Post

Post

Twee opmerkingen
Over ‘Het Migrantenmuseum’ van Erdal Balci uit De Groene Amsterdammer van 24 april wil ik een opmerking maken. Het is bestemd voor de auteur: ‘Al uw stukjes over het Migrantenmuseum lees ik met genoegen. Het laatste over de grafsteen is zo ontroerend dat ik dat even moet schrijven. Heel mooi. Bedankt!’
Mijn tweede opmerking betreft het artikel van Machteld Allan over Tariq Ramadan (De Groene Amsterdammer, ook 24 april). Met belangstelling heb ik het gelezen. Ook ik had mijn twijfels over Ramadan. En het is altijd leuk om door een deskundige iets te horen beweren wat je, als leek, al vermoedde. Ik heb onmiddellijk twee briefjes geschreven. Eén aan het college van bestuur van de Erasmus Universiteit en één aan wethouder Rik Grashof. Beide zijn ze pro-T.R. Ik heb hen geattendeerd op het artikel van Machteld Allan. Niet dat ik denk dat zij zich iets van mijn tip zullen aantrekken.
TRUDI VAN BEMMELEN

Opheffer
Dat Opheffer de absoluutheid van de individuele vrijheid propageert, dat is zijn goed recht. Maar ik vind in zijn stukjes zo weinig kennis terug van gedegen tegenargumenten. Zou het kunnen liggen aan een zekere uniformiteit binnen zijn vriendenkring? Ik krijg soms de indruk dat de grenzen tussen de weldenkenden en de anderen bij hem wel erg definitief getrokken zijn. Dan krijg je sjablonen, bijvoorbeeld van religieuze mensen, die voor Opheffer comfortabel zijn, maar die de werkelijkheid waar ik in leef niet of maar zeer partieel dekken. Het is moeilijk discussiëren met iemand die zijn eigen uitgangspunten als definitieve maatstaf beschouwt. Hoe hij ze ook noemt: onbegrensde vrijheid van meningsuiting, inclusief dat een oproep tot lynchen moet kunnen als het maar een mening is, anarchisme en de bijbehorende chaos want orde is destructief (zo begreep ik hem tenminste, helemaal zeker ben ik niet), religie is altijd onzin, elkaar doodslaan kan soms best nuttig zijn, et cetera.
Het is niet alleen vermoeiend, maar ook tamelijk uitzichtloos om te trachten er tegenin te gaan. Als Opheffer bijna thatcheriaans (Thatcher was ook een soort anarchist) het bestaan of het belang van een samenleving negeert of ontkent, dan wordt het weliswaar simpel, maar dan is het eindpunt meteen gezet. Als alle goden die mensen aanhangen over één kam geschoren worden, zonder dat de moeite wordt genomen om even nader te kijken naar de vraag of er toch niet iets zinnigs tussen zou kunnen zitten, dan is het inderdaad gauw bekeken.
De neiging tot zwart-wit als begin en einde of toch minstens als het eindpunt waarnaar wij moeten streven, het uiteindelijk stilleggen van de relevantie van alles wat ik niet kan plaatsen binnen de grenzen van mijn individualiteit – het lijkt me toch een doodlopende weg. Maar misschien onderschat ik toch Opheffers nieuwsgierigheid?
FRITS FLORIN, Culemborg