DE FINANCIËLE CRISIS EN DE NEDERLANDSE POLITIEK   

Politieke onmacht

Toen de financiële crisis aanzwol en Amerikaanse banken omvielen, deed politiek Den Haag zijn rituele septemberdans.

Dicussie:Is de mens van nature hebzuchtig?

GROENLINKS-FRACTIEVOORZITTER Femke Halsema wierp minister-president Jan Peter Balkenende vorige week tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen voor de voeten dat het vertrouwen in het kabinet historisch laag is. Ze vergiste zich: het vertrouwen in de hele politiek is laag.
Een manager uit het onderwijs vertelde mij dat hij zich had geërgerd aan de flauwe grappen tussen Halsema en haar VVD-collega Mark Rutte tijdens het debat over de begroting voor volgend jaar. Een jonge vormgever snapte niet dat Balkenende het lef had om te klagen over het lange staan. Beiden vroegen zich af waar het gevoel van urgentie was bij de dames en heren politici nu er wereldwijd sprake is van een kolossale financiële crisis.
Jaar op jaar eindigen de Algemene Politieke Beschouwingen op de tweede vergaderdag met moties over een beetje meer koopkracht hier en een beetje meer subsidie daar. De kiezer wordt gereduceerd tot consument. Maar dit jaar, met op de achtergrond de oorverdovende herrie van instortende Amerikaanse banken en het luide gerinkel van niet te bevatten bedragen aan overheidssteun om andere financiële instellingen eenzelfde lot te besparen, deed dit Haagse ritueel des te absurder aan. Beter gezegd: des te onmachtiger. Meer nog dan anders was het alsof politici zich in een door hen niet meer niet te bevatten en niet meer te sturen werkelijkheid vastklampten aan het enige houvast dat ze kennen: de virtuele koopkrachtplaatjes, terwijl juist die in deze onzekere tijd nog minder houvast bieden dan ze altijd al doen. Kiezers voelen die onmacht.
Eind vorige week, de dag na het Kamerdebat, benoemde PVDA-minister van Financiën Wouter Bos wat er volgens hem aan het gebeuren is in de wereld: ‘De hele crisis betekent de definitieve teloorgang van een systeem dat is gebaseerd op hebzucht, onverantwoorde risico’s en perverse beloningen.’ Deze uitlating van Bos, en omdat het kabinet met één mond spreekt dus ook van Balkenende en de rest van de ploeg, valt in de categorie opmerkelijk en is er zeker een die een algemene politieke beschouwing waard is.
De werkelijkheid achter Bos’ constatering was niet pas op vrijdag zichtbaar, maar ook al de dagen, zo niet weken, daarvoor. Het diepgaande beschouwen van wat er gaande is, had dus vorige week al in de Tweede Kamer plaats kunnen vinden, toen de Algemene Politieke Beschouwingen toch al geagendeerd stonden.
Betekent de huidige financiële crisis inderdaad de teloorgang van het liberale marktdenken? Na de ondergang van de idee dat de samenleving maakbaar is, zou dat een volgende politieke denkrichting zijn die zich kapot loopt op de werkelijkheid. Hoe zou VVD-leider Mark Rutte daar tegenaan kijken? Hij onderschreef nog zeer recent in zijn conceptbeginselverklaring het belang van de vrije-markteconomie. En denkt CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel echt dat de stille revolutie die volgens hem gaande is op het gebied van de arbeidsparticipatie door ouderen de uitweg is?
Of bewijst de financiële crisis ‘slechts’ dat het toezicht op de banken faalt, hetgeen mogelijk met een paar bestuurlijk-technische maatregelen te verhelpen is? Doelt Rutte daarop als hij het in diezelfde beginselverklaring heeft over de overheid in de rol van marktmeester? Hoever zou PVDA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer willen gaan met het geven van extra bevoegdheden aan die marktmeester en zijn de recente maatregelen van dit kabinet tegen de topinkomens dan voldoende? Of zijn technische ingrepen niet los te zien van de politiek-filosofische constatering dat dit de teloorgang is van een heel systeem?

Hebzucht was het woord dat Bos vorige week in de mond nam. Geldt dat wat hem betreft alleen voor bankiers, grote beleggers en optiehandelaren of bedoelde de minister van Financiën dat de mens in wezen corrupt is? Politiek gaat immers over hoe je tegen de mens aan kijkt: is hij tot het goede geneigd of eerder tot het kwade, is hij uit op eigen belang of houdt hij ook het belang van de gemeenschap in het oog?
De Amerikaanse econoom Steven D. Levitt stelde zich die vraag in zijn in 2005 verschenen boek Freakonomics. De titel was niet bedoeld als voorbode van de huidige financiële crisis, maar is nu wel toepasselijk: it freaks you out als je tot je door laat dringen dat te hoge hypotheeklasten van Amerikanen kunnen leiden tot een wereldwijde financiële crisis.
Het leuke aan de econoom Levitt is dat hij zichzelf originele vragen stelt, zoals: waar zijn alle criminelen gebleven? Levitt is geïnteresseerd in het gedrag van mensen en neemt geen genoegen met voor de hand liggende antwoorden, zoals dat strengere veiligheidswetten de criminaliteit wel zullen hebben teruggedrongen, waardoor hij erachter komt dat de legalisatie van abortus de oorzaak is.
In zijn inleiding verwijst Levitt dan ook naar de grondlegger van de economie, Adam Smith. Die man was in de eerste plaats filosoof en dacht na over, zoals Levitt dat noemt, de frictie tussen individuele wensen en maatschappelijke normen in de begintijd van het moderne kapitalisme, toen beloningen – net als nu – in een razend tempo de pan uit rezen.
Levitt laat met behulp van onderzoeksdata zien dat ouders met kinderen op een dagverblijf, leerkrachten op scholen en sumoworstelaars ‘vals’ spelen als daarmee door het beloningssysteem voor hen wat te winnen valt. Bedrog, zo wil hij maar zeggen, komt onder allerlei soorten mensen voor. Maar wil dat ook zeggen dat we allemaal vals spelen? vraagt Levitt zich af.
Hij beantwoordt die vraag met het verhaal van een bagelverkoper. Die man bezorgt zijn bagels ’s morgens bij allerlei bedrijven en haalt ’s avonds het geld op: hij ziet er niet op toe of iedereen ook wel netjes zijn bagel afrekent. Wat blijkt: gemiddeld 87 procent betaalt wel, 13 procent dus niet, in kleine organisaties is men eerlijker dan in grote en op de verdieping van de bazen wordt slechter betaald, dus vaker vals gespeeld, dan in de lagere regionen.
Met de bevindingen van Levitts onderzoek kan de politiek volgende week tijdens de begroting van het ministerie van Financiën aan de slag. Maar dan wel creatief, zoals Levitt dat zelf ook zou doen. Dus niet direct aannemen dat de wereldwijde crisis is opgelost als vooral de bazen van grote concerns worden aangepakt via een strenger toezichtsysteem.
Bij Levitt ging het tenslotte slechts om een bagel, bij de huidige crisis gaat het om veel geld dat te winnen was. Niet alleen door de topmannen, maar ook door de mannen en vrouwen die we vorige week met hun kartonnen dozen met privé-eigendommen uit de failliete banken zagen komen. Bovendien viel in dit systeem, zoals Bos het noemde, ook voor de (Amerikaanse) consument wat te winnen. Die leefde op te grote voet, met geleend geld. Was dit slechts de dertien procent uit Levitts verhaal of waren het er veel en veel meer? Zijn dat dan allemaal ‘corrupte’ mensen, of was het kiezen uit het woud van financiële mogelijkheden voor hen te verleidelijk en te ingewikkeld geworden en daarmee wel wat anders dan de vraag of ze eerlijk een bagel betalen als de verkoper er niet bij staat?
Wie geneigd is te beamen dat het inderdaad te ingewikkeld is geworden, zal zich de vervolgvraag moeten stellen: kan de mens in een complexe samenleving dan wel in vrijheid zijn leven vorm geven zonder dat dit negatieve effecten op de maatschappij als geheel heeft? Daarmee gaat deze crisis wel dieper dan alleen het fatale graaien door een bovenlaag van topmannen. Dan is er een fundamenteel probleem.
Daarom is er werk aan de winkel voor de politici. Het is niet voldoende dat de begroting sluitend is en de koopkrachtplaatjes de sociale partners in toom zullen houden, zodat dit kabinet rustig verder kan regeren en mogelijke politieke wanorde is voorkomen – een sterke drijfveer voor de huidige coalitiepartners CDA, PVDA en ChristenUnie. Het vrije-marktdenken heeft ernstige averij opgelopen, de maakbare samenleving stond al bij het oud vuil, wat nu? Daar wil de kiezer meer over horen. Die wil niets liever dan geleid worden, zeker in turbulente tijden, door een groot, consistent verhaal met een moraal. Verschillende grote, consistente verhalen met een moraal. Want de meningen in Den Haag verschillen wel degelijk zeer wezenlijk van elkaar.
Het gaat niet alleen om een pragmatische keuze voor het instrument waarmee de overheid mogelijk ingrijpt om het graaien aan banden te leggen, maar ook om principiële keuzes waarin een mensbeeld en een idee over het goede leven een rol spelen. Economie begint bij filosofie, dat bewees Adam Smith al.