Post

Post

Mail uw post naar groene@groene.nl

Identiteit

Opheffer vindt blijkbaar dat identiteit, loyaliteit en het hebben van een nationaliteit (paspoort) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn of horen te zijn (De Groene Amsterdammer, 2 maart). Het gelijktijdig bezitten van meerdere van een aantal van deze ingrediënten zou gelijk staan aan ‘schizofrenie’.

Zelf heb ik vanaf mijn geboorte tot mijn 26ste jaar een Nederlands paspoort en een door het land waar ik woonde verstrekte identiteitskaart gehad. Daarna heb ik verscheidene jaren in Duitsland en Scandinavië gewoond. Nu woon ik hier. Ik voel me in West-Europa meer vanzelfsprekend thuis dan daarbuiten, in verschillende gradaties, maar dat komt doordat ik nooit langere tijd buiten dit deel van de wereld gewoond heb. De vraag aan welk land ik loyaal zou zijn, vind ik absurd. Ik heb een deeltje van mijn geschiedenis in een aantal landen liggen, dat heeft me waarschijnlijk mede gevormd, maar loyaal…? Ik volg de politieke ontwikkelingen in veel landen even kritisch en nieuwsgierig als wat er hier in Nederland gebeurt. Het dreigt wat pathetisch te klinken als ik zeg dat ik me vooral medemens voel en daarna al het andere, maar toch drukt dat mijn positie het best uit. Het pure feit dat je mens bent, brengt in mijn opvatting de verplichting mee loyaal te zijn aan alle medemensen, waarmee je hoe dan ook in aanraking komt. Met sommige heb je meer of diepgaander te maken dan met andere. En sommige zijn je sympathieker dan andere, er is minder te overbruggen bij pogingen tot communicatie. Maar wat heeft dat met loyaliteit te maken? Het hebben van een nationaliteit of paspoort is voor mij vooral belangrijk omdat ik weet tot welke instanties ik me kan wenden om aan mijn bescherming en aan mijn rechten te komen. Ik accepteer dat dit ook bepaalde verplichtingen naar overheidsregimes met zich mee kan brengen. Dat zou je loyaliteit kunnen noemen, maar die is verre van absoluut. Verder betekent lange tijd ergens wonen als alles goed gaat ook deelnemen in cultuur en cultuurvorming. Maar als dat deelname aan invloeden van buitenaf dwarszit, hoeft het voor mij al veel minder.

Verdachtmaking van politici puur op grond van het feit dat ze meerdere nationaliteiten hebben vind ik walgelijk. Ik begrijp niet dat democratisch gezinde politici daarin meegaan of het laten bij wat lauw formeel gesputter.

Dat Opheffer behoefte heeft aan een monolithische identiteit, het zij zo. Het maakt zijn schrijfsels voor mij wel minder interessant.

FRITS FLORIN, Culemborg

Das Leben der Anderen

Margreet Fogteloo constateert in De efficiency van de kaartenbak (De Groene Amsterdammer, 23 februari) dat het onderdrukkingsmechanisme in dictaturen universeel is. De Wende werd voor veel Oost-Duitsers een desillusie. De invasie van een weerzinwekkend roofdierkapitalisme, met medewerking van de Treuhandanstalt, bracht maar liefst 95 procent van de ddr-economie in West-Duits en buitenlands bezit. De werkloosheid steeg naar twintig procent. Terecht voelen de Ossi’s zich vervreemd in eigen huis.

Het ddr-verleden wordt rigoureus uitgewist. Monumentale gebouwen als het Stadion der Weltjugend, het Ministerium für Auswärtige Angelegenheiten, de Gaststätte Ahornblatt en onlangs nog het Palast der Republik werden gesloopt, soms zonder aanwijsbare reden. Hoewel de ddr een cultuurnatie was, zijn ddr-films uitgebannen en is de ddr-literatuur slechts schaars verkrijgbaar. Dat bevordert de verzoening niet. De ddr had overigens goede kanten, en heeft de levensvisie van haar inwoners onmiskenbaar veranderd. Sinds 1990 hebben de democratische socialisten (spd en pds/Die Linke) bij de landelijke verkiezingen in het gebied van de voormalige ddr met ongeveer 55 procent van de stemmen de absolute meerderheid.

EMIL BAKKUM, Utrecht

Correctie

De bespreking van de geïllustreerde dichtbundel Mosselman Hallo in de rubriek Dichters & Denkers (De Groene Amsterdammer, 23 februari) was, zoals alle besprekingen om de week, opgefleurd met een tekening van PJ Roggeband. In dit geval had de redactie dat expliciet moeten vermelden om misverstanden te voorkomen. Omdat de tekeningen van Roland Sohier in deze bundel een integraal onderdeel zijn bij de poëzie van Astrid Lampe zou nu de indruk kunnen ontstaan dat Mosselman Hallo was geïllustreerd door een ander dan Sohier.

REDACTIE