Post

Post

Waarom wordt Ayaan Hirsi Ali niet als feministische heldin omarmt, is de vraag die politicoloog Meindert Fennema zich stelt in een correspondentie met Sjoerdje van Heerden (De Groene Amsterdammer, 13 maart). Fennema vergelijkt de bestseller van Hirsi Ali, Mijn vrijheid, met mijn boek De schaamte voorbij. Terecht: beide boeken zijn een variant op het klassieke feministische bildungsverhaal: van slachtoffer tot heldin. Fennema vindt Hirsi Ali’s boek boven het mijne uitstijgen vanwege de ‘relatieve mildheid’. Inderdaad, dertig jaar geleden (!) gaf ik de schuld voor alle ellende van vrouwen ruimschoots aan ‘de mannen’. Ik kan me voorstellen dat Fennema het prettiger vindt dat Hirsi Ali de schuld geeft aan de islam in plaats van aan Fennema en zijn seksegenoten.Als Mijn vrijheid het eerste, of het enige, boek van Hirsi Ali was geweest, zou de kans groot zijn geweest dat ook zij een identificatiefiguur zou zijn geworden. Maar we zijn niet vergeten dat er van alles aan voorafging. Halleh Ghorashi, zelf voor een islamitisch regime gevlucht, zag in Hirsi Ali aanvankelijk een geestverwant. Dat ging over toen ze kennis maakte met moslima’s die wel degelijk bezig waren met hun emancipatie en het haar opviel dat Hirsi Ali daar geen enkele interesse voor had. En het duidelijk werd dat Hirsi Ali in feite spreekbuis was geworden van het dominante anti-islamdiscours dat de migranten in Nederland vooral bedreigde met uitsluiting.Van Heerden heeft anders dan Fennema de moeite genomen ‘navraag’ te doen bij de vrouwen die Hirsi Ali beweerde te willen bevrijden: ‘onbedoeld lijkt ze te spreken namens en voor alle moslimvrouwen en haar oordeel is hard’. Hirsi Ali was mild over mannen, maar dit schreef ze in Mijn vrijheid over haar ‘zusters’: ‘Ik verwachtte geen overweldigende steun van de moslimvrouwen zelf. Mensen die alleen onderdanigheid kennen (…) hebben jammer genoeg niet het vermogen om zich te organiseren of de wil om een eigen mening te laten horen.’Dit is de arrogantie waar Ghorashi het over heeft. Er was voor Hirsi Ali maar één model mogelijk om je als vrouw vrij te vechten: afstand nemen van religie en als het nodig was ook breken met afkomst en familie. Ze negeerde schrijfsters als Nawal al-Sadawi en Fatima Mernissi, ze negeerde ook de vrouwenorganisaties. Coalities met politici van andere partijen tegen eerwraak, ook al niet interessant. Ze sloeg elke uitnodiging af om te praten met de vrouwen die in Nederland emancipatie en islam combineerden. Geleerde vrouwen op dat vlak bestonden voor haar niet. Nog steeds moslim. Dus achterlijk. De werkelijke discussie is ze dus altijd uit de weg gegaan. Wat ze wel deed was een tenenkrommend simplistisch beeld over islam en vrouwen de wereld insturen dat vooral goed aankwam bij blanke naar rechts en islamofobie neigende mannen en een enkele dito vrouw. Ik heb me, net als veel andere feministes die zich al veel langer engageren met migranten- en vluchtelingenvrouwen, suf geërgerd aan de domme gemakzucht waarmee Hirsi Ali als spreekbuis van de emancipatie van moslimvrouwen werd opgevoerd en me opgewonden over de manier waarop rechts opeens de vrouwenemancipatie kaapte. Wat niet betekende dat ook wij geschokt waren dat ze werd bedreigd, dat we meeleefden toen Theo van Gogh werd vermoord, en er ook niet achter stonden dat ze het land uitgezet zou worden. Maar dat ze een grote leegte achterlaat nu ze vertrokken is, nou nee.ANJA MEULENBELT Dit is een ingekorte versie, zie voor het hele stuk: www.groene.nl