Commentaar

Politiestrop voor Remkes

Afgelopen weekeinde zei minister Johan Remkes (VVD) van Binnenlandse Zaken in het RTL Nieuws te streven naar «een nationale politie», aangestuurd vanuit Den Haag. Dat vergroot de veiligheid, is het idee. En daar heeft het kabinet zwaar op ingezet.

Remkes is eindverantwoordelijk voor de prestaties die de politie levert. Ook zijn eigen partij zal hem wat dat betreft hard aanpakken. Dus wil de minister zijn greep op de vooralsnog regionaal georganiseerde politie verstevigen. Ook de onstuitbare nadering van de gekozen burgemeester speelt vast een rol. Nu is de burgemeester van de grootste gemeente in een politieregio de korps beheer der en daarmee de directe politieke baas van de hoofdcommissaris (de korps chef). Weldra zullen het de thema’s «veiligheid» en «Den Haag, rot op!» zijn die gewicht in de schaal leggen bij burgemees tersverkiezingen. Korpschef en gekozen korpsbeheerder kunnen het de minister nog lastig maken met een eigengereide aanpak.

Met zijn huidige centralistische beleid legt Remkes echter zijn hoofd in een strop, niet wetende wie de lus wanneer zal aantrekken. Waar de Kamer nog lag te slapen bij het erdoor drukken van de «prestatiecontracten» voor de politie, is ze nu wakker geschud. Een nationaal georganiseerde politie zou te ver af staan van de burgers, en zich daardoor al snel repressief gedragen. De korpschef van Twente vertelde De Groene Amsterdammer te huiveren van een nationale politie «met een generaal aan het hoofd».

Vorige week berichtte deze krant over de bedenkingen van de politietop omtrent de prestatiecontracten die de korpsbeheerders onder grote druk hebben afgesloten met Remkes. Die moeten vanaf 2006 jaarlijks resulteren in 40.000 extra zaken die de politie landelijk aanlevert aan het Openbaar Ministerie, en 180.000 extra boetes: een uitvloeisel van Remkes’ centralisme. In zijn drang alles te willen regelen zag hij niet hoe de korpsbeheerders hem de strop aanreikten met hun weigering prestatiecontracten te tekenen als daarin niet was opgenomen dat Justitie zich verplichtte de door de politie aangedragen zaken af te handelen. Hoge politiefunctionarissen voelen zich niet gebonden aan welk contract dan ook als Justitie de afspraken niet nakomt.

Kortom, faalt Donner, dan faalt Remkes ook. En hoe nationaler hij de politie aanstuurt, hoe minder mogelijkheden Remkes heeft zich achter het «falende apparaat» te verschuilen. Heenzendingen, vormfouten, cellentekort, bolletjesslikkers, draaideur criminelen: het is niet de politie die miskleunt bij de flaters op veiligheidsgebied. Het is Justitie. En dankzij zijn centralistische beleid zal dát Remkes nog bezuren.