Shell: vriend of vijand van de planeet?

Pompen wat je pompen kunt

Volgens topman Ben van Beurden wil Shell een ‘force for good’ zijn, al vertellen de daden van zijn bedrijf voorlopig een ander verhaal. Waar groene aandeelhouders de olietanker van binnenuit willen bijsturen, verdient de fossiele industrie volgens klimaatactivisten een plek in het verdomhoekje.

Medium anp 50001817
De raffinaderij van Shell in Pernis © Remco de Waal

Echt waar, we nemen de opwarming van de aarde heus wel serieus, beklemtoonde topman Ben van Beurden nog maar eens tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Shell, vorige week dinsdag. ‘We snappen het. Shell begrijpt dat het een rol moet spelen in de energietransitie.’ Hij wist dat ze zouden komen, de vragen over het duurzaamheidsbeleid van Shell – of liever: het gebrek daaraan. Om de kritische beleggers voor te zijn, nam het bestuur uitgebreid de tijd om de groene zorgen te adresseren. Er gebeurt al een hoop, bezwoer president-commissaris Charles O. Holliday. Kijk maar in het duurzaamheidsrapport, daarin staat precies beschreven hoe Shell omgaat met de ‘energieuitdaging’. Want, zei hij: ‘Shell ondersteunt het klimaatakkoord van Parijs volledig en zal haar aandeel leveren in de implementatie ervan.’

Wie deze teksten zo leest, zou vermoeden dat de laatste resolutie op de agenda zonder al te veel tegenstand werd aangenomen. Dat was namelijk precies wat Resolutie 21 voorstelde: Shell dient concrete doelstellingen te formuleren die in lijn zijn met het verdrag van Parijs. De motie was een initiatief van Follow This, een groep activistische aandeelhouders die de oliegigant wil aansporen om een voortrekkersrol te nemen in de energietransitie. Wees ambitieus, duidelijk en transparant, roepen ze het bestuur op. Het bleek te veel gevraagd. Meer dan negentig procent van de aandeelhouders stemde tegen het voorstel van Follow This.

Een verrassing was dat niet. In niet mis te verstane bewoordingen had de Shell-top de aandeelhouders aangeraden tegen de motie van Follow This te stemmen. Het plan was ‘onredelijk’, ‘ineffectief, zelfs contraproductief’, zo lichtte de directie het stemadvies toe. Harde doelstellingen zouden ten koste gaan van de flexibiliteit die volgens Shell zo belangrijk is om te overleven in het snel veranderende energielandschap. Waarom zou Shell zichzelf beperkingen opleggen terwijl dit een probleem is van de hele sector? Daarmee snijd je jezelf alleen maar in de vingers, waarschuwde Van Beurden. Alleen overheidsmaatregelen kunnen zorgen voor een eerlijk speelveld.

Het is een terugkerend patroon. Shell kan en wil een force for good zijn, gelooft directeur Van Beurden. Maar ondertussen vertellen de beslissingen van zijn bedrijf een ander verhaal: als puntje bij paaltje komt kiest Shell consequent voor de fossiele route. Volgens de Britse organisatie Influence Map geeft Shell ieder jaar minstens 22 miljoen euro uit om ongewenst klimaatbeleid te dwarsbomen. De Correspondent becijferde dat minder dan één procent van alle investeringen naar hernieuwbare energie gaat. En uit onderzoek van De Groene Amsterdammer bleek dat Shell in Nederland al jarenlang veruit de grootste uitstoter van broeikasgassen is. Misschien liet Ben van Beurden zijn ware gezicht zien toen hij vorig jaar in een interview met Nieuwsuur zei dat hij ‘alles oppompt wat hij op kan pompen’ zolang de markt daarom vraagt.

Het voedt de discussie over de rol van bedrijven als Shell in de strijd tegen klimaatverandering. Kunnen ze überhaupt een constructieve partner zijn? Veel overheden geloven van wel. Zeker in de VS en Europa wordt de input van bedrijven gewaardeerd bij het uitstippelen van klimaatbeleid. In zijn openingsspeech op de Nederlandse klimaattop, in oktober, prees premier Rutte de inzet van het vaderlandse bedrijfsleven, waaronder Shell. Vol lof was hij over de ‘spirit van samenwerking’. Maar ondertussen groeit de roep om fossiele energiebedrijven als personae non gratae te bestempelen. Keer op keer belemmeren zulke multinationals doortastende klimaatactie, merken ook de klimaatonderhandelaars bij de VN. De fossiele industrie verdient een plek in het verdomhoekje, vinden klimaatactivisten. Dat zo’n dubieuze sector nog altijd zo diep verankerd is in de samenleving is moreel onaanvaardbaar. Is het een radicaal standpunt of een vooruitziende blik?

Misschien heeft Mark van Baal, initiatiefnemer van Follow This, wel meer vertrouwen in Shell dan Shells eigen directie, zei hij tijdens de aandeelhoudersvergadering. De multinational heeft genoeg slimme en ambitieuze mensen in huis, aan kapitaal is er geen gebrek en ook grote beleggers beginnen de druk op te voeren, merkt Van Baal. Zo stemden pensioenbeleggers Actiam en Blue Sky Group voor de groene resolutie en onthielden verzekeraars Aegon en Nationale Nederlanden zich van stemming om een signaal af te geven. ‘En we kregen de steun van veb, een beleggersvereniging die toch vooral let op aandeelhouderswaarde en dividend. Zij begrijpen dat het niet alleen een morele kwestie is; het is ook gewoon een zakelijke kans als je nu vol inzet op duurzame energie.’ Het stemt hem hoopvol. Ging het een paar jaar geleden op de aandeelhoudersvergadering enkel over olie en gas, inmiddels is klimaatverandering een prominent agendapunt. ‘Je ziet ook wel beweging bij Shell’, zegt Van Baal. ‘Ze hebben bijvoorbeeld een New Energy Division opgericht. Dat is een belangrijke stap.’

Maar vooralsnog gaat het allemaal veel te traag, erkent hij. Tegenover de tweehonderd miljoen dollar die in 2016 naar New Energy ging, staan de miljardeninvesteringen voor de winning van fossiele brandstoffen. ‘Ons initiatief draagt ook bij aan de ontmaskering’, zegt Van Baal. Het dwingt Shell om kleur te bekennen; door het negatieve stemadvies viel de oliegigant uit zijn groene rol. ‘Ze kunnen wel blijven zeggen dat ze de doelen van Parijs “supporten”, maar Shell is een speler, geen supporter. Ze zitten niet op de tribune, ze staan op het veld. De omzet van Shell is groter dan de economieën van veel landen die het Parijs-akkoord ondertekenden. Ik begrijp wel dat het moeilijk is om zo’n olietanker bij te sturen, maar ze zullen wel moeten. Als ze niet veranderen, gaan fossiele energiebedrijven ten onder. Alleen dreigen ze eerst de planeet naar de knoppen te helpen.’

‘Als ze niet veranderen, gaan fossiele energiebedrijven ten onder. Alleen dreigen ze eerst de planeet te verwoesten’

Waar Follow This voorlopig de dialoog blijft zoeken, menen de activisten van Fossil Free Culture dat we die fase al lang zijn gepasseerd. Shell is een gevaar voor de planeet en moet als zodanig behandeld worden. Dus beklommen acht vrouwen in witte jurken de trappen van het Van Gogh Museum en dronken demonstratief een olie-achtig goedje uit sint-jakobsschelpen, terwijl een van hen een brief van Vincent van Gogh voorlas, over moed in gevaarlijke tijden. De performance was een protest tegen de sponsordeal tussen het museum en Shell. Het olie- en gasconcern gebruikt de financiële steun aan culturele instellingen om zijn imago te greenwashen, schrijft de actiegroep op haar website.

‘Het is een terechte strategie’, vindt Vatan Hüzeir. ‘Eindeloos doorpraten met fossiele energiebedrijven heeft geen zin, dat kunnen we onderhand wel concluderen. Zo’n actie vormt een startpunt van een belangrijke discussie. Wat zijn de effecten van de samenwerking met de fossiele industrie? In dit geval verschaft de sponsordeal met het Van Gogh Museum een bedrijf als Shell een social license to operate.’ Dat dit niet louter een abstract begrip is, toont het rapport dat Hüzeir onlangs presenteerde. Een jaar lang deed de socioloog en oprichter van de denktank Changerism onderzoek naar de banden tussen de Rotterdam School of Management (rsm) en fossiele energiebedrijven. Een van de documenten die hij onder ogen kreeg, was een studie waarin de auteurs zich afvragen wat de strategische waarde is van Shell voor Nederland. Daar wordt de sponsorrelatie met het Van Gogh Museum expliciet genoemd als illustratie van de ‘sociaal-maatschappelijke rol’ van Shell.

‘Onze samenleving ondersteunt op allerlei manieren een problematische bedrijfstak’, zegt Hüzeir. ‘Door de financiële banden in kaart te brengen laat je zien hoe vervlochten de fossiele industrie is met maatschappelijke instituties. Daar wilden we met ons onderzoek aan bijdragen.’ De conclusie van Changerism liegt er niet om: de rsm, de managementschool van de Erasmus Universiteit, is medeplichtig aan de opwarming van de aarde, vanwege haar innige banden met de fossiele industrie. Zo bestelden energiebedrijven een onderzoek met de vraag hoe ‘stakeholdermanagement’ kan bijdragen aan het creëren van een breder draagvlak voor aardgas. En financierde Shell een rapport dat ervoor pleit om de hoofdkantoren van multinationals in Nederland te houden. Een van de meest opmerkelijke ontdekkingen is misschien wel het partnership-contract tussen de rsm en Shell, waarin staat dat de olie- en gasreus invloed kan uitoefenen op ‘de opzet van het rsm-curriculum en de profielen van studenten’.

Het is niet nieuw dat universiteiten voor financiering steeds meer afhankelijk zijn van het bedrijfsleven, waardoor de academische onafhankelijkheid in het geding kan komen. Dat is op zich al zorgwekkend, zegt Hüzeir. Maar in het geval van fossiele energiebedrijven is het extra kwalijk. ‘Je ontkomt niet aan de ethische implicaties. Als universiteit houd je een businessmodel in stand dat ontwrichtend is voor het klimaat. Dat is niet zomaar onze mening. Het zijn de natuurwetten die tot deze conclusie leiden.’

Voor de Fossielvrij-beweging, waar Hüzeir tot voor kort actief deel van uitmaakte, valt een bedrijf als Shell in dezelfde categorie als tabaksproducenten of wapenfabrikanten: ‘Stel je voor dat een universiteit samenwerkt met een bedrijf dat clusterbommen maakt. Ik denk niet dat we dat acceptabel zouden vinden.’ Nu genieten bedrijven als Shell nog een zeker aanzien, maar volgens Hüzeir is het slechts een kwestie van tijd voor het maatschappelijk draagvlak voor hun activiteiten volledig is uitgehold. Zo ging het ook met de tabaksindustrie. Inmiddels heeft de Wereldgezondheidsorganisatie allerlei regels opgesteld die sigarettenreclames verbieden en de tabakslobby aan banden legt. ‘Zoiets moet er ook komen voor fossiele energiebedrijven’, zegt Hüzeir. ‘Dat gaat ook gebeuren, daarvan ben ik overtuigd. De tijd is daar steeds meer rijp voor.’

Dat zijn de ontwikkelingslanden binnen de Verenigde Naties in ieder geval met hem eens. Als het aan hen ligt komen er strengere regels voor de bedrijfslobby bij de klimaatonderhandelingen, berichtte The New YorkTimes onlangs. Afgevaardigden van onder meer Oeganda, Ecuador, Venezuela en de Filippijnen presenteerden een voorstel voor richtlijnen die de invloed van het grootbedrijf moeten inperken. Als precedent wijzen ook zij naar het anti-tabaksverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie. Ze bedongen alvast dat de fossiele industrie voortaan transparant moet zijn over de ‘conflicterende belangen’.

Hoewel bedrijven officieel niet aan tafel zitten bij klimaattoppen sturen ze zware delegaties naar de conferenties om in de wandelgangen en tijdens side-events hun zaak te bepleiten. Dat is prima, beargumenteren voorstanders van de samenwerkingsstrategie, want zij kunnen een belangrijke rol vervullen in de noodzakelijke transitie. Maar het primaire doel van multinationals is en blijft het maximaliseren van de aandeelhouderswaarde, waardoor – zeker bij fossiele energiebedrijven – de winst vaak voorrang krijgt op het lot van de planeet. Olieconcerns als Shell en Exxon dragen dan ook niet bij aan oplossingen, maar verhinderen ambitieuze klimaatdoelen.

Zulk wantrouwen is topman Ben van Beurden tegen het zere been. In het bedrijfsblad van Shell beklaagde hij zich vorig jaar over de demonisering van de fossiele industrie. Het is moeilijk ‘te worden erkend als een waardevolle partner in de discussie over hoe we klimaatverandering kunnen tegengaan’, zei hij. Dat komt doordat ‘onze bedrijfstak in de ogen van het publiek aan geloofwaardigheid heeft verloren’. Maar in plaats van de hand in eigen boezem te steken, kroop Van Beurden in de slachtofferrol. Mensen luisteren liever naar de simplistische boodschappen van activistische filmsterren dan naar een energiebedrijf met bruikbare kennis en de beste bedoelingen. ‘Ik wil ook het beste voor de aarde en voor de mensen’, zei Van Beurden. Het zijn mooie woorden. Maar hoe langer Shell een fossiele koers blijft varen, hoe moeilijker het wordt om de wereld daarvan te overtuigen.