Post

Post

Taalgeneuzel

Jan Stroop zou als eerste moeten weten dat taal zich permanent ontwikkelt en op welke voorspelbare en onvoorspelbare manieren dat gebeurt. Hij weet bovendien dat de meeste taaluitingen dankzij een reusachtige redundantie (de aanwezigheid van allerlei schijnbaar overbodige elementen in de zin zelf en in de context) volstrekt begrijpelijk blijven ook al staan er woordjes en zinswendinkjes in die je vroeger niet op die manier tegen zou komen. En die gaan op een gegeven moment een eigen leven leiden, en dat is het dan.

FELIX VAN DE LAAR, Antwerpen

Klimaatverandering

Aart Brouwer suggereert (in De Groene Amsterdammer van 23 maart) dat een meteoroloog van het 2500 wetenschappers tellende team van het IPCC beweert dat de mens geen rol speelt bij het opwarmen van de aarde. Door gebrek aan medestanders is deze meteoroloog opgestapt. Verderop in het artikel blijkt de ruzie te gaan over de rol van klimaatverandering in de zwaarte van wervelstormen. De ruzie gaat over competenties en eer. Het hele voorval zegt niets over de waarschijnlijkheid van de rol van de mens bij klimaatverandering.

In hetzelfde artikel schrijft Brouwer dat de conclusie uit het Derde Evaluatie Rapport van IPCC is «ondergraven omdat een belangrijke publicatie waarop ze berustte – een boomringonderzoek van de Amerikaan Micheal Mann – niet betrouwbaar bleek». Onzin. Inderdaad is gebleken dat het jaarringonderzoek (zo heten die dingen) niet klopt. Maar hij verzuimt te melden dat de conclusie is gebaseerd op dertien verschillende reconstructies van het temperatuurverloop. Deze zijn behalve op jaarringen ook op koraalgroei, ijskernen, sedimenten, historische bronnen, gletsjeronderzoek en stuifmeelonderzoek gebaseerd. Alle reconstructies leveren hetzelfde patroon: een bijna explosieve toename van de temperatuur in de afgelopen honderd jaar, die een halve graad uitstijgt boven de hoogste gereconstrueerde temperatuur van afgelopen duizend jaar.

Waarom doet Brouwer dit? In De Groene Amsterdammer van 24 september 2004 komt de aap uit de mouw: hij is doodsbang voor «gedwongen gedragsverandering van de burgers in naam van het klimaat», die «volledig voor rekening van de burger» komen. Hij gaat dan voorbij aan de gevolgen van het klimaat veranderende gedrag van vooral de één miljard aan olie verslaafde mensen op deze planeet. Op de aan klimaatverandering gewijde fototentoonstelling NorthSouthEastWest in London zien we een foto van een klas kinderen op de Marshall Eilanden. Deze zullen hun oude dag niet op hun geboortegrond kunnen doorbrengen.

PAUL PEETERS, Breda

lector Internationale Hogeschool

Opheffer (1)

Opheffer skryf (in De Groene Amsterdammer van 1 april) die volgende: «Ik probeer de volgende zin op te schrijven: ‹Ik zal nooit meer schrijven over de moord op Theo van Gogh.› Van hoofdredacteur tot lezer ergert men zich wat dat betreft aan mij.»

Ek verstaan dat dit ’n moeilike kwessie is, maar werklik om week na week steeds oor Theo van Gogh se moord te lees is net te veel. Sy rubriek was vir my tevore uitstekend. Ek is jammer dat hier die ongelukkige ding wat gebeur het, ook «Opheffer» van sy talent ontneem het. Verder. Veel bedankt voor een wonderlike tydskrif!

MARIÉ ROUX, Stellenbosch

Beplanning en Bemarking Universiteit van Stellenbosch

Paus

Het wordt tijd dat de wetenschap eens opschiet, want hele volksstammen geloven blijkbaar nog steeds dat er een god en een hiernamaals is. Er is werk aan de winkel. Onze generatie heeft het katholicisme in Nederland toen verslagen. Zijn macht is in Nederland volkomen gedecimeerd. Maar als de afbraak van het universitaire onderwijs, de toename van de armoede en de uitzichtloosheid zo doorgaan, kan het wel weer eens verkeerd gaan lopen. Wees dus waakzaam, babyboomers. Wij waren de enige generatie die durfde te zeggen dat voorgaande generaties verkeerde inzichten hadden. Onze kinderen profiteren er nog steeds van.

RIK MIN, Enschede

Opheffer (2)

Proficiat! Eindelijk een Opheffer zonder Van Gogh (in De Groene Amsterdammer van 8 april). Daar heb ik lang naar uitgezien. Aan Holmans drogredeneringen, die normaal wel amusant zijn, kon ik afgelopen maanden geen vreugde beleven. Misschien was zijn gemopper goed voor de losse verkoop, maar als abonnee zou ik het sjieker gevonden hebben als De Groene het Holman had vergund om – bij wijze van rouwverlof en uiteraard met doorbetaling – zijn column met wit te vullen als pendant van de lege columns van Van Gogh in het gratis treinkrantje.

F. VOORN, Breda

Praktijkschool

In de wekelijkse rubriek van Kees Beekmans viel mij een kleinigheid op. Beekmans schreef over de bijnaam van de Servische Jelena, die haar klasgenootjes gebruiken om haar te pesten: «ribitsa», of «ribica» in goed Servisch. Verderop noemt hij haar voor het gemak zelf Ribitsa. Heel erg ongepast! Ribica is een «liefkozend» woord voor het vrouwelijk geslachtsorgaan, zoiets als «kutje». Letterlijk betekent ribica «visje». Maar ik denk niet dat haar klasgenootjes Jelena daarom plaagden.

NINA SIMIC, Amsterdam