Popster jarmusch film

Ik las dat Jim Jarmusch met The Year of the Horse een ode aan Neil Young zou hebben gemaakt. De film zou een heldenportret zijn en zou alleen voor de fans van Young van waarde zijn. Het feit dat de film slechts in één bioscoop is te zien, zou het betrekkelijke belang bevestigen. Vooral dit laatste is een bedenkelijk argument. Want niet zelden zijn het de meer bijzondere films die een bescheiden verspreiding krijgen. Verder is er misschien helemaal niets op tegen dat een film door zijn onderwerp een specifiek publiek aanspreekt. Het zou kunnen dat de film van Jarmusch moeilijk te verteren is voor mensen die niet tegen de muziek van Young kunnen, maar dat zegt nog weinig over de kwaliteit.

Het is duidelijk dat Jarmusch geen hekel heeft aan de muziek van Young. Een aantal jaren geleden vroeg Jarmusch aan Young om de muziek te maken voor zijn hallucinerende western Dead Man en dat leverde een weinig in het gehoor liggende, maar diep in de ziel snijdende soundtrack op met gewaagd monotone herhalingen. Na de première van de film waren veel mensen overtuigd van de bijzonderheid van het geluid, maar ze waren er evenzeer van overtuigd dat de filmmaker wel zo verstandig zou zijn om de muziek te veranderen. Jarmusch hield echter vast aan de onbehaaglijke en haast autistisch drammerige gitaarriedels van Young, die tenslotte zeer effectief waren en sterk bijdroegen aan de onwerkelijke sfeer van de film.
Jarmusch kende Young dus al langer persoonlijk en dat is aan de nonchalante benadering van The Year of the Horse goed te merken. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat Jarmusch verweten is dat hij een louter kritiekloos en bewonderend portret van Young en zijn band zou hebben gemaakt. Jarmusch kijkt bepaald niet tegen de muzikanten op. Hij beweegt zich op voet van gelijkheid met Neil Young. En omdat Young zonder twijfel het opperhoofd van de groep is, kun je moeilijk beweren dat Jarmusch zoveel ontzag heeft voor de leden van Crazy Horse. Zelf komt Jarmusch bijna niet in de film voor, al hoor je hem zo nu en dan vanachter de camera een opmerking maken of een vraag stellen. In één scène zie je hem samen met de bandleden in de bus tijdens een tournee. Jarmusch draagt ontspannen en ironisch bloederige passages uit de bijbel voor. Meligheid is troef. Hier is de filmmaker zeker geen idolate fan, maar eerder zelf een popster.
Lang niet al het materiaal van de film is door Jarmusch zelf gedraaid. Er zijn ook opnamen van tien of twintig jaar geleden. Zeer diverse opnamen die zijn gefilmd op allerhande materiaal (16 mm, super-8, video) waardoor de film soms de gedaante heeft van een prettig rommelige collage. Jarmusch heeft zijn best gedaan om ook het nieuwe materiaal eenzelfde rommeligheid mee te geven. Zo filmde hij ook met het antieke amateurformaat super-8 en vermeed hij iedere vorm van mooifilmerij.
Naast de informele beelden van de bandleden tussen de optredens door, bevat de film ook veel concertopnamen. Ook deze opnamen zijn losjes en schijnbaar zonder veel pretenties gedraaid. Aangenaam is dat dit materiaal niet sterk is versneden, maar in de vorm van volledig weergegeven songs in de film is opgenomen. Het geluid is kennelijk minder amateuristisch opgenomen, want dat klinkt als een klok. Ook hier kun je niet zeggen dat de filmmaker nu zo gedreven werd door bewondering. Eerder trekt hij zich terug en laat hij de band zelf het werk doen. Gewoon beelden en geluid van het optreden en verder geen poespas. Wie hier niet van kan genieten heeft inderdaad niets met de muziek van Young, en aan die mensen heeft Jarmusch duidelijk geen boodschap.
Jarmusch heeft gekozen voor een bonte collagevorm met stevige en hoekige brokken muziek. Een film voor een beperkt publiek, wat dus niet hetzelfde is als een beperkte film. Binnen zijn zelfopgelegde beperkingen voldoet Jarmusch aan alles wat je van hem zou kunnen verwachten. Bovendien past zijn mix van ongepolijste beelden zo goed bij het leven en de muziek die hij heeft vastgelegd dat je moet concluderen dat het misschien wel gemakkelijk lijkt, maar juist daarom het vereiste vakmanschap vergde.

  • Het succes van de Duitse film op de lokale markt is sommige producenten naar het hoofd gestegen. Ze ontwerpen films die met Hollywood moeten concurreren, maar voor de zekerheid worden ze gemodelleerd naar de Amerikaanse voorbeelden. Comedian Harmonist van Joseph Vilsmaier gaat over Duitse muzikanten die de Amerikaanse closeharmony naäpen. De film zelf is ook een soort naäperij van beproefde voorbeelden, waarbij het sentiment nog extra is aangedikt. Te veel harmonie is niet goed voor een mens.