Toneel: ‘Ode aan de minnares’ & ITA

Poppenserviesje

© Casper Koster

Met een knop op een schakeltafeltje zet de actrice in het halfduister zelf de theaterlampen aan die haar kleine podium verlichten. Een blik van verstandhouding met het publiek dat in een halve cirkel op anderhalvemeter-afstands-stoelen zit. Zo. We zijn eindelijk weer begonnen. Ter onderstreping van de herstart van het theater stuurt Linda Lugtenborg een triomfantelijke dosis effectrook de zaal in. Vooraan verdwijnt een toeschouwer compleet in de witgrijze wolk, een ander wuift geïrriteerd de flarden uit het zichtveld. Voor corona kon je kiezen of je vooraan wilde zitten of veiliger achterin. In het Amsterdamse theater Bellevue, dat de solo als eigen Lunchtheater-productie uitbracht, kregen de dertig bezoekers nu een plaats toegewezen. Volg de veiligheidsinstructies.

De rookprovocatie past bij Lugtenborgs zelfgeschreven solo Ode aan de minnares. In sprankelende straattaal vertolkt ze een bevrijdend wellustige jonge vrouw die vooral heet in haar broekje wordt van stiekem gekets met bezette mannen. De eenzame keerzijde spreekt uit elk tafereel. Het ‘mini-mensen-tafeltje’ met het ‘poppenserviesje’ in de babykamer waar een aanstaande vader haar ontvangt. De foto van een gelukkig gezinnetje dat haar aanstaart terwijl ze het gezinshoofd berijdt. Een vaderloze jeugd bij een woonwagenkampmoeder, die de ene trouweloze zuiplap voor de ander verruilde, verklaart haar rusteloze minnaressendrang waar ze een wanhopige romantiek op projecteert. ‘Is dit gevaarlijk?’ vraagt de getrouwde filmregisseur als hij zijn zwaard uit zijn broek heeft gehaald. Het publiek denkt aan corona. De jonge vrouw aan haar hart dat gevaar loopt. De regisseur wil voorkomen dat zij zwanger wordt.

Hoopvol krachtig aan de voorstelling is dat de vertelster aan de knoppen zit van haar eigen verhaal. Als geschoold actrice komt ze nog niet verder dan een rolletje als ‘een of andere crackhoer die op d’r bek geslagen moet worden’. Het telefoontje voor de auditie komt van ‘Hans Kesting Casting’. Wat geestig bekt in de flow van de spoken-word-achtige tekst, maar ook verwijst naar zij die het wél gemaakt hebben. En naar de acteur die in de schouwburg om de hoek ook een herstartsolo staat te spelen. ita’s Wie heeft mijn vader vermoord?, naar de novelle van de Franse schrijver Édouard Louis, vertelt eveneens hoe een onderklasse uit afkeer jegens de geslaagden zichzelf veroordeelt tot een marginaal bestaan. Het kind uit Lugtenborgs verhaal koos op de manege voor de wildste, meest getraumatiseerde paarden die zij wél begreep, terwijl de geprivilegieerde manegemeisjes over haar fluisterden. ‘Fuk hun. Met hun kutmonnies.’

De effectrook bij de ita-solo is veilig afgewend van het publiek dat per militaire operatie in stijve rijtjes op aangewezen tribuneplekken is neergezet. Bij de achterdeur van het decor staat Kesting als de arbeidersvader van de hoofdpersoon sigaretten te paffen en zijn longen uit zijn lijf te hoesten. Een spot van achteren licht in de rookwolk de slijmdruppels op. De mail vooraf vraagt publiek dat qua leeftijd en/of gezondheid tot de risicogroep behoort om de reservering direct te annuleren. Alsof ondanks alle maatregelen theater een levensbedreigende aangelegenheid zou zijn. ‘Is dit gevaarlijk?’


Ode aan de minnares staat tot 13 juni in Theater Bellevue, theaterbellevue.nl; Wie heeft mijn vader vermoord? t/m 23 augustus bij ITA, ita.nl