Post

Post

Tariq Ramadan
Het essay van Machteld Allan over Tariq Ramadan (De Groene Amsterdammer, 24 april) vind ik niet van een niveau dat ik van De Groene gewend ben. Het essay toont volgens mij meer aan hoe aanmatigend de schrijfster zelf over Ramadan denkt. Zijn rol als bruggenbouwer heeft niets te maken met zijn religieuze teksten. Wellicht kan Machteld Allan moeilijk omgaan met het feit dat de islam heel goed in staat is om zichzelf te hervormen zonder de hulp van anderen. Bovendien kunnen moslims en Europa heel goed door één deur, zonder dat geweld wordt gedaan aan de waarden van de een of de ander.
De problemen die we nu in de samenleving hebben, worden te veel gevoed door angst, wantrouwen en slachtofferschap. Scherpslijpers als Allan zijn bang dat mensen als Ramadan de westerse cultuur willen incorporeren in de islam. Ik ben ervan overtuigd dat de Nederlandse samenleving op termijn de islam zal incorporeren. Tariq en velen met hem willen een breuk in de samenleving vermijden en ervoor zorgen dat ‘de weg van een gelijkwaardige, eerlijke dialoog en verzoening eindelijk zichtbaar wordt aan de horizon’ (citaat uit een van zijn boeken). Mensen als Allan kunnen beter de confrontatie aangaan met de vooroordelen die ze koesteren. Zij willen bewust een breuk in de samenleving veroorzaken en daarmee op termijn mensen als Ramadan, Meulenbelt en Wagtendonk monddood maken. Tariq Ramadan heeft dat als bruggenbouwer beter door dan Machteld Allan.
ANNE BIJLSTRA, Zaandam

Jeroen Brouwers (1)
In De Groene Amsterdammer van 24 april recenseert Bas van Putten Jeroen Brouwers’ vloekschrift Sisyphus’ bakens. In een lange scheldkanonnade doet Van Putten hetzelfde als wat hij Brouwers kwalijk neemt. Om zijn argumenten kracht bij te zetten maakt hij gebruik van een breed scala aan denigrerende woorden en uitdrukkingen, niet zelden in combinatie met ‘lul’. Vervolgens noemt hij Brouwers puberaal. Over gebrek aan zelfkennis gesproken. Misschien heeft hij een appeltje te schillen met Brouwers, in ieder geval mist hij volledig het punt waar het om gaat. Brouwers mag dan schelden en mopperen wat hij wil, hij heeft wel gelijk als hij zestienduizend euro een schamel bedrag vindt voor een van de meest prestigieuze literaire prijzen in ons taalgebied. Hij noemt het terecht een aalmoes. Waarom Van Putten zich hier zo over opwindt, is mij een raadsel. Waarom zouden mensen met een vrij beroep geen aanspraak mogen maken op een pensioen? Schrijvers en kunstenaars moeten volgens hem gewoon zwijgen en tevreden zijn. Het dieptepunt is misschien het laatste stuk van de bespreking. Daarin zegt Van Putten het niet op de man te spelen om vervolgens af te sluiten met: ‘Geef ’m zijn staatspensioen, Plasterk. Dan zijn we van hem af.’ Ik vraag me af waarom de lezers van De Groene belast moeten worden met een dergelijke absurdistische aanval ad hominem.
NIKLAS ANDERBERG, Gorinchem

Jeroen Brouwers (2)
Het is tranentrekkend hoe Bas van Putten zich te buiten gaat aan het opnoemen van alle slechte kwaliteiten die de ‘mensch’ Jeroen Brouwers bezit (De Groene, 24 april). Heus, Bas, alle andere schrijvers aan het literaire hemelgewelf hebben ook zo hun zwakke kanten en onhebbelijkheden. Was je wat beter op de hoogte van de moderne literatuurwetenschap, dan had je zelf kunnen concluderen dat ‘Bakvissenverdriet’ op geen enkele wijze iets toevoegt aan het literaire discours. Lees eerst eens Mandarijnen op zwavelzuur, of doe het maar niet, je zou misschien geen pennenstreek meer durven zetten.
EGBERDIEN VAN DER TORRE, Luxemburg