Opheffer

Porno is popcorn

Omdat ik een UPC-abonnement heb genomen, heb ik tegenwoordig porno op mijn televisie. Ik probeer er soms lang naar te kijken, maar dat lukt niet. Dat is geen politiek correct gedrag, want ik koekeloer wel degelijk naar het scherm met het oogmerk er opgewonden van te raken. Ik ben ook maar een man alleen. Maar na enkele minuten haak ik af. Hoe komt dit? Ten eerste het verhaal. Twee loodgieters – blonde bonken met tattoos – gaan naar een schaars gekleed vrouwtje (ook met tattoos) dat niet meer kan afwassen want de afvoer is verstopt. Ze bellen aan, vrouw doet open, mannen kijken elkaar aan en denken: dat is een lekker stuk. Afijn, de afvoer is in een oogwenk gemaakt, maar nu heeft de vrouw geen geld. Maar gelukkig is een oplossing nabij – ze ontdoet zich van haar kleren. Daarna krijgen we het gebruikelijke -gepomp en gezuig.

Er zit één aardig aspect aan dit verhaal, en dat is dat er geen dialoog is, maar constant vrolijke synthesizermuziek waar ik in elk akkoord een doodsbericht hoor. Waarschijnlijk heeft de regisseur -gezegd dat er toch iets duidelijk moet worden gemaakt en dus zie je iedereen op een overdreven manier met de vingers wijzen. Gebarentaal voor schizofrenen. Dus er wordt naar de afvoer gewezen en dan met het hoofd ‘nee’ geschud, wat een weinig intelligente indruk maakt. Vervolgens grijpt de loodgieter in zijn gereedschapskist, haalt er een hamer uit te voorschijn, laat die hamer zien aan de vrouw, wijst met vinger naar zijn hamer, en gaat vervolgens hameren, waardoor je helemaal het idee krijgt naar geestelijk niet volwaardige types te kijken.

Nu zou ook dat niet erg zijn als de mensenkinderen in deze film mooie mensenkinderen zouden zijn geweest. Nu weet ik dat ‘mooi’ een subjectief begrip is, maar ik ervaar de hoofdrolspelers als deerniswekkend. Ik kan me met niemand identificeren en dat komt omdat niemand in deze film kan spelen. Iedereen heeft de dood in zijn ogen, dus kijk je niet naar de ogen, maar dan zie je een vreemde omgeving, vreemde hotelbedden, te burgerlijke nachtkastjes om niet te spreken van de Ikea-lampjes met huilerig snoer langs geblokt behang.

Vervolgens dringt zich het besef op: dit vinden mensen lekker om naar te kijken… Maar ik niet. En de eenzaamheid die je al naar dit programma dreef vergroot zich.

Seks is tegenwoordig ruim voorradig. Wie met elke kut of lul genoegen neemt, kan snel iets vinden; je chat wat op internet en je zit even later in een café met een even deerniswekkende onzekere zoeker die uitgaat van het misverstand dat een orgasme hetzelfde is als aandacht. Ik weet dat ik vroeger meende dat seksuele bevrijding de eenzaamheid zou oplossen of zou verminderen. De vrije verkoop van porno en pornofilms en de lossere oordelen over verhoudingen zouden er tevens voor zorgen dat mensen verantwoordelijker met elkaar konden omgaan, immers: de grote veroorzaker van veel problemen – seks – zou dan uit de weg zijn geruimd. Maar lost een grote hoeveelheid voedsel de hongersnood op? Ja en nee. Wie honger heeft en zich overeet en sterft, hoeft niet meer te worden gevoed. En wie alleen maar om het eten geeft en het eten heeft, werkt niet meer. Zo is het ook met seks.

Seks is prettig en fijn, maar eigenlijk weten we niet meer hoe we moeten neuken. De sekscultuur is weg, zoals de eetcultuur weg is. Seks is vet eten geworden. Het is verworden tot nep-romantiek. Porno is popcorn. Het is alsof we de conclusie niet aandurven dat seks, wanneer het gaat om liefde, minder belangrijk is dan we denken. Wie onzeker is, mag niet meedoen. We zijn loodgieters geworden die een klusje komen opknappen. We spreken niet, maar gebruiken gebarentaal. Knoopt u uw bloesje maar alvast open.