Post

Post

Verwende academici
Ewald Engelen (De Groene Amsterdammer, 6 februari) is in zijn artikel over het hoger onderwijs in Nederland niet zuinig met ‘gierende’ metaforen. Te lachen valt er echter niets. Engelen vindt de ‘industrialisering’ van de universiteit niet zo’n punt. In zijn artikel ‘Schop de uitvreters de tempel uit!’ opent hij juist de aanval op wat hij noemt de ‘verwende academici’ in Nederland. Een ongelooflijk staaltje van stemmingmakerij op grond van onbewezen stellingen en vage persoonlijke waarnemingen! Aan de Universiteit Leiden worden nu ongeveer tachtig volledige aanstellingen wegbezuinigd, waarvan zeventien in de faculteit der geesteswetenschappen. Allemaal uitvreters zeker? Nee, de werkelijkheid is veel wranger. Er bestaat veelal geen relatie tussen de ontslagen die vallen en de geleverde prestaties. In een tijd dat goed verdienende managers scoren met het wegbezuinigen van dure arbeidskrachten staat de kwaliteit van de geleverde arbeid onder druk. Als dat nog mag in deze postmoderne tijd zou ik als belangrijke functies van de universiteit óók willen noemen kennisoverdracht en training in methodologisch denken. Het hoger onderwijs verdient veel meer steun, als Nederland op dit niveau nog wil blijven meedoen tenminste (en dat gaat niet automatisch door in het Engels te publiceren). Nederland is ziek en De Groene, bij monde van Engelen, een beetje misselijk.
KEES SNOEK, Parijs

Houdt het dan nooit op?
Ik las met veel belangstelling het essay van Dick Pels en August Hans den Boef (De Groene, 13 februari). Terecht geven ze de even larmoyant als hysterisch opererende Joost Zwagerman een veeg uit de pan. Op veel punten kan ik meegaan in hun analyse, maar op één punt in het bijzonder wringt de schoen. Tot twee keer toe beweren ze dat ‘islam en terreur’ wel degelijk ‘iets’ met elkaar te maken hebben – ook al klagen ze Wilders aan vanwege zijn pars pro toto-retoriek. Ze prijzen Ahmed Marcouch en Ahmed Aboutaleb omdat die ‘het slachtofferschap ver voorbij zijn en niet schromen om fel te waarschuwen tegen de radikalinski’s in hun eigen gemeenschap’. Dat is mooi en dat hoort ook zo. Andere moslims krijgen een pluim omdat ze steeds minder vaak de schuldvraag ‘Wat heb ik met Mohammed Bouyeri te maken?’ van zich afschuiven. Maar hoezo ‘schuldvraag’? Er zijn maar weinig moslims, en terecht, die in die termen over de moordenaar van Theo van Gogh denken. Pels en Den Boef herhalen het later nog een keertje: ‘Islam en geweld hebben iets (niet alles!) met elkaar te maken.’ Dat is opnieuw erg ongenuanceerd en riekt naar essentialisme (en dat is een scheldwoord). Wat is dat ‘iets’ dan? Dat moeten de heren nog maar eens uitleggen.
PAUL AARTS, Amsterdam