De botsende beschavingen van Samuel Huntington

Popeye tegen Brutus

The Clash of Civilizations, over mondiale cultuurkloven – vooral die tussen het Westen en de islam – is al twintig jaar een omstreden etiket om de wereld mee te begrijpen. Ook voor huidige brandhaarden is het boek van Samuel Huntington net iets te simpel.

Medium coverhunt

Hoewel het een standaard wijsheid is dat de val van het IJzeren Gordijn ook het einde betekende van de grote ideeën, wemelde het twintig jaar geleden juist van de denkers die de nieuwe wereldorde in één keer probeerden te vangen. Met het aflopen van de Koude Oorlog was er een tijdperk afgesloten, maar de drang om op zoek te gaan naar diepe tegenstellingen tussen verschillende machtsblokken bleek onuitroeibaar. Van alle grote theorieën die na 1989 zijn gemunt, heeft er geen zich zo in het publieke debat genesteld als die van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington, die opperde dat de nieuwe tijd er een zou zijn van een botsing der beschavingen.

Vanachter zijn schrijftafel op Harvard trok Huntington culturele breuklijnen over de wereldkaart. The Clash of Civilizations and the Remaking of the World Order (uit 1996) opent met een afbeelding van de zeven continenten waarop negen grote beschavingen zijn gemarkeerd: de westerse beschaving, de Latijns-Amerikaanse, de islamitische en de orthodoxe als de vier grootste. Het rijtje wordt aangevuld met een Chinese beschaving, een Afrikaanse beschaving en een hindoebeschaving. Het middendeel van Zuidoost-Azië bevat de boeddhistische beschaving. Japan bleek een lastig geval. Dat land past eigenlijk nergens bij. En dus werd het op de landkaart van Huntington de enige beschaving die samenviel met de grenzen van een natiestaat.

Om een zo stabiel mogelijk internationaal systeem te bereiken, moesten allianties langs de lijnen van de beschavingen worden getrokken, betoogde Huntington. Maar de wereld van de toekomst zou niettemin ‘inherent instabiel’ zijn. Huntington voorspelde dat de grote beschavingen als tektonische platen tegen elkaar zouden knallen. Directe inspiratie waren brandhaarden uit de tijd dat hij zijn theorie formuleerde. Huntington wees op de oorlog tegen de moedjahedien die de Sovjet-Unie van 1979 tot 1989 voerde in Afghanistan en op de Eerste Golfoorlog. Beide begonnen als de invasie van het ene land door een ander, maar transformeerden vervolgens tot conflict tussen culturen. Zwaarder bewijs werd geleverd door de Joegoslavische burgeroorlog, met het Westen op de bres voor Kroatië, Rusland vierkant achter Servië en de Arabische wereld achter Bosnië. ‘De Bosnische oorlog is een zoveelste bloedige episode in een voortdurende botsing der beschavingen’, schreef Huntington.

Hoewel Huntington direct veel aandacht trok met zijn ronkende stelling (die net als The End of History van zijn tegenhanger en leerling Francis Fukuyama eerst verscheen als artikel met een vraagteken in de titel, en drie jaar later als boek zonder vraagteken), oogstte hij aanvankelijk ook het verwijt in een andere tijd te leven. De jaren negentig zouden een tijdperk inluiden van de netwerkmaatschappij, economische integratie en globalisering. Het idee dat er opnieuw allerlei oorlogen en confrontaties zouden komen, en dan nog wel langs eeuwenoude culturele scheidslijnen, leek tamelijk ouderwets. Toen die oorlogen en confrontaties maar bleven uitbreken – en ze vaak onheilspellend goed in Huntingtons verklaringsmodel leken te vallen – transformeerde het idee van botsende beschavingen van een provocerende stelling tot een geaccepteerde wijsheid.

The Clash of Civilizations was zeker niet de eerste poging van Samuel Huntington om zijn plaats in het publieke debat op te eisen. Hij begon er al mee in de jaren vijftig, toen hij het tromgeroffel van de Koude Oorlog opluisterde met zijn The Soldier and the State. Het was een tamelijk taai politicologisch geschrift, maar Huntington wist een controverse uit te lokken met een lofzang op de professionaliteit waarmee Duitsland en Japan in de jaren dertig hun legers organiseerden. Een decennium later deed hij dat opnieuw, toen hij in Political Order in Changing Societies ontwikkelingslanden aanraadde om democratie en inspraak nog even uit te stellen zolang zij nog aan het moderniseren waren. Weer tien jaar later, in de jaren zeventig, plaatste hij zich definitief in het conservatieve kamp met een boek waarin hij betoogde dat de Verenigde Staten en andere westerse landen leden aan te veel democratie, een kwaal die bestreden moest worden met een krachtige dosis staatsautoriteit.

Zo werd Huntington een bekende denker, maar hij nam geen genoegen met enkel invloed via zijn geschriften. Net als veel economen kon hij de verleiding niet weerstaan om te proberen de werkelijkheid aan te passen aan zijn theorieën in plaats van andersom. Zo adviseerde hij het Pentagon in de jaren zestig om de bevolking van Zuid-Vietnam te concentreren in Vietcong-vrije zones, een invloedrijk idee met desastreuze gevolgen. In de jaren zeventig huurde Brazilië (destijds een militaire dictatuur) hem in om advies te geven over politieke hervormingen. Huntington raadde aan om niet te snel te democratiseren en een sterke staat te houden. In de jaren tachtig adviseerde hij de regering van Zuid-Afrika om sterke repressie te blijven uitoefenen tijdens het hervormen van de apartheidsstaat. De ergernis over deze nevenfuncties droeg er ongetwijfeld aan bij dat de wetenschappelijke degelijkheid van Huntington werd betwijfeld toen hij kandidaat-lid werd van de prestigieuze National Academy of Sciences. Hij werd tweemaal voorgedragen en tweemaal afgewezen.

Huntington werd kortom ook al voor The Clash of Civilizations door velen met wantrouwen bezien als het ging om zijn kijk op de wereldpolitiek. Na het verschijnen van zijn boek ging dat door. Hij hanteerde een extreem versimpeld beeld van cultuur, vonden critici, had geen oog voor diversiteit en internationale netwerken, en zijn model kon niet verklaren waarom de VS bijvoorbeeld gezworen vijanden waren van Iran, maar tegelijk dikke maatjes met Saoedi-Arabië. Toch gaf Huntingtons model een handzame verklaring voor zaken die westerse krantenlezers voor raadsels stelden, zoals de scheuring in Joegoslavië. Op andere oorlogen, zoals die in Rwanda en Congo, wierp Huntingtons schema dan weer geen licht.

Medium hunt
In 2001 werd Osama bin Laden gevraagd of hij geloofde in een botsing der beschavingen. ‘Absoluut’, antwoordde hij

De kans is groot dat als de wereld op 11 september 2001 niet was opgeschrikt door de aanslagen op de Twin Towers, The Clash of Civilizations langzaam was vergeten. Maar de terroristische aanslag van al-Qaeda maakte dat Huntingtons these ook bekend werd ver buiten de vakgroepen internationale betrekkingen en de lezers van Foreign Affairs. ‘Een aanval op het vrije Westen’ was al snel het frame waarbinnen 9/11 werd geplaatst. Wat volgde was de gewapende zoektocht naar moslimterroristen in Afghanistan en naar niet bestaande massavernietigingswapens in Irak. De oorlogen waarmee de 21ste eeuw begon werden omkleed met huntingtoniaanse retoriek. Ze zouden nodig zijn om het Westen te beschermen. Wat ook bijdroeg aan de plotselinge interesse in Huntington was dat The Clash of Civilizations ook bij al-Qaeda in de bibliotheek stond. In 2001 werd Osama bin Laden in een interview gevraagd of hij geloofde in een botsing der beschavingen. ‘Absoluut’, luidde het antwoord.

9/11 was een traumatische gebeurtenis, maar fans van The Clash of Civilizations grepen het aan als bewijs voor een op handen zijnde beschavingenstrijd. Als de aanslag op het World Trade Center was gepleegd door een fundamentalist afkomstig uit, zeg, de Chinese of boeddhistische beschaving, dan had The Clash of Civilizations heel wat minder drukken beleefd. Huntingtons boek is namelijk een traktaat over de gevaarlijke cultuurkloven tussen álle beschavingen, maar het leeuwendeel van zijn analyse gaat over de verhouding tussen het Westen en de islam. Het grote thema van het post-Koude Oorlog-tijdperk is de strijd tussen deze twee beschavingen, zo voorzag Huntington. De andere zeven beschavingen spelen een bijrol in zijn analyse.

De nauwe blik van Huntington op zijn eigen thema ontleende hij aan zijn voorbeeld, de Brits-Amerikaanse oriëntalist Bernard Lewis. In 1990 publiceerde Lewis in The Atlantic een geruchtmakend artikel, The Roots of Muslim Rage, waarin hij waarschuwde dat moslimfundamentalisme een groeiende bedreiging vormde voor het Westen. Het was Lewis die de term Clash of Civilizations oorspronkelijk bedacht.

Door ‘de islam’ als uniforme beschaving aan te duiden en de tegenstelling met het Westen op te kloppen, wekte Huntington na 9/11 andermaal ergernis op. Hij kreeg het verwijt een pluriforme cultuur te beoordelen aan de hand van wat een paar fanatici dachten. In oktober 2001 nam Edward Said de pen ter hand om The Clash of Civilizations, dat hard op weg was een handleiding voor het post-9/11-tijdperk te worden, naar het rijk der fabelen te verbannen. Volgens Said was Huntington, net als Lewis, blind voor de dynamiek en diversiteit binnen de islamitische wereld. Wie Huntington las kreeg in de ogen van Said een cartoonesk wereldbeeld voorgeschoteld waarbij ‘het Westen’ en ‘de islam’ elkaar als Popeye en Brutus de hersens inslaan. Voor welke cultuur de kranige zeeman met zijn blik spinazie respectievelijk zijn bebaarde tegenstander symbool staan, behoefde geen verdere uitleg. Toch bleef The Clash of Civilizations het boek dat iedereen aanhaalde, tot ver in de jaren 2000, dan wel om instemmend te citeren, dan wel om weg te zetten als een gevaarlijk simplistisch werk.

Nu, ruim twintig jaar nadat Huntingtons oorspronkelijke artikel verscheen, is er genoeg aanleiding om het debat over botsende beschavingen een nieuwe ronde in te laten gaan. Israël en Hamas bestoken elkaar met raketten, het kalifaat van de Islamitische Staat (IS) is bezig met een opmars en Vladimir Poetin spreekt van een diepe cultuurkloof tussen de Euraziatische beschaving en het Westen. In zo’n wereld lijkt ‘botsing der beschavingen’ een pasklaar label. De naam Huntington duikt dan ook weer regelmatig op in artikelen die de huidige wereldbrand van duiding proberen te voorzien.

Maar opnieuw is er ook de valkuil van te gemakkelijke conclusies. De gevechten in Israël zijn eerder een uitbarsting van een permanente territoriumstrijd dan een geval van botsende beschavingen. Dat Poetin zegt dat de oplopende spanning tussen Rusland en Europa het gevolg is van onoverbrugbare verschillen in cultuur, betekent nog niet dat Huntington gelijk had. Die vermeende cultuurstrijd is vooral een handig verhaal om in eigen land als propaganda te gebruiken, terwijl de strijd in feite om energiebelangen en invloedssfeer gaat. En voor de Islamitische Staat geldt hetzelfde als destijds voor al-Qaeda: het is geen spreekbuis voor de islam tout court.

Daarmee staat de vraag die Samuel Huntington met The Clash of Civilizations voorgoed probeerde te beantwoorden nog steeds overeind: kunnen de conflicten in de wereld worden teruggebracht tot één fundamentele oorzaak, of komen ze voort uit een wilde mix van materiële, culturele en strategische belangen?


De 10 boeken die ons denken veranderden

Het gebeurt één à twee keer per decennium. Er verschijnt een boek waar werkelijk iedereen het over heeft. Alles lijkt op zo’n moment samen te vallen: een schuivende tijdgeest, een scherpe denker die aanvoelt wat de grote vragen van het moment zijn en een hongerig publiek op zoek naar nieuwe inzichten. Op dit moment is de beurt aan de Franse econoom Thomas Piketty. De vertaling van zijn Le capital au XXIe siècle is nu het grote afzetpunt in het publieke debat.

Wat waren in de afgelopen decennia de andere boeken die onze blik op de samenleving deden kantelen? In de afgelopen weken was De Groene op zoek naar de recente werken die insloegen als een bom. Boeken als Betty Friedans The Feminine Mystique en Francis Fukuyama’s The End of History and The Last Man. Deze week het laatste deel: The Clash of Civilizations van Samuel Huntington.


Beeld: Samuel Huntington geeft handzame verklaringen voor zaken die westerse krantenlezers voor raadsels stellen (Carl D. Walsh / Aurora Photos / HH).