Positief formeren

Zou het mogelijk zijn een kabinet te formeren, na de verkiezingen? En dan niet een kabinet van uitruil en slappe compromissen, maar een kabinet van vooruitgang en hervormingen. Het wordt lastig. Zeker als partijen zich nog harder gaan ingraven dan ze nu doen, nog steviger op elkaar gaan inhakken en nog meer breekpunten gaan formuleren in de laatste campagneweek. Het is te hopen dat de terechte oproep van André Rouvoet – die breekpunten onverantwoord cowboygedrag noemde, waarmee ‘de regeerbaarheid van ons land in gevaar wordt gebracht’ – effect sorteert. Want als niemand iets wil opgeven, wordt ook niets bereikt.

Ga maar na: tegenover het voorbehoud van de een (niks doen aan de hypotheekrente) staat de eis van de ander (dan ook niet korten op de huurtoeslag). Maar die derde haakt dan ook af (want zonder compleet renoveren van de woningsector doet ze niet mee). Vermoeiend en niet reëel, het zal ook niet gebeuren want na de verkiezingen is alles anders. Nou ja, niet alles. In het meest treurige, maar niet zo onwaarschijnlijke, scenario wacht een lang formatieproces waarbij het ene compromis met de andere schaamlap wordt afgedekt. Zodat er uiteindelijk niets overblijft van de goede plannen die verschillende partijen hebben.

Want ja, er liggen goede plannen waar partijen over nagedacht hebben. Met name op de terreinen die hen aan het hart gaan. Of het nu gaat om investeren in het basisonderwijs door de pvda, het groener en duurzamer maken van de economie door GroenLinks, het versoberen van subsidies aan beide zijde van de woningmarkt (huur en koop) door d66 of het versoberen van de sociale zekerheid om mensen de arbeidsmarkt op te jagen door de vvd.

Vier partijen met verschillende ideeën. In plaats van elkaar de tent uit te vechten zouden ze er goed aan doen eens positief te formeren. Jij jouw goede plannen, ik de mijne.

Dat vergt politici die bereid zijn over hun schaduw heen te stappen. Die bereid zijn om het negatieve campagnevoeren van deze weken te laten varen en in te zien dat andere partijen iets te bieden hebben. Niet iedereen heeft dat in zich. Van GroenLinks en d66 kan het – als kleintjes in een coalitie, maar ook als hervormingsgezinde partijen – verwacht worden dat ze hiertoe in staat zijn. De vvd zal als verwachte winnaar sowieso deel moeten uitmaken van een nieuw kabinet en is geneigd tot hervormen – al blijft het de vraag in hoeverre de liberalen bereid zijn tot positief formeren.

Blijven voor een werkbare meerderheid de pvda en het cda over (er even van uitgaande dat de pvv bij haar breekpunt blijft over de aow, en vvd/cda Wilders niet het genot van gedoogsteun aan een minderheidskabinet gunnen). Het cda heeft al bekendgemaakt dat een groenblauwe coalitie (met vvd, GroenLinks en d66) de voorkeur geniet, de pvda ziet in dat een coalitie op links niet mogelijk zal zijn. Maar zowel de pvda als het cda heeft traditioneel moeite met het bruuskeren van de achterban. Ze willen als brede middenpartijen graag iedereen tevreden houden.

Als de verkiezingen straks achter de rug zijn moet de vraag van de informateur vooral zijn of partijen bereid zijn om serieus water bij de wijn te doen, en de goede plannen van anderen te omarmen. Dat niet willen is pas echt een breekpunt.