Post

Post

NEOLIBERALISME
Koen Haegens doet er goed aan (De Groene Amsterdammer, 8 augustus) Giovanni Arrighi in Nederland onder een groter publiek bekend te maken – niet voor niets hebben wetenschappelijke collega’s Arrighi’s boek The Long Twentieth Century (1994) uitgeroepen tot het beste sociaal wetenschappelijk werk van de twintigste eeuw. Voor inzicht in ontwikkelingen in deze wereld is zijn werk onontbeerlijk.
Haegens volgt Arrighi waar deze analyseert dat de Verenigde Staten in hun terminale crisis zitten – en mutatis mutandis het Westen – maar gelooft niet dat China als toekomstige grootmacht een ‘wending ten goede’ betekent, wat dat ook mag betekenen. Volgens Haegens ‘vliegt Arrighi hier uit de bocht’. Die conclusie doet noch Arrighi noch de huidige ontwikkelingen recht.
Haegens onderbouwt zijn stelling door historisch gegroeide concepten als ‘alomtegenwoordige staat’, ‘neoliberalisme’ en ‘parlementaire democratie’ a-historisch te gebruiken. Neoliberalisme is een fase die hoort bij het westerse kapitalistische systeem. China heeft nooit een dergelijke periode meegemaakt. Hetzelfde geldt voor ‘parlementaire democratie’. Het parlementaire model beschermt westerse kapitaalsgroepen tegen te veel invloed van de bevolking. Westerse regeringen zorgen daardoor niet voor het algemeen belang. Max Weber gaf het inzicht dat westerse landen gechanteerd worden door het mobiele kapitaal.
De alomtegenwoordige staat betekent dat kapitaalsgroepen destijds niet in nazi-Duitsland en in de Sovjet-Unie konden infiltreren. Wanneer Haegens deze begrippen op China legt, kijkt hij met westerse ogen.
Marx analyseerde dat wij eerst aan het eind van een periode in staat zijn het systeem op zijn gebreken te beoordelen. De opkomst van China zorgt in het Westen voor meer inzicht in die westerse tekortkomingen. De belangrijkste zijn:
– het Westen is te klein om deze wereld te ontwikkelen;
– de VS zijn als leider onbetrouwbaar; zij verliezen (Vietnam, Irak, et cetera);
– het economische westerse systeem hanteert monopolies, omdat het niet in staat is te concurreren;
– de overheersing van het Westen was gebaseerd op een overkill aan wapens.
Haegens weet dat de overgang van de ene hegemon naar de andere met grote maatschappelijke veranderingen gepaard gaat. Holland was als hegemon een handelsnatie in de zeventiende en achttiende eeuw; opvolger Engeland kende een industriële ontwikkeling. Amsterdam was het handelsentrepot en Londen was de werkplaats van de wereld. Nederland kende multinationals, opvolger Engeland familiale, kleine economische eenheden. Engeland beschermde zijn ondernemingen zelf in het buitenland, terwijl Nederland dat overliet aan zijn multinationals.
De overgang naar de VS ging eveneens gepaard met grootschalige veranderingen: uitvindingen aan het eind van de negentiende eeuw, olie, massaproductie, multinationals – en alles op een veel grotere schaal. Ford had in 1925 75.000 arbeiders in dienst in een fabriek. Europa vijfhonderd. Kleine winkels werden vervangen door ketens, er kwamen winkelcentra met buitenwijken en voorsteden. Voor mensen waren films, wolkenkrabbers, auto’s, vliegtuigen, koelkasten, tv, computers, cv, et cetera enorme, vaak creatieve veranderingen, die Engelse verworvenheden uit de negentiende eeuw degradeerden tot achterlijke ervaringen.
Haegens had zijn artikel beter kunnen eindigen in nieuwsgierigheid naar de creativiteit waarmee hegemon China veranderingen gaat doorvoeren. Hij had daarvoor ook bij Adam Smith in Beijing te rade kunnen gaan: Arrighi geeft daarin voldoende aanzetten.
ROB GROENHUIJZEN, via e-mail

EEN NIEUWE HORIZON
Vanouds hoedt De Groene Amsterdammer de conservatief linkse traditie. Als het echt niet meer anders kan in een nieuwe vorm. Zo wordt (De Groene, 15 augustus) afscheid genomen van de oude antikernenergiebeweging en een vervanging voorgesteld. Nog éénmaal worden alle bekende bezwaren opgesomd, inclusief flodderige kostenschattingen, met terrorisme als tegenwoordig onvermijdelijke toevoeging.
Dat was het dan.
Het nieuwe erfgoed heet ‘zon’; ‘wind’ is afgevallen. De als reden aangevoerde totale hoeveelheid zonnestraling is echter even gratuit als de grote hoeveelheid uraan in zeewater dat voor de kernenergie is. Massale toepassing van zonne-energie is alleen mogelijk middels opvang in de Sahara en transport van daar gevormde waterstof. Dan gelden alle vroegere bezwaren weer. De kwade rol van het voor buitenstaanders niet bereikbare plutonium wordt nu overgenomen voor een pijpleiding met waterstof.
Met twee gewezen promovendi in de zonnesector volg ik de ontwikkelingen. Boeiend, maar voorlopig nog een horizon.
H.A. DAS, Bergen (NH)