Post

Post

MARKT EN MORAAL
Het is onder economen, helaas, maar al te gebruikelijk om Adam Smith’s metafoor van de onzichtbare hand te pas en te onpas aan te halen ter verdediging van de vrije markt. Zo citeert ook Bas Jacobs in zijn column van 14 november de bekende passage waarin Smith spreekt over een handelaar die ‘is led by an invisible hand to promote an end which was no part of his intention’, namelijk het algemeen belang.
In al zijn gepubliceerde werk gebruikt Smith welgeteld drie keer de metafoor van de onzichtbare hand, en geen van deze keren in de betekenis die Bas Jacobs eraan toedicht. Er is geen sprake van dat Smith het heeft over ‘efficiëntievoordelen van de markt’, noch over vrije toe- en uittreding, en al helemaal niet over de prijs van goederen als communicator van schaarste in de markt. Het grondleggende principe van Smith’s boek is arbeidsdeling, Smith verdedigt inderdaad een terughoudende staat, niet omdat de markt efficiënt zou zijn, maar omdat in een ‘system of natural liberty’ eigenbelang inderdaad met algemeen belang kan samengaan.
Dat de ‘invisible hand’ bij Smith een geheel andere inhoud heeft dan Jacobs denkt, blijkt precies uit de context van het aangehaalde citaat. Smith heeft het daar over een producent die de producten van zijn eigen land verkiest boven die van het buitenland en die daarmee, onbedoeld, het landsbelang dient. Het is een van de weinige plaatsen waar Smith een aanhanger lijkt van het mercantilistische gedachtegoed dat hij in de rest van de Wealth of Nations zo feilloos neersabelt.
Gedurende de gehele negentiende eeuw werd de gedachte van ‘unintended consequences’ die achter de notie van de onzichtbare hand schuilgaat niet zozeer verbonden met Adam Smith als wel met de beruchte Fable of the Bees (1714) van de van oorsprong Rotterdamse arts Bernard Mandeville. Voorvechter van de vrije markt Friedrich Hayek zag in zijn essay over Mandeville uit 1966 in deze gedachte inderdaad de verdediging van de vrije markt die Jacobs ook ziet, zij het niet in de standaard economische theorie van transparantie, vrije toe- en uittreding, et cetera. Met Mandeville wordt eigenbelang voor het eerst gezien als een positieve, productieve kracht in de samenleving, in scherpe tegenstelling met de rol die eigenbelang tot dan toe had, bijvoorbeeld in het werk van Hobbes.
Hobbes’ gedachte van de absolute vorst was er juist op gebaseerd dat er geen mechanisme in de samenleving aanwezig is dat er automatisch voor zorgt dat mensen die handelen uit eigenbelang elkaar niet naar het leven staan. De grote vernieuwing van Mandeville was dat hij met zijn idee van ‘unintended consequences’ aan naijver en eigenbelang een positieve draai wist te geven. Maar in het werk van alle sociale denkers na Mandeville blijft het een zaak van de politiek om een zodanige institutionele orde te garanderen dat het eigenbelang ook daadwerkelijk het algemeen belang dient. Voor Mandeville is dat een taak van de ‘wicked politician’, voor Smith een zaak van de staat.
Het enige voorbeeld mij bekend van een politiek econoom die de beeldspraak van de onzichtbare hand in de negentiende eeuw gebruikt is Thomas Chalmers in The Adaptation of External Nature to the Moral and Intellectual Constitution of Man uit 1833. Chalmers verdedigt hier de maatschappelijke orde als een goddelijke orde – ik weet niet of Jacobs in zijn verdediging van de vrije markt zo ver wil gaan. Het lijkt er helaas wel op. De voorwaarden die hij noemt, vrije toe- en uittreding, transparantie, enzovoort, zijn allemaal onderdeel van de standaard economische theorie. Het is deze standaard economische theorie die al lang geleden heeft laten zien dat de werking van de vrije markt onder deze voorwaarden niet bestaat.
Jacobs houdt blijkbaar liever vast aan de tekstboekwijsheid van Paul Samuelson, die zich in zijn beststeller Economics (1954) afvraagt hoe we ons moeten voorstellen dat goederen in New York zouden kunnen worden gedistribueerd als dat niet door de markt zou gebeuren. Een centrale planner kan het toch immers zeker niet. En dat was, voor Samuelson, voldoende bewijs voor de werking van de ‘onzichtbare hand’. Natuurlijk is overheidsingrijpen niet altijd zaligmakend, maar laten we de nadruk eens anders leggen en afstappen van de reflex om marktwerking en efficiëntie in één adem te noemen.
HARRO MAAS, Amsterdam
professor economie, UvA