steeds aan hem rapporteerden zodat hij hun beleid kon bijsturen. Op een gegeven moment zei hij: 'Caetano doet er verkeerd aan niet met ons samen te willen werken in de regering. Want u weet dat hij er niet in zit (…); hij schijnt niet in te zien dat om daadkrachtig te handelen, om gebeurtenissen naar je hand te zetten, je deel moet uitmaken van de regering.’
Tijdens zijn tweede ambtstermijn, die inging in 1984, begon Reagan ernstige haperingen te vertonen. Allengs werd duideijk dat de man van de one-liner nu echt zijn greep op de zaken begon te verliezen. Brian Buttersworth, psycholoog en cognitief linguïst verbonden aan University College in Londen, publiceerde al in 1984 een onderzoek op basis van de televisiedebatten tussen Carter en Reagan in 1980 en die tussen Mondale en Reagan in 1984. Aan de hand van een nauwkeurige spraak- en taalanalyse die de onderliggende cognitieve processen blootlegt, kon Buttersworth niet anders concluderen dan dat Reagans intellectuele vermogens in vier jaar tijd dramatisch waren afgenomen.
In 1987 kwam Buttersworth bij een andere gelegenheid tot de slotsom dat Reagan moest lijden aan de ziekte van Alzheimer. Niemand durfde deze term verder te gebruiken, maar observaties uit die tijd leken deze 'diagnose’ van munitie te voorzien. Over de wapenleveringen aan Iran wijzigde Reagan tussen november 1986 en maart 1987 zes keer zijn mening: 'het was geen vergissing’, 'ik maakte geen vergissing’, 'ik denk niet dat het een vergissing was’, 'er zijn vergissingen gemaakt’, 'er zijn ernstige vergissingen gemaakt’, 'het was een vergissing’.
Reagan kon de briefings van zijn stafleden eenvoudigweg niet meer volgen. Al naar gelang wie er voor hem stond, werd zijn gemompel of geknikkebol als afkeurend of instemmend geïnterpreteerd. Zodra ze hun hielen lichtten, was hij al weer vergeten dat ze er überhaupt geweest waren. In een moment van helderheid schreef hij aan John Tower, voorzitter van de commissie die het Irangate-schandaal moest ontrafelen: 'Ik herinner het me niet, punt uit.’
In oktober 1987 antwoordde Reagan tijdens zijn eerste persconferentie in zeven maanden als volgt op de vraag of hij de belastingen wilde verhogen: 'Maar het probleem is het - het tekort is - of ik bedoel - wacht even, de uitgaven, ik bedoel, van het bruto nationaal produkt, neem me niet kwalijk - de uitgaven zijn ongeveer 23 à 24 procent. Het is dus in - het wat toeneemt, terwijl de inkomsten proportioneel gelijk blijven en wat zou de juiste hoeveelheid zijn die ze moeten, die we moeten innen van de particuliere sector.’
DE PATHOLOGIE van het leiderschap is voor L'Etang niet de ziekte zelf, maar de blindheid ervoor; de schrijnende onwil van lijfartsen, specialisten, de pers en in hun kielzog de clique en claque die de macht omringen om in te zien dat de zetel van de macht is verworden tot een procrustesbed. Het getuigt van machtsmisbruik, arrogantie en grenzeloze domheid, en leidt tot een gigantische verspilling van belastinggeld. Bij Reagan ging het lang goed. Maar in 1987 had hij opzij moeten stappen, al dan niet gedwongen. Mitterrand, zo weten we nu, had al vanaf 1981 prostaatkanker. Ook dat ging lang goed, heel goed zelfs. Maar na zijn operatie in 1993 was hij nergens meer toe in staat. Toch liet men hem tot 1995 zijn officiële termijn uitdienen.
In deze zee van machtshonger en zelfoverschatting is er slechts één staatsman die eieren voor zijn geld heeft gekozen, Lyndon B. Johnson, Amerikaans president van 1963 tot 1968. Hoewel Johnson zich in vele opzichten een tegenpool toonde van Kennedy, die hij was opgevolgd, en vaak als een potentaat regeerde, bleek het presidentschap een zo zware aanslag op zijn gezondheid te zijn dat hij zich in 1968 niet meer herkiesbaar stelde. In bewoordingen waarin de naar zijn pensioen hunkerende ambtenaar zich kan herkennen en met een nuchterheid die wereldleiders zo vaak ontberen, zei Johnson: 'Ik wil leven als een dier in de bossen, gaan slapen onder een boom, eten als ik trek heb, een beetje lezen, en in het algemeen doen waar ik zin in heb.’