Post

Post

Thomas Vaessens
‘De mussen vallen tegenwoordig bij bosjes van het dak’, zegt Thomas Vaessens (De Groene, 13 maart). En hij vindt dat nog een verademing ook. Maar de enige interessante romans, professor, zijn juist die romans waarin mussen niet zinloos van daken vallen, die zo gecomponeerd zijn dat niets toevallig mag zijn. Tenzij je dat toeval natuurlijk met opzet toevallig laat zijn. Die uitspraak van W.F. Hermans heeft geen snars van doen met de vraag of een roman wel of niet geëngageerd is. Ik snak soms ook naar een Nederlandse roman met straatrumoer op niveau, maar ook straatrumoer moet aan de klassieke drie voorwaarden van een roman met fatsoenlijke Uiterste Houdbaarheidsdatum voldoen: er moet een eigenzinnig wereldbeeld neergezet worden, dat moet in een meeslepend strak gecomponeerde plot en dat alles moet gekleed in een heel eigen stijl. Voor minder doe ik het niet en het is helaas meer dan negen van de tien romanciers te bieden hebben. En precies daarom heeft bijvoorbeeld Over de liefde van Doeschka Meijsing gefaald en niet omdat ze in de gracht valt. Dat is flauw. In Over de liefde is alleen de stijl beslist eigen, maar de plot rammelt (wat doen die broers er bijvoorbeeld in en dat vakantiehuis in Italië?). En het wereldbeeld in de roman wordt helaas allesbehalve als onontkoombaar gepenseeld. Het spanningsveld tussen homoseksualiteit en voortplanting bijvoorbeeld uitwerken, politiek niet correct uitwerken voor mijn part, dat zou pas een ideeënroman van niveau hebben opgeleverd.
Een criticus zou veel meer de ideeën in een roman moeten bespreken, zegt Vaessens. Een waar en wijs woord, maar dan moeten die ideeën er wel in zitten, onontkoombaar. En dat bereik je alleen met een dwingende stijl in een compositie waarin geen mussen nodeloos van daken vallen. Want als mussen zinloos van daken vallen, heb je als vakman gewoon steken laten vallen.
Als u ze dit niet leert, professor, op die faculteit neerlandistiek in Amsterdam, wat leert u ze dan eigenlijk? ‘Mensen willen gewoon over de wereld schrijven’… Is dat wat u ze leert? Dat wil de Libelle ook.
MARTIN DE KONING, Amstelveen

The Reader
Met zijn recensie van Stephen Daldry’s film The Reader (De Groene, 27 maart) wekt Gawie Keyser de indruk zijn oordeel al vóór het zien van de film te hebben opgepend. Als hij schrijft dat de rol van de ‘ongrijpbare’ Hanna vertolkt wordt door de ‘open, sexy superster Kate Winslet’ is dit natuurlijk een waarheid als een koe, maar hij heeft kennelijk niet gezien dat diezelfde Winslet in deze film juist een gesloten, ouder wordende vrouw speelt. Jammer ook dat Keyser niet even uitlegt wat hij onder ‘ongrijpbaar’ verstaat, want het werkelijke karakter van Hanna en haar motieven blijven ook in de film niet alleen voor het personage van Michael, maar ook voor de kijker op zijn minst ambivalent. Dat de Oscar die Winslet voor haar rol won een ‘gotspe’ is die een ‘verloochening van het bronverhaal’ vormt, is moeilijk te rijmen met zijn eerdere stelling dat ‘de beste romanverfilmingen weinig tot niets gemeen hebben met het origineel’. Aantoonbaar onjuist is ten slotte Keysers opmerking dat van de film ‘niets meer dan een liefdesavontuur tussen Hanna en Michael’ overblijft: het grootste deel van de film speelt zich af nadat Hanna met Michael gebroken heeft. Uiteraard staat het een recensent vrij ‘het boek beter dan de film’ te vinden, maar als hij, zoals Keyser lijkt te betogen, van mening is dat de film vooral zo teleurstellend is omdat het boek zo prachtig is, waarom dan de film – en niet het boek – gerecenseerd?
ARNE MOLL, Amsterdam