Post

Post

Mail uw post naar groene@groene.nl

HOFLAND: 10 MEI
Hofland geeft (De Groene Amsterdammer, 11 mei) de militair Sas (militair attaché in Berlijn tot 1940) een wel erg hoge rang: generaal-majoor. Hij was vier rangen lager, gewoon majoor. Attachés waren altijd hoofdofficieren en geen opperofficieren (generaalsrangen). Overigens was Sas een tragische figuur. Want hij had voor mei 1940 vele malen laten weten dat de oorlog nu op het punt stond te beginnen. Hij kon het niet helpen dat Hitler zo vele malen een aanval had uitgesteld. Op het laatst geloofde de Nederlandse regering Sas niet meer: ‘Sas kan ons nog meer vertellen.’
HANS VAN BORSELEN, Fochteloo (Fr)

TERUGGEFLOTEN DOOR HITLER
Uit de bespreking door Max Arian (De Groene Amsterdammer, 4 mei) van de dissertatie De Legale Rest van Coen Stuldreher komt naar voren dat die studie een waardevolle aanvulling vormt van de geschiedenis van de jodenvervolging in bezet Nederland. Stuldreher stuitte tijdens zijn onderzoek herhaaldelijk op de jurist Hans Georg Calmeyer, de Duitse ambtenaar die als hoofd van de Entscheidungsstelle für die Meldepflicht aus VO 6/41 was belast met de uitvoering van artikel 3 van de Verordening 6/41: Calmeyer moest beslissen in twijfelgevallen betreffende joodse afstamming. Aanvankelijk werden hem die gevallen voorgelegd door personen die niet wisten hoeveel joodse grootouders ze hadden of beweerden dit niet te weten. In een later stadium, toen de anti-joodse maatregelen werden uitgebreid en aangescherpt en de deportaties begonnen, werden aan de Entscheidungsstelle verzoeken voorgelegd van personen die zeiden dat ze zich ten onrechte als vol- of halfjood hadden laten registreren en die bewijzen overlegden. In de meeste gevallen waren dit valse of vervalste documenten en er zijn veel aanwijzingen dat Calmeyer dit besefte. Ook de advocaten die zich voor de verzoekers hadden ingezet, getuigden dat Calmeyer zich bewust had laten bedriegen.
Tussen februari 1941 en september 1944 zijn door de Entscheidungsstelle 5667 beslissingen genomen. De activiteiten en het ambtelijke optreden van Hans Calmeyer worden uitvoerig besproken in dissertatie van de Duitse jurist Matthias Middelberg Judenrecht, Judenpolitik und der Jurist Hans Calmeyer. Stuldreher vermeldt deze dissertatie, evenals het artikel in het Nederlands Juristenblad van 28 april 2006, waarin ik de aandacht op dit proefschrift vestigde. Hij heeft er echter van afgezien de studie van Middelberg in zijn proefschrift te verwerken, omdat dit de voltooiing van zijn manuscript ernstig zou hebben vertraagd. Het valt te betreuren dat Stuldreher niet althans het belangrijkste feitenmateriaal uit Middelbergs dissertatie heeft besproken: het aantal van ruim 3700 personen dat door Calmeyers beslissing van deportatie werd vrijgesteld. Dit aantal is, evenals het hiervoor vermelde aantal van 5667 beslissingen, gebaseerd op documenten uit het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, te weten: berichten van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters en een bericht van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei, dr. Schöngarth, aan het Rasse- und Siedlungshauptambt der SS in Berlijn. Beziet men de cijfers in hun onderling verband, dan krijgt men een visie op Calmeyers bemoeienissen met de racistische afstammingsproblematiek die sterk afwijkt van de visie van Stuldreher. Deze auteur vermeldt wel het aantal van 5667 beslissingen, maar niet de uitkomsten ervan. Daarentegen vermeldt hij gegevens uit een steekproef van 343 gemotiveerde beslissingen, genomen in de periode 1940/1942-1944, die betrekking hadden op 782 personen. Die beslissingen vielen slechts voor dertig personen gunstig uit. De representativiteit van die steekproef wordt niet besproken en kan worden betwijfeld. Om wat te noemen, Calmeyer aanvaardde zijn functie pas in maart 1941. In de twee daaraan voorafgaande maanden deed Gerichtsreferendar H. Krell het werk waarvoor Calmeyer was aangetrokken. Ook is bekend dat Calmeyer zijn beslissingen in het algemeen niet motiveerde, terwijl de steekproef uitsluitend gemotiveerde beslissingen bevat. Het hierboven weergegeven, gedocumenteerde eindresultaat van ruim 3700 gunstige beslissingen, die zestig procent uitmaken van het totale aantal beslissingen, roept in elk geval dringende vragen op met betrekking tot Stuldrehers oordeel over Calmeyer, vragen die hij helaas niet meer zelf kan beantwoorden.
RUTH VAN GALEN-HERRMANN, Den Haag