Post

Post

Mail uw post naar groene@groene.nl

Nepbom

Naar aanleiding van de column van Opheffer (De Groene Amsterdammer, 7 september) het volgende:

Of een ‘meningsuiting’ (die erop gericht is een maatschappelijke misstand aan de kaak te stellen) wel of geen fysieke en direct praktische invloed op de openbare orde heeft, is volgens mij minder van belang dan het effect dat de uiting beoogt te behalen. De vraag is of dat effectbejag (waarvan geen enkele opiniemaker of creatief zich kan verschonen) ‘wenselijk’ of ‘verstandig’ is. De maker weet eigenlijk zeker dat de uiting vooral maatschappelijke polarisatie en vergroting van het vijanddenken oplevert. Dat geldt zowel het nastreven van direct effect (de nepbom) als van indirect effect (een nepmonument of een blasfemische film).

Regel voor de minder getalenteerde kunstenaar is hierbij: hoe slechter het kunstwerk, des te groter het effect. En: hoe beter het kunstwerk, des te minder effect (want multi-interpretabel en dus kan men je nooit helemaal vastpinnen). Dat deze redenatie niet geheel gespeend is van hetzelfde effectbejag, moge men mij vergeven.

Ook mijn voornaamste beweegreden is woede over een misstand. Laat Opheffer zich beperken tot waar hij goed in is: het schrijven over film.

Eric van Straaten, Haarlem

PAVAROTTI

Pavarotti vertegenwoordigde alles wat conservatief en anderszins ouderwets was aan het fenomeen opera, inclusief het voortdurend annuleren van contracten, soms slechts één of twee dagen voor een optreden. De Chicago Lyric Opera heeft Pavarotti in zijn carrière in totaal voor 41 operavoorstellingen uitgenodigd. Hij heeft er daarvan 26 afgezegd. Na de laatste afzegging kreeg hij een schriftelijk ontslag van de toenmalige directeur Ardis Krainik en werd door haar tot ‘persona non grata’ verklaard.

Pavarotti heeft Nederland in het begin van zijn loopbaan gebruikt om ‘op stoom te komen’. In 1963 heeft hij op 28-jarige leeftijd bij de ‘oude’ Nederlandse Opera een paar maanden gebivakkeerd om er de rollen van Edgar Ravenswood in Donizetti’s Lucia di Lammermoor en Rodolfo in Puccini’s La Bohème te zingen. Ik zeg: zingen, want van acteren had deze knaap op dat moment nog nooit gehoord en dat heeft hij zijn hele leven met consequentie volgehouden. Voor het laatst trad hij in ons land in de opera op in 1966 als Tebaldo in een Holland Festival-productie van Bellini’s I Capuleti e i Montecchi ofwel Bellini’s versie van Shakespeare’s Romeo and Juliet. Ik bezocht die voorstelling met mijn oudere vriend, criticus Leo Hanekroot, en herinner mij nog levendig hoe Leo met het schuim op de mond van woede het theater verliet. Ondanks het dirigeren van de jonge Claudio Abbado werd hier duur Holland Festival-geld weggesmeten aan een operaproductie zonder vlees of vis, zonder enig concept en vooral zonder enige dramatische aspiratie, hoewel het programmaboek de niet onverdienstelijke regisseur Ezio Frigerio vermeldde.

Het enige dat opviel was de tenorstem van Luciano Pavarotti. Een verlies voor de operakunst is hij beslist niet. Maar hij was een unieke zanger.

Nando Schellen, Flagstaff, Arizona