Post

Post

mail uw post naar groene@groene.nl

Sociaal-democratie

De ingezonden brief van M. van de Garde en M. Mulder (De Groene Amsterdammer, 8 juni) ontlokt mij het volgende commentaar. De briefschrijvers stellen in de een na laatste paragraaf dat zij zich keren tegen neoliberalisme en individualisme en verbinden daaraan in de volgende paragraaf de conclusie dat de sociaal-democratie dus zeker niet stuurloos is.

Na het lezen van deze ontboezeming dringt zich de volgende vergelijking bij mij op: omdat ik tegen de bio-industrie ben, is de beweging van vegetariërs zeker niet stuurloos. Daar zal de bio-industrie van wakker liggen. De bio-industrie komt pas in het nauw wanneer vegetariërs veevoederfabrieken en veetransporten blokkeren en tegelijkertijd het kooppubliek en de media bombarderen met het beeld dat deze industrie van een dier heeft: een ontzield dier gereduceerd tot productie-eenheid dat zo goedkoop mogelijk geproduceerd moet worden om zoveel mogelijk winst voor de eigenaar te kunnen maken. Zo’n confronterende actie beoogt de ineenstorting van de voor dieren rampzalige bio-industrie.

Maar wat kun je van sociaal-democraten verwachten wanneer zij zich liever toeleggen op het harmonieus samenwonen van rijk en arm dan op het opheffen van rijkdom en armoede? Wanneer zij liever kwetsbare groepen beschermen tegen de gevolgen van een globaliserende economie dan deze economie op principiële gronden afwijzen? Liever steunfraude opsporen dan buitensporige inkomens aanpakken?

Het beeld van een bange, falende en dolende geneesheer die liever pleisters plakt dan operatief ingrijpt, is blijkbaar synoniem met sociaal-democratie. Waar inzicht en moed ontbreken, ontstaan stuurloosheid en ongeïnspireerd leiderschap.

W. VOLGER, Waalwijk

Gods democratische principes

Naar aanleiding van het artikel van Peter Vermaas (De Groene Amsterdammer, 22 juni): sinds jaar en dag is het in (theologisch) Nederland gebruikelijk het Engelse ‘evangelicals’ te vertalen met ‘evangelicalen’, eventueel ‘evangelikalen’. ‘Evangeliërs’ is daarom een overbodig neologisme.

C. VAN DUIN, Goes

Vrijheidssigaar

De Amerikaanse auteur, countryzanger en kandidaat-gouverneur Kinky Friedman (zie Peter Vermaas in De Groene Amsterdammer, 15 juni), werd eens door de toenmalige president Clinton in het Witte Huis ontvangen en gaf hem een Cubaanse sigaar cadeau. De president zat een beetje met dat cadeau in zijn maag vanwege het handelsembargo. Kinky Friedman stelde Clinton toen gerust met de woorden: ‘Remember Mr. President, we’re not supporting their economy, we’re burning their fields.’

CHRIS KRAMER, Urk

Jacq Vogelaar

Nu kan ik er echt niet meer tegen. Lang heb ik mijn ergernis verbeten, maar dit keer is het dieptepunt bereikt: de recensies van Jacq Vogelaar. Maandenlang heb ik zijn schrijfsels in de gaten gehouden, en welwillend lezend hoopte ik dat het slechts een voorbijgaande fase was en dat alles zich ten slotte ten goede zou keren. Maar nee, een fase is het niet, alles wijst erop dat het van blijvende aard is.

Jacq Vogelaars recensies duiden op een diepgewortelde depressie bij de schrijver ervan. Nu is een depressie niet iets om iemand te verwijten, maar wel als het zijn werk zodanig beïnvloedt dat het er zwaar onder lijdt. En omdat hij recensent is, lijden de boeken die hij bespreekt en dus de schrijvers van die boeken er ook onder. Vogelaar recenseert met gebroken vleugels, en het kwalijke is dat hij, omdat hij zelf blijkbaar niet (meer) tot vliegen in staat is, het anderen eveneens onmogelijk probeert te maken. Een klassiek geval van de ongelukkige die uit wrok zijn medemens eveneens zijn geluk misgunt. Hij hanteert zelfs geen kritische maatstaven meer in zijn beoordelingen, hij trapt gewoon neer, schoffelt onder, slaat om zich heen in een woede en chagrijn die zich van degelijk en redelijk argumenteren weinig meer lijken aan te trekken. Volkomen onverantwoord en schadelijk, vind ik.

Alstublieft, en ik vraag dit niet alleen voor mezelf maar ook voor de schrijvers en voor de mooie nieuwe boeken die een kans op leven verdienen, met andere woorden ik vraag het voor alles wat hoopvol is in de literatuur: kan Jacq Vogelaar een tijdje ophouden met het ondeskundig en troebel neersabelen van boeken die hij om welke redenen dan ook het levenslicht niet gunt?

J. DROST, Amstelveen