Popmuziek

Popmuziek

Popmuziek: Artiesten voor Azië en andere benefieten

«Ik kan soms iets doen/ En als je iets kan doen/ Waarom zou je het dan niet voor een ander doen?»
Zelden zullen goede bedoelingen zo knullig zijn geformuleerd als in de hit Als je iets kan doen van Artiesten voor Azië, de benefiet single van ongeveer iedere Nederlandse zanger die op nieuwjaarsdag tijd had om in de studio langs te komen. Maar goed, zo gaat dat met benefietteksten. Altijd onder grote tijdsdruk geschreven, zo toegankelijk mogelijk gehouden (want aan een geflopte benefiet single heeft niemand iets) en het resultaat van een aaneenschakeling van compromissen.
Toch is het een interessante tekst. Zoals de videoclip duidelijk maakt dat de deelnemers zich zeer bewust zijn van het belang van de combinatie tussen een joviale sfeer van collegialiteit aan de ene kant en bijna cerebrale ernst aan de andere, op zo’n zelfde manier is de tekst een sublimatie van alle ingrediënten die een benefietnummer nou eenmaal blijkt te moeten bevatten.
Zo is daar uiteraard het moreel appèl, beklonken in de titel. «There’s a world outside your win dow», zongen de Britse muzikanten van Band Aid al in de jaren tachtig en voor de tweede keer afgelopen kerst. Amerikanen zongen in het deze week opnieuw verschenen We Are The World: «We all must lend a helping hand». En de meer activistisch ingestelde artiesten formuleerden het in Sun City aldus: «It’s time to accept our responsibility».
De aanloop naar dat appèl is de zelfkastijding. We dienen te doneren, want wij zijn rijk. In benefiettaal: «Ik zal niet ontkennen dat ik lekker ga, ik verdien goed mijn brood.» Band Aid had het al over «our world of plenty», Sun City vroeg: «Why are we always on the wrong side?» en Stef Bos zingt in zijn eigen nummer voor Azië: «Wij hebben meer dan ooit en we hebben nooit genoeg».
Die zelfkastijding kan niet te ver gaan, dus is het contragewicht paradoxaal genoeg een milde zelfverheerlijking. «Maar dat betekent niet dat ik mijn ogen sluit voor onrecht en verdriet», zingen de Nederlandse artiesten voor Azië. «We are the ones who make a brighter day» ging USA for Africa daar overheen.
Ook de reden van het nummer, het leed, moet geduid worden. Soms volstaat hier een metafoor («There won’t be snow in Africa this Christmas time»), anderen geven de voorkeur aan de overdrijving. In een benefietnummer voor Enschede na de vuurwerkramp ging het over een «weggevaagde» stad, en volgens Stef Bos is in Azië «de wereld vergaan». Zijn Nederlandse collega’s kozen voor de plastische variant, de omschrijving: «Alles loopt in het honderd/ duizend gesnoerde monden/ tenonder door het gedonder».
Bij politiek getinte teksten volgt nog een aanklacht, al is het maar tegen «they». In een benefietsingle voor Greenpeace ging het van «They’ll never break the spirit of the forest» en Neil Young zong in zijn Farm Aid Song bitter: «Yeah, they want to feed the world/ But for power and for greed».
Het zijn uitzonderingen. De meeste benefietteksten zijn bijzonder pragmatisch van aard. Er moet geld worden gedoneerd, en wel nu: «Give a little help to the helpless» (Band Aid), «So let’s start giving» (USA for Africa). Het Nederlandse Azië-benefiet is ronduit praktisch, daar wordt het gironummer in de tekst verwerkt. «Dus wordt een held en stort wat geld op giro vijf vijf vijf».
Op twee punten onderscheiden de Nederlandse artiesten zich van andere benefieten. Waar USA for Africa beweerde dat «We’re all a part of God’s great big family» en U2-zanger Bono bij Band Aid met zeer gemengde gevoelens «Well tonight thank God it’s them instead of you» zong, daar doet in Nederland God niet mee.
Maar meest opvallend is de relativering van het nut van dit lied. «Een oceaan van verdriet vraagt om meer dan een lied… maar toch». Die laatste twee woorden, die maken het nummer minder pretentieus en daarmee op een vreemde manier sympathieker dan veel voorlopers. De souplesse van een truck, deze tekst. Maar toch.