Post

Post

Madwoman

In de recensie ‘Madwoman’ (De Groene Amsterdammer, 2 maart) staat een tweetal merkwaardigheden. Als eerste een misvatting over de turingmachine. Dit is geen machine. Het is een abstract concept, dat als fundament fungeert voor alle moderne computers, inclusief de eerste ooit gebouwd, in Manchester, 1948. Turing zelf werkte inderdaad aan dit project mee. Inmiddels speelt Turings conceptuele machine een belangrijke rol op tal van andere wetenschappelijke gebieden, tot aan het bestuderen van het menselijk bewustzijn.

Ook is het zo dat Turings appel met cyanide vergiftigd was. Is het werkelijk mogelijk om cyanide met gebruik van elektroden of iets dergelijks op te wekken in een appel? Ik kan daar in ieder geval niets over terugvinden. Bovendien, waarom hier zo vaag over doen? Er kleeft al genoeg duisters aan de dood van deze grote geest, zie daaromtrent een aantal samenzweringstheorieën.

CIARÁN O’NÉILL, Amsterdam

Sociale bewegingen

Hierbij een kleine correctie op ‘Wat de vrouw wou’ van Rob Hartmans (De Groene Amsterdammer, 2 maart). Mijn driestrategieënmodel is niet gebaseerd op de ontwikkeling van de socialistische arbeidersbeweging. Je kunt de beweging van de christengemeen-schappen en de ketterse bewegingen – met hun utopische ‘doe-het-zelf’-strategie – toch moeilijk als arbeidersbeweging omschrijven (hoewel de idealen van deze bewegingen wel overeenkomsten vertonen met ‘het’ latere socialisme). In de ketterse bewegingen van de zestiende eeuw ontstond reeds de revolutionaire strategie (de beweging rond Thomas Munzer en de wederdopers). En de onderhandelingsstrategie kon ontstaan met de ideeën over burgerschap, zo tegen het einde van de achttiende eeuw (sterk beïnvloed door de Amerikaanse, Franse en Bataafse revoluties).

Alle drie strategieën waren dus al door sociale bewegingen toegepast voordat de socialistische beweging ontstond: als eerste de utopisch socialisten (die de ‘doe-het-zelf’-strategie benadrukten), gevolgd door de marxisten (die de revolutionaire strategie aanhingen) en daarna de onderhandelingsstrategie van de sociaal-democraten. Anarchisten hebben vanaf midden negentiende eeuw altijd de eerste of tweede strategie aangehangen, feministen de eerste en derde strategie: inderdaad moet deze strategie-indeling niet beschouwd worden als een chronologie.

Om me verder te beperken tot het feminisme: het is volgens mij onduidelijk welke strategie het beste is. Zo was de onderhandelingsstrategie van mvm pas effectief nadat de acties van Dolle Mina feminisme tot belangrijk publiek fenomeen hadden gemaakt. In mijn artikel in de bundel Alles kon anders heb ik willen laten zien dat de radicale feministen niet zozeer geïsoleerd kwamen te staan, maar dat ongemerkt de radicaliteit van ‘we formuleren onze politieke problemen zelf’ is verschoven in de richting van ‘we moeten directe invloed uitoefenen op de overheid’, waardoor het feminisme geïnstitutionaliseerd is geraakt.

SASKIA POLDERVAART, Amsterdam