Pornosofie

Georges Bataille, Mijn moeder. Vertaald door Jan Versteeg. Uitgeverij Arena, 139 blz., 329,90
Als zijn vader in 1906 sterft, is Pierre, de jongeman die het verhaal Mijn moeder vertelt, zeventien jaar. Uit haat tegen zijn anti-klerikale vader werd hij zo godsdienstig dat hij, als de man niet gestorven was, zelfs het klooster in zou zijn gegaan. Zijn moeder, zelf nog maar 32, adoreert hij, zelfs of juist nadat zij hem onthult dat zij een nog grotere zuiplap is dan haar man, die zij als veertienjarig meisje verleid en in haar liederlijkheid meegesleept heeft.

Haar grote wens is nu haar zoon naar de andere wereld te helpen, of zoals zij het zelf vlak voor haar zalige einde, voordat ze met hem het grote taboe zal doorbreken, zegt: ‘Ik wil je de wereld van dood en verderf binnenvoeren waarin ik, zoals je wel merkt, al opgesloten zit: ik wist dat je ervan zou houden. Ik wou dat je nu samen met mij de waanzin over je liet komen. Ik wou dat ik je in mijn dood kon meesleuren. Want weegt een kort moment van de waanzin die ik je schenk niet op tegen deze dwaze wereld waarin je bevriest van de kou?’
In die 'andere wereld’ hebben moeder en zoon elkaar gevonden, in 'de immateriële extase van de schande’ intiemer met elkaar verbonden dan in een lichamelijke vereniging. Voor dat laatste stuurt zij haar geliefden op hem af, verwarrend agressieve vrouwen, welke affaires zij op afstand in brieven begeleidt. Zij is zijn leermeesteres die hem als het ware zijn ontwikkelingsroman voorschrijft. Uit het schrijven van brieven en het vertellen over haar bandeloze leven - 'Ik ben gelukkig! riep ze me toe. Ik wil dat je het weet: ik ben de slechtste moeder die er bestaat…’ - puurt zij meer genot dan uit de handelingen zelf; geestelijk genot, zo geeft zij hem in haar schriftelijke cursus te kennen, is smeriger dan lichamelijk genot en daardoor zuiverder. In korte tijd wordt de vrome knaap omgeschoold tot een onverzadigbare erotomaan.
Het zal duidelijk zijn dat we hier niet met zomaar porno van de straat te maken hebben, en dat is nu precies de moeilijkheid van dit boek. De roman is een van de laatste werken van Bataille (1897-1963) en bleef onvoltooid. Omdat het verhaal een illustratie of enscenering is van Batailles theorieën over erotiek, extase, pijn, genot, grensoverschrijding en dood, om maar een paar trefwoorden te noemen, is het zonder enige kennis van het andere werk nauwelijks te genieten. Een leeswijzer bij de nieuwe vertaling - de oude van 1969 was wel van een uitvoerig nawoord voorzien - zou niet hebben misstaan, al was het maar om uit te leggen in wat voor taal dit boek geschreven is.
Als van Morgièves Sex vox dominam je ogen beginnen te knipperen, is dat door die malle punten die de zinnen tot morsetekens maken; als ik bij Mijn moeder met mijn ogen knipper, dan is het van verbazing dat een schrijver zulke lamlendige zinnen uit zijn pen krijgt, vol machteloze adjectieven als 'afschuwelijke’ en 'duivelse’ en woorden als 'bandeloosheid’, 'schaamteloosheid’, 'schande’ en 'wellust’, woorden die meer suggereren dan ze zelf aan beelden vermogen op te roepen. Dat kan bij zo'n bewust opererende auteur niet eenvoudig onkunde zijn, maar als hij in de loze taal van het pornografische genre zijn filosofische koekoeksei heeft willen leggen, dan blijft dat zonder toelichting alleen maar loze taal in een zielloos verhaal over een ontzinde vrouw en haar verloren zoon.