Post

Post

mail groene@groene.nl

Vrijhandel en Afrika

In zijn pleidooi voor vrijhandel gaat Mathijs Bouman (De Groene Amsterdammer, 3 augustus) wel erg kort door de bocht. Volgens Bouman bieden tariefmuren geen structurele oplossing voor de Afrikaanse boeren. Dat is waar. Tariefmuren mogen dan ook alleen gebruikt worden voor de opbouw van essentiële sectoren, zoals die in ontwikkelingslanden in de landbouw zijn te vinden. Landbouw speelt een centrale rol in armoedeverlichting. Het overgrote deel van de armen leeft nog steeds op het platteland. Zelfs met de huidige verstedelijking zal dit zeker de komende twintig jaar niet veranderen. Het gevolg is dat de meeste arme huishoudens in ontwikkelingslanden afhankelijk zijn van meer en betere banen op het platteland. Deze armen zijn niet alleen consument, maar ook producent. Wat zijn lagere consumentenprijzen als gevolg van liberalisering waard als je geen inkomen meer hebt?

Het opbouwen van efficiënte landbouw in Afrika vraagt om investeringen. Maar wie gaat nu investeren in een sector die binnen no time door Europese producenten kan worden overgenomen? Ontwikkelingslanden moeten sectoren tijdelijk kunnen beschermen, zodat die zich kunnen ontwikkelen. Europa is groot geworden achter tariefmuren en met regionale integratie. Maar Europa wil nu dat ontwikkelingslanden vooral zo snel mogelijk hun markten opengooien voor Europese producenten, terwijl de Europese landbouwsector zijn subsidies en de tariefmuren maar mondjesmaat afbouwt. Afrika verdient een kans om eerst de regionale handel op te bouwen.

Bouman noemt het mislukken van een melkfabriekje in Kameroen door gebrek aan financiële middelen voor transport en opslag ‘eerder op beroerd ondernemerschap duiden’. Hij stelt: ‘Alleen met concurrentie zijn dergelijke blunders uit te roeien. Handelsliberalisering levert die concurrentie.’ Al sinds de jaren tachtig vindt in Afrika op grote schaal handelsliberalisering plaats, ingezet onder druk van het imf en de Wereldbank. De gewenste resultaten zijn uitgebleven. Daarover zegt Bouman echter niets. In plaats daarvan geeft hij toe dat hij niet kan inschatten of een land per saldo iets opschiet met handelsliberalisering, maar ‘in elk geval zijn er ook winnaars’. In arme landen waar zeventig procent van de bevolking zijn brood moet verdienen in de landbouw is het de vraag of die winst wel opweegt tegen het verlies.

Handel is de motor voor economische ontwikkeling en cruciaal voor het bestrijden van armoede. Maar dan wel handel waar de bevolking werkelijk van profiteert. Eérlijke handel, daar gaat het om.

DIANA VAN LOENEN, econoom

en beleidsadviseur ontwikkelingsorganisatie icco, Utrecht

De Indische les

De Indische les van Opheffer (De Groene Amsterdammer, 10 augustus) is mij uit het hart gegrepen.

Veel Nederlanders kennen hun geschiedenis ‘van eigen bodem’ amper. Er is zelfs een canon voor nodig om dat te veranderen. Nog minder is het gesteld met de kennis van de geschiedenis van Nederlands-Indië.

Wie kent nog C. Snouck Hurgronje, een groot islamkenner en indoloog, hoogleraar in Leiden rond de vorige eeuwwisseling. Door zijn geschriften te bestuderen kunnen we wellicht meer leren hoe om te gaan met de islamitische mensen in ons land. Hij heeft heel veel geschreven over de integratie van de verschillende etnisch-culturele groepen in Nederlands-Indië.

Het lijkt net of we onze tijd in Nederlands-Indië, waar we vroeger als kleine blanke minderheid samen met de zeer grote moslimbevolking leefden, vergeten zijn. Toch zijn er mensen (www.gastdocenten.com) die tegen de stroom in blijven vertellen over Nederlands-Indië, ondanks het feit dat ze zelf slachtoffer in de Jappenkampen zijn geweest. Het zijn deze mensen die informatie blijven geven op scholen en hun verhaal blijven vertellen over de goede dingen die daar gedaan zijn. Ondanks het vele leed dat hun is overkomen.

Op 15 augustus zijn het einde van WO II en speciaal de doden van de oorlog in Zuidoost-Azië herdacht. Laten we die datum ook in de canon zetten, om nooit te vergeten!

ANTON MOUWEN, Zeist

(partner van een Jappenkampkind)

Verbeteringen

In het artikel ‘De vrijheid van Calvijn’ (De Groene Amsterdammer, 27 juli) wordt verwezen naar Der protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus van Max Weber. Er had moeten staan: Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus.

Het postuum verschenen artikel ‘Universele zelfvernietigingsdrang’ van Martin van Amerongen, deze week in de bijlage Liebesnacht over het Gergiev Festival, is reeds eerder verschenen in De Groene Amsterdammer, en wel in het nummer van 16 december 2000.

REDACTIE