Media

Politieke retoriek

Er zijn niet veel redenen om de Amerikaanse kiezer te benijden, maar wie de laatste weken af en toe de knop omdraaide, weg van het vaak armetierige gehakketak tussen de lijsttrekkers van de Nederlandse partijen, om te kijken en te luisteren naar Bill Clinton, Condoleezza Rice of Barack Obama, zal een zeker gevoel van jaloezie toch moeilijk hebben kunnen onderdrukken.

Of je er als land werkelijk beter van wordt is een tweede, maar het gebrek aan retorische verbeeldingskracht dreigt politiek debatteren in Nederland te reduceren tot een voorgekookt partijtje vliegen afvangen.

Natuurlijk valt er heel wat af te dingen op het beeld van Amerika als voorbeeld van democratische politiek. Geld en belangengroepen spelen daarvoor een te grote rol, terwijl de participatie en het kennisniveau onder aanzienlijke delen van de bevolking bedroevend laag liggen. Politieke tegenstellingen worden ondertussen via spijkerharde media- en advertentiecampagnes tot in het absurde op de spits gedreven, met een heilloze polarisatie als gevolg. De Amerikaanse democratie hapert – zoals de samenleving zelf langzaam maar zeker in verval dreigt te raken door de groeiende kloof in inkomen, gezondheidszorg, onderwijs en andere basale voorzieningen.

Ondanks dat blijft er van die grote redevoeringen tijdens de Democratische en Republikeinse conventies een bijzondere kracht uitgaan. Wie bereid is verder te kijken dan het circus, de met vlaggetjes zwaaiende partijgangers, de geraffineerde cameravoering en het ongegeneerde Amerikaanse chauvinisme, voelt hier en daar een werkelijke bezieling ten aanzien van grote maatschappelijke kwesties, over de steeds dieper snijdende maatschappelijke tegenstellingen heen. Zo klonk in Clintons redevoering onmiskenbaar een vleugje Martin Luther King door, en dat kwam niet alleen door de gelijkenis in tongval.

Opvallend was ook de groothartige wijze waarop Condoleezza Rice – een van de weinige intimi uit de kring van George Bush die zijn bewind moreel heeft overleefd en nog een politieke toekomst heeft – het vraagstuk van de immigratie behandelde. Wijzend op de geschiedenis van Amerika omarmde de Republikeinse als het ware de miljoenen immigranten: aan hun aanwezigheid kon het land nieuwe kracht ontlenen. Daarbij vergeleken verbleken zo’n beetje alle Nederlandse politici tot hele en halve xenofoben.

De toespraak van Rice laat precies zien waarin de kracht en de mogelijkheden van zulke redevoeringen liggen: ze bieden politici de gelegenheid een visie op het heden en de toekomst te ontvouwen, om grote lijnen neer te zetten, redeneringen af te maken en de implicaties ervan te laten zien. Cynici zullen wijzen op de retorische trucjes en de overmaat aan oneliners, maar dat neemt niet weg dat van dergelijke visionaire redevoeringen een onmiskenbaar bindende kracht kan uitgaan – en dan hebben we het niet alleen over de dwepende partijgangers, maar over substantiële delen van de bevolking, waaronder jongeren en minderheden, zoals Obama vier jaar geleden heeft laten zien.

Televisiedebatten zoals die de laatste weken in Nederland hebben plaatsgevonden, werken niet zelden het tegenovergestelde in de hand: niet de visie maar het spel staat centraal. Wie weet zich het best neer te zetten en het partijstandpunt het puntigst naar voren te brengen, wie deelt de klappen uit en weet de ander het meest effectief in de hoek te drijven? De deelnemers hebben al maanden eerder geprobeerd de regels van dat spel naar hun hand te zetten – met bloedeloosheid, verkramping en irritaties als veel voorkomend resultaat, of, in het beste geval, een enerverend woordenspel. Al met al een smalle basis voor politieke oordeelsvorming.

Natuurlijk kent het mediaspektakel rond de verkiezingen – waarin de televisie zich opmerkelijk genoeg als politiek epicentrum heeft weten te handhaven, ondanks internet, Twitter en sociale media – ook andere podia dan de debatten. Interviews in kranten en tijdschriften, praatprogramma’s op radio en tv: ze bieden politici volop gelegenheid hun ‘zachte’ kanten te laten zien. Juist in die optredens wordt de basis gelegd van het vertrouwen zonder welk de politiek is overgeleverd aan onverschilligheid en cynisme.

Toch ontbreekt in veel gevallen ook in deze zachtere politieke rubrieken, precies als in de televisiedebatten, het retorische, visionaire elan dat verkiezingen het karakter kan geven van een moment dat ertoe doet. Het gevolg daarvan is dat we na deze campagnes nog steeds niet weten hoe verschillende partijen precies staan tegenover de opwarming van de aarde, de vleesindustrie, de maatschappelijke uitsluiting van vluchtelingen, de immigratiepolitiek, de ruimtelijke ordening, de noodzakelijke scholing van ouderen en een hele reeks van andere zaken die de komende decennia onze samenleving zullen beheersen. We hebben er de afgelopen weken weinig, bitter weinig over gehoord. Precies in die lacune zouden visionaire redevoeringen kunnen voorzien.