Post

Post

VERTEKEND VERLEDEN
De neiging om het verleden te versimpelen en te verfraaien is algemeen. Maar Aart Brouwer maakt het wel erg bont in zijn passage over het Nederlandse aandeel in de Amerikaanse Vrijheidsoorlog, in het Amerika-nummer (31 oktober). Hij weet kennelijk niet dat door het huwelijk van stadhouder Willem III met Queen Mary en vervolgens diens latere opvolger Willem IV met de Engelse koningsdochter Anne van Hannover in de achttiende eeuw de Nederlandse politiek pro-Engels was gericht. Dat de erfstadhouder door zijn vergaande rechten van benoeming en recommandatie in bijna alle steden en provincies van hem afhankelijke regenten kon plaatsen – die uiteraard zijn pro-Engelse beleid volgden! – krijgt ook in de gangbare geschiedschrijving veel te weinig nadruk. En helemaal ontbreekt daarin de constatering dat de belangen van handel en scheepvaart die noopten tot een anti-Engelse politiek juist steun vonden in Amsterdam – dat zich in 1752 had onttrokken aan de stadhouderlijke benoeming van de burgemeesters – en in Friesland waar het de stadhouder vanouds verboden was stemdragend grondbezit te verwerven zodat in de drie plattelandskwartieren van hem onafhankelijke grietmannen de macht hadden. (In de Friese steden had de stadhouder wel de recommandatie van de burgemeesters.)
Met ruim twintig procent droeg de stad Amsterdam verreweg het meeste bij in de Generaliteitsmiddelen en met meer dan één procent was Friesland een goede tweede. In deze tegenstelling tussen de materiële onderbouw – die anti-Engelse maatregelen vergde – en de politieke bovenbouw – die tot een stadhouderlijk pro-Engels beleid noopte – ligt mijns inziens de grondverklaring voor de verwikkelingen in de politiek van de Staten-Generaal in de achttiende eeuw.
Het saluut van de Andrew Doria van 1776 was niet meer dan een incident, dat volkomen ten onrechte door een populair boek – Barbara Tuchman: The First Salute, 1989 – is opgeblazen tot historisch keerpunt. Jammer genoeg heeft Aart Brouwer zich niet gerealiseerd dat de gouverneur van Sint-Eustatius die voor dit saluut verantwoordelijk was, werd berispt door sterk afkeurende resoluties van de Staten van Holland en West-Friesland alsmede de Staten-Generaal. (Ter genoegdoening van de Engelse protesten!) Maar door de overheersende invloed van Amsterdam in de WIC kon hij op zijn post terugkeren.
Het zou juist De Groene Amsterdammer gesierd hebben de werkelijke casus belli voor de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) vermeld te hebben, het zogenoemde Ontwerpverdrag van Aken, tussen de Amsterdamse burgemeesteren en het Congres.
DR. J. OSINGA, Amsterdam

RENZO MARTENS
Helaas suggereert de kop boven het (goede) interview van Bert Mebius met Renzo Martens (De Groene Amsterdammer, 21 november) dat het werk niet te zien zou zijn in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam.
Dat klopt niet. De film Episode III – Enjoy Poverty wordt vanaf 21 november doorlopend vertoond in SMBA (Rozenstraat 59, www.smba.nl), tot en met 4 januari 2009. Ook zijn er nog enkele andere, aan de film gerelateerde objecten van de kunstenaar Martens te zien. Dinsdag t/m zondag, 11.30, 13.30 en 15.30 uur.
JELLE BOUWHUIS, Amsterdam
curator Stedelijk Museum Bureau Amsterdam

OPHEFFER & ABDOLAH (1)
Het artikel van Opheffer ‘Koran kussen’ (De Groene Amsterdammer, 14 november) gaf mij een heel goed gevoel. Geboren in Surabaja, moeder Armeens en vader Nederlands-joods, ben ik al minstens honderd jaar een fan van Opheffer. Ook vond ik in den beginne Abdolah in de Volkskrant leuk om te lezen. Nu niet meer. Zijn twee boeken, Mohammed en De Boodschapper vond ik maar niks. Dan ook nog het stomme verhaal over Obama, die als kleine jongen misschien wel de Koran gekust zou hebben en dat Abdolah daar vreugdetranen aan wilde verspillen, vind ik meer dan grof.
Volgens inside-berichten heeft bijna de hele joodse gemeenschap in Amerika op Obama gestemd. Ik zou hetzelfde gedaan hebben, niet omdat hij gemengd is, maar omdat hij pienter en integer overkomt.
Lieve Opheffer, ga zo door, het geeft mij energie.
MAGDA fiAMMAN-KNAP

OPHEFFER & ABDOLAH (2)
Opheffer noemt Kader Abdolah een racist en bovendien een waardeloos denker, naar aanleiding van de uitspraak dat we zouden huilen van geluk als er in Nederland een minister-president met een niet-blanke huidskleur zou komen.
Nu even beter nadenken, Opheffer: juist niet racistisch is de aanname dat zoiets mogelijk moet zijn.
P.B. DE BRUIJN, Utrecht