Post

Post

Dwalende rechters
In het artikel ‘Dwalende rechters’ van Margreet Fogteloo (De Groene Amsterdammer, 3 april) wordt, zo lijkt het, met instemming mr. Van Maanen geciteerd, die opmerkt: ‘Wat begint vanuit goede intenties zie je ontaarden. (…) Het heeft iets van godsdienstwaanzin. Zij (…) hebben een heilsboodschap: de rechtsstaat redden. Ik heb associaties met andere historische zaken, zoals de Dreyfuss-affaire (…).’ Wil Van Maanen hier beweren dat Emile Zola zijn mond had moeten houden, omdat hij geen jurist was? En dat Alfred Dreyfuss maar beter op het duivelseiland had kunnen blijven zitten? Dat Zola eigenlijk een soort godsdienstwaanzinnige was, omdat hij hier zo veel energie in heeft gestoken? En dat op dezelfde manier iedereen in Nederland die geen jurist is en in actie komt, omdat hij/zij op wetenschappelijke of andere gronden vermoedt dat een ernstige rechterlijke dwaling is opgetreden, de weg kwijt is en ‘iets van godsdienstwaanzin’ heeft?
P. GROENEBOOM, Utrecht

Dwalende rechters (2)
Rechtspreken is mensenwerk, fouten kunnen optreden. Grote fouten moeten te allen tijde hersteld kunnen worden. Bij hoger beroep tracht men te voorkomen dat dezelfde personen die tot een eerder vonnis bijdroegen als rechter optreden. Dat zou ook bij een besluit tot herziening het geval moeten zijn. Daar de Hoge Raad de laatste beroepsinstantie is in de gewone rechtsgang mag een herzieningsbeslissing dus niet bij die Raad liggen. Zeker niet indien deze al eerder in dezelfde zaak heeft gevonnist. Het is ongepast om voorstellen ter remedie af te doen met: ‘We moeten daar niet een circus aan toevoegen, waarin rechters in het openbaar aan de tand worden gevoeld.’
Kritische burgers in de zaak van Lucia de Berk zouden de nuance missen. Wij vroegen in de petitie niet anders dan een herziening, in het vertrouwen dat een levenslang gestrafte dan zou worden vrijgesproken. Dat is iets anders dan om vrijspraak vragen. Hoe kan het nu genuanceerder?
Mevrouw De Noo kende Lucia niet. Zij heeft zich als arts verwonderd over medische onvolkomenheden, waarvan ze bij toeval kennisnam. Daarna heeft ze de zaak scrupuleus onderzocht. Zij kwam tot de conclusie dat Lucia op grond van fouten in de interpretatie van wat in de kliniek plaatsvond, is veroordeeld. Is het verwonderlijk dat een gevangene en degene die zich voor haar bevrijding inspant naderhand een vriendschappelijke relatie krijgen? Hetzelfde geldt voor prof. Gill, voorzitter van de mathematisch statistici in het land. Hij verwonderde zich over de statistiek die in eerste instantie in het proces een rol speelde. Een kans van één op meer dan driehonderd miljoen was volgens zijn berekening en die van zijn collega, prof. Groeneboom, in werkelijkheid een kans van één op 25! Eén op de 25 verpleegsters in Lucia’s soort werk overkomt iets dergelijks. Rechters zeggen wel dat statistiek geen rol speelde in het oordeel, maar de toelichting op het vonnis ritselt van argumenten als ‘zeer onwaarschijnlijk’ en ‘onwaarschijnlijke coïncidentie’.
Bij dit en andere processen speelt meer dan een ‘menselijke fout’. Er komt een systeemfout aan het licht. Natuurwetenschappelijk bewijsmateriaal heeft, dankzij de voortschrijdende wetenschap, steeds meer een cruciale rol in strafzaken. Argumenten tegen lekenrechtspraak keren zich nu tegen de magistraten. Rechters en strafvervolgers met een uitsluitend juridische achtergrond zijn de leken. Een multidisciplinair probleem moet met multidisciplinaire expertise worden aangepakt. Een multidisciplinair samengestelde autoriteit voor de ‘herziening’ zou een passende remedie zijn.
KEES LE PAIR