Afghaans-Pakistaanse vredes-jirga

Poreus grensgebied

In Kabul werd afgelopen week een vredes-jirga gehouden, een vergadering van stamleiders uit Afghanistan en Pakistan, over de vraag hoe zij de invloed van de Taliban en al-Qaeda konden stoppen. De genodigden gingen uiteen zonder concrete maatregelen.

CHORA / AMSTERDAM – ‘Er zaten wel tweehonderd Talibanstrijders, daar achter de muur.’ Het jongetje wijst naar een lemen muur van bijna twee meter hoog. Daarachter is een boomgaard. ‘Ze spraken een vreemde taal’, zegt zijn vriendje. ‘Mijn vader zegt dat het Urdu was, wat ze in Pakistan spreken.’ De jongens vertellen dat de mannen hen wegjoegen. ‘We zijn snel het huis binnengegaan.’

Het is een week na de grote Nederlands-Afghaanse tegenaanval in de Chora-vallei op 19 juni. Honderden Talibanstrijders hadden de Nederlandse verdedigers van Isaf, de internationale veiligheidsmacht onder leiding van de Navo, na dagenlange gevechten teruggedrongen op een gebiedje van twee vierkante kilometer. Als de Nederlanders niet in de aanval zouden gaan, was de vallei verloren. De tegenaanval slaagde. De Taliban trokken zich terug. De jongetjes staan aan de rand van een door Navo-bommen vernietigd huis. Het ruikt er naar de dood. Er ligt een koeienkadaver te rotten. Niemand die zich erom bekommert. De zes burgerdoden die bij het bombardement vielen, zijn wel al geborgen en begraven.

Er namen Pakistanen deel aan de strijd om Chora. En eind juni, als ik negen dagen in de vallei ben, zijn ze er nog steeds, meer naar het oosten nu. Lokale bronnen reppen van mannen met donkere gezichten die Urdu spreken en Afghaanse Talibancommandanten die hun opdroegen niet hun eigen taal te gebruiken. ‘Ik mocht hen niet aankijken’, vertelt een man die door Afghaanse regeringsmilitairen wordt ondervraagd, omdat hij vermoedelijk weet waar de Taliban zich schuilhouden. Zijn huis wordt doorzocht door militairen van het Afghaanse regeringsleger. Ze vinden een foto waarop hij staat afgebeeld met een pistool, genomen in de Pakistaanse stad Quetta. ‘Daar zetelt het opperbevel van de Taliban. Althans, daar gaan we van uit. Hun lokale leiders hier in Uruzgan worden soms naar Quetta teruggeroepen voor overleg’, zegt majoor Stephan. Hij is commandant van het Nederlandse team dat de Afghaanse regeringsmilitairen te velde monitort, als laatste stadium van hun training.

Tijdens een tweedaagse patrouille begeeft de eenheid zich in een gebied waar eerder een groep van tachtig Taliban werd gesignaleerd. De weelderig begroeide ‘groene zone’ van de vallei wordt behoedzaam doorkruist. Aan beide zijden van de Dorafshan-rivier ligt een vruchtbare strook van maximaal twee kilometer breed. De zompige akkers liggen ingeklemd tussen dijkjes en dikke lemen muren. Groepjes huizen gaan schuil achter boomgaarden. Dit is uitstekend terrein voor de guerrillastrijd waarin de Taliban meester zijn. De eenheid ontdekt een huis vol printplaten, explosieven en elektrische bedrading, benodigdheden voor het vervaardigen van bermbommen. Het is een belangrijke vondst, maar het is majoor Stephan eigenlijk te doen om Hekmat, een Talibancommandant die zich volgens inlichtingeninformatie in onze sector bevindt. De majoor kan zich Hekmat nog goed herinneren. Tijdens de bataljonsaanval van 19 juni leidde hij de opmars van een groep Afghaanse militairen dwars door de groene zone, richting het oosten. Een dag eerder passeerden we de zwartgeblakerde akker waar Hekmat een hinderlaag had gelegd voor Stephan en zijn eenheid.

Na een zenuwslopende tocht door het onoverzichtelijke terrein bereiken we de groep huizen waar Hekmat en vier strijders zich zouden bevinden. Er wordt een groep van tientallen Taliban gezien op achthonderd meter afstand. Wij zijn in de minderheid. Afghaanse militairen nemen een heuvel in om een goede vuurpositie te hebben. Iets ten noorden van onze positie ligt een zwartgeblakerde heuvel. Het is Cemetery Hill, een geliefde verzamelplaats voor Talibaneenheden. Vrijwel alle begroeiing is verbrand. Intussen wordt het groepje huizen omsingeld. Volgens de informatie van Stephan kunnen de huizen geboobytrapt zijn. Vlak voor de omsingeling voltooid is, klinken schoten uit de richting van Cemetery Hill. Afghaanse militairen zien gewapende mannen vluchten en openen het vuur. Ze ontkomen. ‘Daar gaat Hekmat’, verzucht Stephan. ‘Dat is niets voor hem, vluchten. Hij staat erom bekend dat hij altijd vecht.’ Enkele dagen later krijgen we te horen dat Hekmat van zijn commando is ontheven. Hij is teruggeroepen naar Quetta. Stephan glundert.

Pakistan is een paar honderd kilometer verwijderd van Uruzgan en grenst niet aan de provincie. Toch speelt het land in de door Nederlandse Isaf-eenheden bestierde provincie een rol. Blijkbaar kunnen commandanten zonder al te veel problemen heen en weer reizen tussen Quetta en de ruige bergketens van Uruzgan. Dat lukt zelfs hele Pakistaanse Talibaneenheden. Vermoedelijk vinden ook wapens en uitrusting hun weg van Pakistan naar de Chora-vallei.

In Kabul werd afgelopen week op uitnodiging van de Afghaanse president Hamid Karzai een vredes-jirga gehouden, een vergadering van honderden stammenleiders uit Afghanistan en Pakistan, die bespraken hoe zij de invloed van de Taliban en al-Qaeda in het grensgebied konden stoppen. De genodigden gingen, zoals verwacht, uiteen zonder concrete maatregelen te hebben genomen.

De poreuze grens tussen Pakistan en Afghanistan heeft de afgelopen jaren geleid tot een flinke bekoeling van de Pakistaans-Afghaanse relaties. Volgens de Afghanen en de Navo doet de Pakistaanse president Pervez Musharraf te weinig om de invloed van de Taliban in de Pakistaanse grensgebieden tegen te gaan. Die hebben daar trainingskampen opgezet en gebruiken er madrassa’s (koranscholen) en Afghaanse vluchtelingenkampen om strijders te recruteren. In Noord- en Zuid-Waziristan richtten de Taliban hun eigen fundamentalistische bewind in, vormgegeven als een ‘islamitisch emiraat’, zoals dat voor de val van de Taliban eind 2001 in Afghanistan bestond. Aangenomen wordt dat Talibanleider Mullah Omar en Osama bin Laden met hulp van lokale Pashtun-stammen, waaruit de Taliban afkomstig zijn, langs de slecht bewaakte grens naar Pakistan zijn ontkomen. Zolang de Taliban de mogelijkheid behouden om verse troepen en voorraden vanuit Pakistan aan te voeren, zal het moeilijk zijn hen te verslaan, redeneert de Navo.

Met de vredes-jirga moesten stammenleiders overgehaald worden de kant van de regering te kiezen. Maar of dat lukt bij afwezigheid van de stammenleiders van Waziristan, die onderdak bieden aan Taliban- en al-Qaedastrijders, is de vraag. Bovendien zijn de etnische banden tussen de Pashtun-stammen en Talibancommandanten ijzersterk en is de Pashtun-code (de Pashtun-wali), waarin eer (nang), gastvrijheid (melmastia) en het verlenen van asiel (panah) onwrikbare principes zijn, onverwoestbaar. De vredes-jirga zou kunnen leiden tot een opleving van het nationalisme van de Pashtun, die nooit de opdeling van hun stammengebieden tussen Afghanistan en Pakistan hebben erkend. Dat zou koren op de molen zijn van de Taliban, die zich met de onderdrukking van Hazara, Oezbeken en Tadzjieken ijverige Pashtun-chauvinisten hebben betoond. Maar een alternatief is er niet, nu Musharraf in eigen land kampt met een krachtige fundamentalistische oppositie. Vorige maand vielen tientallen doden toen het leger gevechten voerde met koranstudenten die de Rode Moskee in Islamabad bezet hielden.

Of het moet een directe Amerikaanse aanval zijn. Er zijn voortekenen zichtbaar. Amerikaanse commando’s opereren langs de grens, en op Musharraf, die jaarlijks bijna een miljard dollar Amerikaanse militaire steun krijgt, wordt grote druk uitgeoefend om mee te werken. De vredes-jirga zou als nevendoel kunnen hebben de geesten rijp te maken voor een Amerikaanse actie. Volgens de doorgaans uitstekend geïnformeerde Asia Times hebben de VS aan Musharraf een lijst overlegd met Talibanbases op Pakistaans grondgebied. Maar, meldt de Asia Times, negenentwintig van die bases in Noord- en Zuid-Waziristan, die gebruikt werden als opleidingskampen, zijn ‘simpelweg van de radar gevallen’. Ze zijn ontruimd door de Taliban. De krant zegt te weten dat ‘noch de door de Navo geleide coalitie in Afghanistan, noch de Pakistaanse inlichtingendiensten er sinds het begin van deze maand enige beweging hebben bespeurd’.

De Talibanbeweging vertoont een verbluffende flexibiliteit. Toen ze snel na elkaar belangrijke leiders verloor, onder wie de éénbenige charismatische Mullah Dadullah, die de publiciteit zocht onder meer met een YouTube_-_filmpje waarin hij jonge zelfmoordterroristen presenteerde die de westerse vijanden thuis moesten treffen, werden de meest waardevolle commandanten naar Quetta geroepen. Daar werd wekenlang vergaderd en uitgerust. Het resultaat was een nieuwe, gedecentraliseerde strategie. Lokale commandanten gingen een belangrijke rol spelen. Regionale leiders (zoals Dadullah) opereren nu op de achtergrond en lopen zo minder risico. De strijdgroepen werden flexibeler en gingen gelegenheidscoalities met elkaar aan.

In Uruzgan leidde dat bijna tot een groot succes. De verovering van de Chora-vallei, met zijn belangrijke knooppunt van handelswegen, kon maar net worden afgewend. In de weken na de slag om Chora trokken sommige Talibangroepen weg, andere bleven wachten op een nieuwe mogelijkheid militair succes te behalen. Zo kon in korte tijd de druk van Chora worden uitgebreid naar de Helmand-rivier, bij Deh Rawod, waar onlangs de strategische oversteekplaats bij Chutu van drie kanten werd aangevallen, en naar de kleine Amerikaanse patrouillebasis Anaconda, in het noordelijke district Khas Uruzgan, die bemand wordt door Amerikaanse special forces en Afghaanse militairen. Al tijdens de slag om Chora voerde een groep van tussen de veertig en zestig Taliban daar goed geplande aanvallen uit. Drie Amerikanen werden gedood. Vorige week was het er opnieuw raak en ook afgelopen zaterdag werd Anaconda weer twee keer aangevallen.

De beste manier om de Taliban te weerstaan blijkt de inzet van Afghaanse militairen. ‘Groene papegaaien’ worden ze genoemd door de Taliban. Na de patrouilles in de groene zone van de Chora-vallei bleek dat de Taliban de strijd met hun landgenoten meden en niet durfden terug te keren naar gebieden die door hen waren uitgekamd. ‘De Taliban vrezen de strijdmethoden van het Afghaanse regeringsleger’, zegt legertolk Wase. ‘Het leger bestaat grotendeels uit etnische vijanden van de Taliban. Ze zijn bang dat die wraak zullen nemen op hun vroegere onderdrukkers.’ Nog belangrijker is dat de regeringssoldaten moslim zijn. ‘Het is een eer voor de Taliban om te sterven door een westerse kogel. Maar de Talibanstrijder die geveld wordt door de hand van een moslim heeft iets uit te leggen aan Allah’, zegt hij.

Het opleiden en monitoren van Afghaanse eenheden vormt dan ook de exitstrategie van Isaf. Onlangs is het aantal Afghaanse troepen in Uruzgan uitgebreid. En kolonel Hans van Griensven, commandant van de Taskforce Uruzgan, kondigde afgelopen week aan dat er een permanente basis van het Afghaanse regeringsleger in de Chora-vallei komt.

foto: Joeri Boom
Zie www.groene.nl voor het dossier-Pakistan