Pompen-of-verzuipentoneel

Nog tot en met 4 juni (dinsdag-zaterdag) te zien in Het Theater aan het Spui, 070-3465272/3469450.
De Griekse dramaturg Aischylos (525-456 v.Chr.) moet een moedig man zijn geweest. In zijn trilogie Oresteia stelde hij op onverschrokken wijze de onoplosbare verbondenheid van god en staat, van theologie en politiek aan de orde en bracht hij nieuwe verbeeldingen van de goden op de podia die zo revolutionair werkten dat de auteur in ballingschap moest. In De Perzen beschreef Aischylos de overwinning van de Grieken op de Perzen bij Salamis. Die slag had slechts acht jaar daarvoor plaatsgehad. De Perzen behandelt de politieke gebeurtenis vanuit het perspectief van de overwonnenen. Een moedige daad. Stelt u zich voor dat Edward Albee in 1983 een drama schreef over de ontreddering binnen de Amerikaanse ambassade te Saigon in 1975.

Aischylos’ dramaturgie scharniert op grote contrasten. In De Perzen staat het klagende koor van de Perzische staatsraad tegenover de ontredderde koningin-moeder Atossa. Het hoort een vreselijk bodeverhaal aan over de afloop van de veldslag, het roept de tussen berusting en woede wankelende geest van koning Dareios op, en ziet zich geplaatst tegenover de wanhoop van de verslagen koningszoon Xerxes. Handeling is er nauwelijks. De optredende personages spreken zich uit in extremen. De schrijfstijl ligt dicht bij het oratorium.
Toch is De Perzen als theaterpartituur weer in trek. Het stuk staat in Mu"nchen op het repertoire, Peter Sellars regisseerde het voor de Salzburger Festspiele en volgend seizoen gaat Hollandia het spelen. Hans Croiset koos voor Aischylos’ tekst als sluitstuk van zijn artistiek leiderschap bij het Nationale Toneel in Den Haag.
Voor de regisseur die Aischylos kiest liggen twee wegen open. De eerste: een kale, harde bewerking die de emoties neerlegt waar ze horen - bij het publiek. Dat deed Stein met zijn Oresteia-enscenering. Dat deed Sellars met De Perzen, onder meer door het stuk te verplaatsen naar het Bagdad van na de Golfoorlog.
De tweede weg in het ensceneren van Aischylos geeft ruimte voor de extreme consequentie van het feit dat zijn tragedies in feite maar een hoofdrolspeler kennen: het koor. Erik Vos deed dat in 1963 op monumentale wijze met De Perzen, Ariane Mnouchkine koos in haar Atriden-cyclus een extreme, voor het koor wild-dansante, in het spel van de personages een aan het Japanse acteren ontleende speelstijl. Beide wegen bleken een perfect voertuig voor de tekst.
Hans Croiset gaat in zijn regie van De Perzen tussen die beide wegen inzitten. En komt uit in Nergenshuizen. Het Theater aan het Spui is omgebouwd tot een rechthoekige arena die is gevuld met zand. Er staan enkele palen en er liggen wat rotsblokken die tijdens de geestverschijning van Dareios gaan branden. Centraal ‘personage’ is het rafelig gekostumeerde, met zand overdekte koor waaruit zich de figuren Atossa, de bode, Dareios en Xerxes losmaken.
In een geval levert dat een prachtig beeld op: wanneer het koor uiteenbarst en de in een kramp gestolde figuur van Xerxes baart. Has Drijver demonstreert vervolgens in een kwartiertje wat de enscenering had kunnen zijn wanneer de overige acteurs zich aan zijn strakke, retorische maar perfect geplaatste dictie hadden gelaafd. Drijver neemt de ruimte om tekst te laten aankomen.
De overige acteurs doen iets wat ik rood-op-rood-schilderen noem. De tremolo’s en trillers die ze in hun tekst leggen zijn ongetwijfeld bedoeld om te laten merken dat zij het bij-zon-der moeilijk hebben. Maar het blijft een dubbele fout. Een: dat heeft Aischylos allemaal al opgeschreven. Twee: de acteurs spelen het effect van de tekst en niet de tekst zelf, met als gevolg dat althans deze toeschouwer de gebeurtenis volkomen onbewogen over zich heen liet komen.
Dit pompen-of-verzuipentoneel leverde een krachteloze avond op, vol pastiches van het oprecht stamelende fysieke theater uit de jaren zestig. Aischylos kon het allemaal niet helpen. Behoudens dat kwartiertje Xerxes heb ik hem ook niet gehoord.