Pools bureau

Voor me ligt de Weekplanner 1999, een zwart langwerpig boekje, 9 bij 16 centimeter lang, nog geen centimeter dik, ik heb het net opgemeten. Op de kaft staat 1999, mijn naam staat er al in, voor de rest is het vrijwel leeg. Bladzijden lang ongenummerde pagina’s met cijfers, namen van maanden en dagen, nummers van weken, het enige boek waarvan je zonder het te lezen de afloop kent en waarvan de plot samenvalt met de tijd waarin die wordt verteld. Interactief al ver voor de cd-rom. Je mag de bladzijden per dag en per week zelf beschrijven, doorhalingen toegestaan, het enige boek dat ik altijd bij me heb, het enige boek met mijzelf als ultieme doelgroep.

Ik bewaar al mijn agenda’s, heb er nu een stuk of twintig. Het zijn boeken op de rand van feit en fictie, ze bevatten sporen en verhalen van en over mijn verleden, mijn verwachtingen. De aantekeningen erin lijken ongecensureerd, ze vermommen zich als feiten, maar toch zijn ze georkestreerd zoals ook het meest intieme dagboek dat is. Opvallend in mijn agenda’s zijn bijvoorbeeld de uitvoerig weggestreepte berichten. Censuur! Mocht het niet opgeschreven? Moest het zo ongelooflijk grondig worden doorgehaald? Wat stond er eigenlijk? Agenda’s bevatten onduidelijke inscripties van het dagelijks bestaan, symptomen, ze zijn als dromen die op het moment van ontwaken al niet meer te begrijpen zijn. Soms blader ik er jaren later nog wel eens in en dan zijn de feiten allang geen feiten meer maar herinneringen daaraan, ze beginnen in fictie te veranderen. Het lijkt erop dat niet ik het was die ze schreef maar een personage waaraan ik achteraf eigenschappen toeken. Toen was ik blijkbaar arm, daarna ongelukkig en aan de drank, o, nu ging het weer goed, steeds dezelfde namen, kijk eens aan, mijn held ontwikkelde gevoel voor verhoudingen, het mocht ook wel na dertig jaar. Wat zijn die tekentjes ook weer? Gestopt met roken? Verslaggeving van seksuele activiteiten? Vriendin ongesteld? Was mijn held weer verliefd? Ik ben het allemaal vergeten. Vaak bevatten ze onduldbare geheimen. In mijn allereerste lerarenagenda uit 1974 trof ik kort geleden de woorden ‘Gedicht voor Tanja’ aan. Gedicht voor Tanja? Was ik verliefd op Tanja? Wie was Tanja? Ik blader door de agenda van het vorig jaar. 'Pools bureau’, lees ik bij 22 januari. Pools bureau? 'Slepen!!!’, staat bij 14 maart. Slepen? Op 24 april: 'Het is niet mijn broer, toch is het een zoon van mijn vader, rara wie is dat of wie ben ik?’ Dit weet ik nog, het is de clou van de beroemde Snip & Snapsketch: (snerpende stem) 'Het Is Niet Mijn Broer’. Lang heb ik ernaar gezocht en eindelijk trof ik iemand die hem kende. Hoogtepunt van 1998! Over een jaar of vijf ben ik het vergeten. Ik blader door de witte bladzijden van de nieuwe agenda, alles is nieuw, de feiten zijn weggelaten, oningevuld, ik ben nog ongecensureerd. Ik ben er nog niet bij. Gelukkig, de tabel met de afstanden tussen Nederlandse steden staat er weer in. Even kijken of de afstanden nog hetzelfde zijn gebleven. Leeuwarden-Maastricht 306 kilometer. Was dat vorig jaar niet 308? Ik zoek het op in de agenda van vorig jaar, het is hetzelfde. Weekplanner 1999. Uitgave Hema, 7,95