Post

Post

groene@groene.nl

Kropotkin en Bakoenin

Zeer verblijd was ik met een artikel over Pjotr Kropotkin en Michael Bakoenin in uw blad van vrijdag 13 juli 2007. Deze wereld heeft meer Kropotkins nodig. Met die conclusie van schrijver Rob Hartmans ben ik het geheel eens.

Aan de voorstelling dat Kropotkin een vreedzamere benadering van een maatschappelijke revolutie dan de oudere Bakoenin zou hebben gehuldigd, dient echter wel een nuance te worden toegevoegd. In 1877 en 1880 publiceerde Kropotkin artikelen die opriepen om niet alleen met de pen maar ook met het zwaard (de dolk, het geweer en het dynamiet) in actie te komen. Pas in 1881, na de aanslag op Alexander II, moet het Kropotkin duidelijk zijn geworden dat gewapenderhand er geen maatschappelijke verandering kon worden afgedwongen. De moord op deze tsaar heeft immers de hele revolutionaire beweging, zowel binnen als buiten Rusland, bijna de das omgedaan.

De revolutie van 1905 deed Kropotkin hopen op een terugkeer naar zijn vaderland, waar hij al bijna dertig jaar uit was verbannen. Hij bereidde zich voor, onder meer door te gaan oefenen op een schietbaan. Zoals bekend mag zijn, werd deze revolutie bloedig onderdrukt. Kropotkins steun aan de Entente tijdens de Eerste Wereldoorlog geeft ook al blijk van een realistische visie als het gaat om de rol van gewapend geweld in de wereld. Overigens was dit geheel in lijn met de ideeën van Bakoenin, die in eigen persoon deel had genomen aan gewapende opstanden van arbeiders in Lyon en Bologna. Kropotkin was anarchist, maar beslist geen pacifist.

ROBERT TEMME, Amsterdam

Universele jongensbehoefte?

Verbijsterd heb ik in De Groene Amsterdammer van 3 augustus de recensie van The Dangerous Book for Boys (in de komende Nederlandse uitgave Het Jongensboek geheten) gelezen, door redacteur Margreet Fogteloo.

Gelooft Fogteloo/De Groene echt dat de arme ‘jongens’ (van 8 tot 80 jaar) door hun seksespecifieke aanleg tekortkomen door het overheersen van feminiene waarden? Gaat De Groene Amsterdammer kritiekloos mee met de huidige conservatieve tendens al het gedrag via de biologie te verklaren?

Tot nu toe is zo’n biologische seksespecifieke aanleg nooit bewezen, hoeveel geld er ook aan dat onderzoek is uitgegeven. Want zo’n biologische aanleg kan alleen bewezen worden in een reusachtig experiment waarin kinderen worden opgevoed zonder te weten of ze jongens of meisjes zijn en ook de opvoeders en onderzoekers niet bekend zijn met de sekse van de kinderen. En zo’n onderzoek is onmogelijk. We weten niet wat aangeleerd en aangeboren seksespecifiek gedrag is en kunnen dat nooit weten. Maar volgens Fogteloo (en ook volgens de pedagoog Lauk Woltring) moeten de seksespecifieke aanleg en behoeften van jongens/mannen gerespecteerd worden en dat is: zich stoer, heldhaftig gedragen, gericht zijn op beta-experimenten, risico nemen en lezen over veldslagen, natuurverschijnselen en regels over sport. In het geplande The Daring Book for Girls worden de meisjesbehoeften beschreven: goede manieren, verzorgen van huisdieren en koekjesbakken. Toen ik citaten uit het artikel aan mijn (volwassen) dochter voorlas, dacht ze dat het ironisch bedoeld was.

Er zit echter ook een gevaarlijke kant aan dat stoere jongensgedrag. Toen enige jaren geleden een streetwise buurtregisseur, verbonden aan een project over ‘zinloos geweld’, aan een etnisch en seksegemengde mbo-klas vroeg wat volgens hen een ‘echte man’ was, antwoordden de jongens: ‘Een echte man laat zich nooit iets door een vrouw zeggen en slaat er onmiddellijk op los als hij beledigd wordt, want anders is hij een mietje.’ Beseffen al die voorstanders van ‘echte mannelijkheid’ wel waar ze mee bezig zijn? Hebben we nog niet genoeg porno, meisjes op de Wallen, sportprogramma’s en geweldfilms? Wat zou de wereld er prettiger uitzien als deze ‘aangeboren’ behoefte van ‘echte’ mannen eens ter discussie zou worden gesteld.

SASKIA POLDERVAART, Amsterdam