Post

Post

CALVIJN
In het interview ‘Je mag best genieten’ (De Groene Amsterdammer, 23 januari) zegt prof. Selderhuis dat Calvijn gewoon zijn burgerplicht deed door de ‘crimineel’ Servet aan te geven. Had hij het daar maar bij gelaten. Guus Kuijer pluist in Het doden van een mens (2007) precies uit waarom en hoe Servet werd vermoord. Hij maakt de kachel aan met Selderhuis’ uitspraak: ‘Je moet het natuurlijk wel enigszins in zijn historische context zien’, waarmee de professor een moord natuurlijk wel enigszins vergoelijkt. Lees Het doden van een mens en huiver.
S. VAN KEMPEN, Doetinchem

CARL SCHMITT
In zijn artikel ‘Nooit meer consensus’ (De Groene Amsterdammer, 30 januari) pleit Merijn Oudenampsen voor ‘een terugkeer van de politiek’ die alleen gerealiseerd kan worden door ‘acceptatie van conflict en onenigheid en het omverwerpen van consensus’. Alleen op die manier, zo besluit hij zijn artikel, ‘kan de liberale democratie gered worden van de liberalen’. Dat laatste klinkt niet alleen tamelijk clichématig (in de trant van ‘politiek is te belangrijk om aan politici over te laten’), maar is ook gezien de strekking van zijn stuk nogal vreemd. Oudenampsen bestrijdt daarin namelijk het hele idee van liberale democratie.
Wat er volgens hem fundamenteel fout is aan de liberale democratie is dat deze is gebaseerd op de fictie van de rationaliteit. In deze schijnwereld zou de burger op rationele gronden voor een partij of politicus kiezen, waarna in de politieke arena een rationele uitwisseling van belangen plaatsvindt. Politiek gaat alleen over belangen, waardoor voor ideeën geen plek is en de politiek haar rol als ‘identificatiemechanisme’ niet kan vervullen. Los van de vraag of dit waar is – in het verleden hebben liberalen, socialisten en confessionelen niet louter belangen maar ook beginselen en ideeën verdedigd – is het op z’n zachtst gezegd merkwaardig om deze kwaal te willen bestrijden met het gedachtegoed van de Duitse staatsrechtgeleerde Carl Schmitt.
Volgens Oudenampsen is Schmitt ‘enerzijds bekend geworden door zijn affiliatie met de nazi’s, anderzijds door scherpe aanvallen op de liberale conceptie van politiek’. Door het zo te formuleren lijkt het alsof dit twee zaken zijn die weinig met elkaar te maken hebben, terwijl Schmitt eerst, tijdens de republiek van Weimar, zijn uiterste best heeft gedaan om de liberale, parlementaire democratie om zeep te helpen, waarna hij op 1 mei 1933 toetrad tot de NSDAP. Hoewel Schmitt inderdaad de vinger heeft gelegd op de zwakke plekken van de grondwet van Weimar was hij fel gekant tegen de liberale democratie an sich. Voorzover je hem democraat kunt noemen, was hij een voorstander van wat we, met dank aan Jacob Talmon, ‘totalitaire democratie’ noemen. Volgens Schmitt betekende democratie ‘het samenvallen van heersers en overheersten, regeerders en geregeerden, zij die bevelen en zij die gehoorzamen’. Terwijl de liberale democratie wordt gekenmerkt door pluralisme streeft Schmitt naar een volstrekt homogene samenleving, waarbij iedereen die afwijkt wordt bestempeld tot ‘vijand’ en buitengesloten of vernietigd dient te worden. Vandaar dat Schmitt niet alleen (een tijdje) populair was bij nationaal-socialisten, maar nog altijd ook bij veel extreem-linkse types.
Om het in schmittiaanse termen te gieten: voor de liberale democratie is Schmitt een vijand, die bestreden dient te worden. En wat betreft zijn kritiek op de vaak inderdaad te rationalistische benadering van de politiek, kan men ook terecht bij het werk van Isaiah Berlin, die juist op grond van zijn pluralistische visie op democratie stelde dat een rationele keuze vaak niet mogelijk is, zodat men een ‘radicale’ keuze moet maken.
Het probleem van Oudenampsen en veel van de door hem genoemde denkers is dat zij een nogal overspannen opvatting van politiek hebben. Terwijl politiek gaat over het functioneren van de staat en de inrichting van de samenleving zijn zij op zoek naar ‘zingeving’ en krijgt politiek bij hen het karakter van een ‘ontologie’ of zelfs religie. En als de twintigste eeuw iets heeft laten zien, is het hoe levensgevaarlijk politieke religies zijn.
ROB HARTMANS, Assendelft

CHANTAL VAN DAM
Ter geruststelling van Ali Visser (rubriek ‘Post’, De Groene Amsterdammer, 30 januari): de zin luidt: ‘Een gehaktbal at je puur, maar niet dan nadat je de Heer voor deze spijs had bedankt.’
In het citaat is het woordje ‘dan’ weggevallen.
Zo zie je maar weer hoe belangrijk een drieletterwoord kan zijn!
CHANTAL VAN DAM

KADDISJ IN LISSABON
Ook ik denk er wel eens aan mijn abonnement op te zeggen. Te weinig tijd om te lezen. Maar als ik dan in een rustiger weekend weer eens achter een stapeltje ongelezen Groenes zit, geniet ik steeds weer van de doordachte en mooie stukken. En dat gold vooral het prachtige artikel van Philo Bregstein in nummer 3. Een ontroerend pareltje! Waarvoor hartelijke dank.
MARIJKE RUITER