Politiestaat Iran

Wat er op het ogenblik in Teheran gebeurt doet iedere dag meer denken aan de manier waarop Stalin met zijn tegenstanders afrekende. President Ahmadinejad is een kabouter vergeleken bij de sovjet-generalissimo, maar het gaat om het principe. De politieke tegenstanders worden in staat van beschuldiging gesteld, gearresteerd, verschijnen in een monsterproces en bekennen daar welke infame plannen ze, met buitenlandse hulp, tegen de staat hebben gekoesterd. Zo ging het in Moskou, in de tijd van de beroemde openbare aanklager Andrei Vyzjinski. Nu staan daar, volgens het verslag van Thomas Erdbrink in NRC Handelsblad, ‘circa dertig prominente politici, activisten, academici en journalisten’. Ze worden beschuldigd van spionage en voorbereidingen tot het omverwerpen van de regering, natuurlijk met hulp van de CIA, en deze keer ook van Nederland, dat vijftien miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor kritische media. De steun – dat werd in het proces duidelijk – komt onder meer van de Hivos, een humanistisch instituut dat bezield is van louter goede bedoelingen.
Maandag heeft de hoogste geestelijk leider Ali Khamenei de herverkiezing van Ahmadinedjad tot president opnieuw bekrachtigd. Leiders van de oppositie, Rafsanjani, Khatami en Mousavi hebben verstek laten gaan. Ik schrijf dit stukje op dinsdagochtend; ik vermeld het erbij omdat in het Teheran van deze dagen veel kan gebeuren. Als alles volgens de officiële plannen verloopt, wordt Ahmadinejad woensdag opnieuw beëdigd. Het is intussen wel duidelijk dat hij al bezig is de oppositie van 12 juni te vernietigen. Daarvan getuigt dit monsterproces. We moeten erop rekenen dat na de plechtigheid de afrekening met hernieuwde kracht wordt voortgezet. Maar dit is niet een min of meer toevallige politieke oppositie, het is een volksbeweging die in de afgelopen twee maanden meer vorm en zelfvertrouwen heeft gekregen en waarvan het leiderschap zich opnieuw scherper aftekent.
Wat kan er onder deze omstandigheden gebeuren? Het bewind dat erin is geslaagd zich door een vervalste verkiezingsuitslag te continueren, zal zich waarschijnlijk alleen door een permanente dreiging met geweld kunnen handhaven. Dit betekent dat Iran zich verder tot een politiestaat zal ontwikkelen. Tegelijkertijd zal Ahmadinejad zijn beleid om Iran tot de supermacht van het Midden-Oosten te maken voortzetten, dus verder gaan met de ontwikkeling van een kernwapen. Zelf blijft hij dit ontkennen, maar de verdenking volstaat. Met Iran als kernmogendheid zouden de verhoudingen in het Midden-Oosten radicaal veranderen. De Arabische landen willen deze hegemonie niet; Israël ziet het als een bedreiging voor zijn voortbestaan; en ten slotte kan de internationale gemeenschap zo’n nieuwe verstoring van een halve vrede niet gebruiken.
Wat kan er worden ondernomen tegen een land dat zich iedere dag duidelijker tot een bedreiging van de vrede ontwikkelt? Een preventief ingrijpen, zoals Israël in 1981 de kerninstallaties van Saddam Hoessein heeft gebombardeerd? Dat zou een volstrekt averechts effect hebben. Na zes jaar oorlog in Irak kan het Midden-Oosten een nieuwe gewelddadige ontwrichting niet verdragen. Het fundamentalistisch terrorisme zou zich geen betere aanmoediging kunnen wensen. En de Iraanse oppositie die nu voor een wending ten goede de beste kansen biedt, zou zich verraden voelen.
Ook een voortzetting van de politiek van George W. Bush – Iran opnieuw te rangeren in de As van het Kwaad – is uitzichtloos. President Obama heeft eerder verklaard dat hij openstaat voor een gesprek met Teheran. Dat kan meer perspectieven bieden dan de politiek van isolering. Maar dan moet wel aan een paar voorwaarden worden voldaan. Niet alleen de landen van het Westen, ook Rusland en China moeten bereid zijn economische druk uit te oefenen. Op het ogenblik is Washington met de bondgenoten in gesprek. De Russen en Chinezen, belangrijke handelspartners van Iran, zouden moeten meedoen. Op die manier kan er een langzame Verelendung van Ahmadinejad tot stand worden gebracht. Zijn binnenlandse positie zou verder verzwakken, en dan zou de oppositie de rest moeten doen. Ja, gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Maar er is geen redelijk alternatief. Gewapend ingrijpen zou tot vergroting van de chaos in de regio leiden, en daarbij ongetwijfeld een morele versterking van het fundamentalistisch terrorisme betekenen. Sinds het aantreden van George W. Bush is de politiek van containment, het met zo veel mogelijk middelen in bedwang houden van de tegenstander, uit de mode geraakt. Voor 2003 werd Saddam Hoessein met containment bestreden, met succes. Daarna kwam de oorlog, het grote begin, de shock and awe. Zes jaar later hebben honderdduizend Irakezen en tegen de vijfduizend Amerikanen het leven gelaten, zijn anderhalf miljoen burgers op de vlucht en is het land nog steeds een chaos. Met veertig jaar containment is de Sovjet-Unie verslagen. Probeer het nu op deze manier met Ahmadinejad. En geen oorlog.