Film

Portret van pijn

Film: «Te doy mis ojos» van Icíar Bollaín

Het is nacht in het stadje Toledo als de beeldschone Pilar (Laia Marull) door de donkere straten rent met haar slaperige zoontje Juan. Zij zijn op de vlucht voor hun gewelddadige vader en echtgenoot Antonio (Luis Tosar). Het ergste van het fysieke geweld ligt op dat moment al achter Pilar. Maar de ontsnapping is slechts het begin van de tragedie van haar leven.

De Spaanse film Te doy mis ojos biedt een magistraal portret van pijn: de lijdensweg van Pilar, de geestelijke ellende van Antonio en de angst van hun zoontje. Dat Icíar Bol laín als vrouwelijke regisseur ook oog heeft voor de problemen van Antonio en Juan geeft haar film een complexiteit die vaak zoek is in verhalen over vrouwenmishandeling. Door de verwikkeling van thema en karakter brengt Bollaín een diepere vraag te berde: wat is de relatie tussen pijn en liefde?

De titel, «Ik geef jou mijn ogen», bevat de centrale metafoor: wie liefheeft, geeft zichzelf onherroepelijk aan de ander. En dat kan fataal zijn. Als Pilar een paar weken weg is bij Antonio realiseert ze zich dat ze niet zonder hem kan leven. Ze neemt weer contact met hem op. Uit een onvergetelijke scène blijkt de essentie van hun liefde: naakt op het bed spelen Pilar en Antonio een liefdesspel waarbij ze elkaar «cadeaus» geven in de vorm van eigen ledenmaten. Tijdens haar orgasme schenkt Pilar aan Antonio datgene wat voor haar het belangrijkste is: haar ogen. Zo overweldigend is haar liefde dat ze bereid is pijn te lijden door haar identiteit prijs te geven. Haar ogen symboliseren haar ziel, maar voor Pilar hebben ogen ook een letterlijke betekenis, doordat ze gids zijn in een museum. Na haar tijdelijke scheiding van Antonio stortte ze zich op de schilderkunst. Sindsdien ontdekt ze reflecties van haar leven in het werk van onder anderen El Greco en Titiaan en in mythologische afbeeldingen, als in het verhaal van Orpheus en Eurydice. Vooral is ze geboeid door Titiaans Danaë. Wat ziet ze op het werk? Een naakte, sexy vrouw liggend op bed, een arm zelfverzekerd naar beneden hangend terwijl een kamermeisje met een doek gouden regen opvangt uit de hemel. Danaë is seksueel in controle en volledig vrij. Het is waar Pilar naar snakt, maar wat Antonio haar nooit zal geven.

Op een ochtend, wanneer ze op het punt staat te vertrekken naar een museum in Madrid, vindt de finale aanval plaats. Antonio, verteerd door gevoelens van minderwaardigheid, rukt haar de kleren van het lijf. Hij slaat haar niet, maar dat is al lang niet meer nodig. Zijn minachting voor datgene wat voor haar belangrijk is — voor wie zij is als mens — is vernietigend genoeg. De scène is een keerpunt. «Ik moet mijzelf kunnen zien», zegt zij daarna, «want ik weet niet wie ik ben.»

De wijze waarop de onbekende actrice Laia Marull gestalte geeft aan het portret van Pilars pijn, is wonderschoon. Het op deze manier kijken, bijvoorbeeld naar een film of een schilderij, is een vorm van liefhebben. Maar er is een keerzijde. Kijken naar de vernielde, mooie Marull kan een vorm van mishandeling zijn. Kijken is inbreuk maken op een intiem leven, kijken is verkrachten, net zoals Antonio dacht Pilar te kunnen bezitten door haar ogen af te pakken, zodat ze verdwijnt, als Eurydice in het schimmenrijk.

Te zien vanaf 10 juni