Post

Post

Het verraad van Calabar

In het stuk van René Zwaap (De Groene Amsterdammer, 23 februari) staat een foutje in de zin: ‘En in 1973, toen Brazilië werd bestuurd door een militaire dictatuur, schreef de bekende zanger-componist-schrijver Chico Buarque de Holanda samen met een cineast het toneelstuk Calabar, o elogio de tradição (De lof van het verraad), waarin ook al een poging tot rehabilitatie werd gedaan.’ Calabar, o elogio de tradição betekent: Calabar, de lof van de traditie. Vermoedelijk is de juiste titel Calabar, o elogio de traição, een letter d minder dus.

F. VAN DER VELDEN, via e-mail

Fred van der Spek

Fred van der Spek ken ik zo’n zestig jaar, maar zoals Aart Brouwer hem schetst (De Groene Amsterdammer, 26 januari) herken ik hem nauwelijks. Twee opmerkingen.

Ten eerste: Van der Speks ‘vinnige interpellaties op het gebied van buitenlands beleid en defensie’. Waarom werden die als vinnig ervaren? Omdat het helaas de gewoonte is in parlement en daarbuiten om het geweld, de agressie, de terreur van onze tegenstanders breed uit te meten, desnoods vinnig, maar geweld, agressie en terreur van ons en onze bondgenoten te kleineren of te verzwijgen en ontkennen. Een eerlijk mens zal de normen die hij zijn tegenstanders aanlegt ook zijn eigen land en bondgenoten aanleggen, in woord én geschrift, wat blijkbaar als vinnig wordt ervaren.

Ten tweede: Van der Spek ‘beet zich vast’ in de ‘perfide’ Vietnamoorlog en in de Indonesische bezetting van Oost-Timor. Aan ‘de reële dreiging van de Sovjet-Unie’ werd nauwelijks aandacht besteed, aldus Aart Brouwer. Die reële dreiging van de Sovjet-Unie viel in het niet bij de reële genocide die door Indonesië werd uitgevoerd in Oost-Timor, waarbij honderd- à tweehonderdduizend (op een bevolking van zevenhonderdduizend) mensen werden vermoord, maar waaraan een minimum van aandacht werd besteed, omdat Indonesië werd gesteund door onder meer de VS en Australië, dat later een verdrag met Indonesië afsloot ter exploitatie van de Timorese olie.

Volgens Noam Chomsky, die van tijd tot tijd een dergelijk verwijt krijgt, is het in onze maatschappij normaal om je vijanden aan te vallen en je vrienden te steunen. Maar dit is, zo vindt Chomsky, een potentieel immoreel standpunt dat een verantwoordelijke intellectueel dient te verwerpen. Mijn kritiek op het gedrag van bijvoorbeeld de Sovjet-Unie zal weinig invloed hebben op dat gedrag, maar met kritiek op het immorele en criminele gedrag van mijn eigen land, de VS, kan ik iets veranderen, aldus Chomsky jaren geleden.

Dit is niet iets wat de gemiddelde burger wil horen, want die gaat niet uit van principes van recht, moraal en culturele waarden, maar van effectiviteit en kosten. Dat Van der Spek van dat laatste niet uitging wordt hem door sommigen blijkbaar kwalijk genomen. Het is in hem te waarderen dat hij de moed heeft gehad zich impopulair te maken.

ALEX VELDHOF, Rijswijk

Verkeerde man, correcte vragen

Rutger van der Hoeven kleunt in zijn analyse Verkeerde man, correcte vragen (De Groene Amsterdammer, 23 februari) over Bram Moszkowicz flink mis. Van der Hoeven laat de grondvraag of een advocaat die door de kortgedingrechter als ‘maffiamaatje’ wordt aangeduid wel als advocaat kan dienen ongenoemd. Daarnaast heeft Moszkowicz een andere kwestie aan de orde gesteld, namelijk de schijnbare strijdigheid tussen het beginsel van de vrijheid van meningsuiting, dat in zowel onze grondwet als in het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens is vastgelegd, en de verbodsbepalingen in het strafrecht inzake schending van de eer en goede naam en verbod van belediging. Hier zit dus volgens mij – als niet-jurist, geef ik onmiddellijk toe – een spagaat.

J.W. JONGEJANS, politicoloog, Zoetermeer

Bodies

Enige weken geleden las ik in De Groene Amsterdammer een kritisch commentaar over de tentoonstelling Bodies: The Exhibition. Er zouden lichamen van ter dood veroordeelden tussen zitten, althans dat was zeker niet uitgesloten. Ik besloot daarom niet naar deze tentoonstelling te gaan, uit stil protest. Nu tref ik in uw blad een paginagrote advertentie aan voor deze onheilspellende tentoonstelling. Heb ik iets gemist? Heeft De Groene Amsterdammer iets gemist of begrijp ik het niet goed?

Het gaat hier wel om een advertentie voor een tentoonstelling van mogelijke slachtoffers van mensenrechtenschendingen. Vanzelfsprekend garandeert u niet als advertentieblad (dat u noodgedwongen ook moet zijn) dat fabrikant A (waarvoor u adverteert) beter is dan fabrikant B (omdat dat in A’s advertentie wordt gezegd). En als u dan een artikeltje schrijft over de directie van A en haar foute relaties met enge landen betekent dit niet dat u het eens bent met die beduimelde praktijken. Maar deze kwestie bevreemdt mij toch wel.

FLORIMOND WASSENAAR, via website www.groene.nl