Post

Post

Gijzelingen in Jemen
Ik wil even reageren op het artikel over de gijzelingen in Jemen (De Groene Amsterdammer, 22 mei). Hierin wordt de indruk gewekt dat deze acties voornamelijk plaatsvinden om de centrale overheid te dwingen met bepaalde voorzieningen over de brug te komen (scholen, wegen, water) of om een onrechtmatige handeling recht te zetten. Uit eigen ervaring weet ik dat dat niet altijd het geval is. Ik heb samen met mijn vrouw zes jaar in Jemen gewoond. In februari 2008 werd ik ontvoerd en veertig uur vastgehouden. Reden: de ontvoerders hadden een verschil van mening met een arts uit Sana’a, kregen op die manier hun zin en werden dertigduizend dollar rijker. Gestraft werden ze nooit.
Dat mijn ontvoering zo kort duurde was te danken aan verschillende omstandigheden, waarvan de belangrijkste was dat ik alle aangeboden voedsel weigerde en de ontvoerders duidelijk maakte dat hun zogenaamde gastvrijheid geen vervanging was voor de vrijheid die ze me ontnomen hadden.
In november van hetzelfde jaar werd er een poging gedaan mijn vrouw te ontvoeren. Omdat ze zich hevig verzette en er te veel getuigen waren, werd de ontvoering opgegeven. Reden: de opdrachtgever van de ontvoerders was een contract misgelopen van het project dat ik destijds leidde en dacht mij op die manier te kunnen dwingen hem alsnog het contract te verlenen.
MATHIEU BRUGMAN

De halvarine-universiteit
Het is goed dat René Boomkens en collegae de positie van de universiteit weer eens aan de orde stellen (De Groene Amsterdammer, 22 mei). Toch kreeg ik bij het lezen het gevoel dat de al wat oudere heren niet helemaal met hun tijd zijn meegegaan. Dat de universiteit een ingewikkelde verhouding heeft met het bedrijfsleven is weinig nieuws. Dit wordt in het artikel vrijwel alleen met anekdotes onderbouwd. Die ingewikkelde verhouding heeft natuurlijk te maken met het idee van ‘Nederland kennisland’. Een idee dat door de auteurs kennelijk wordt onderschreven. Nederlandse kennis wordt deels op de universiteit geproduceerd en wordt ‘ergens’ productief gemaakt in het bedrijfsleven. Vroeger hadden we daar wat padvinderachtige wetenschapswinkels voor. Tegenwoordig worden we gestimuleerd om eigen patenten te produceren en die zelf in eigen bedrijven verder te ontwikkelen.
Jammer dat de schrijvers niet verder komen dan een strikte scheiding van universiteit en bedrijf. Hoe komt die kennis dan in de economie terecht? Wat is dan de verhouding tussen een medische faculteit en de farmaceutische industrie? De medicijnen zullen daar toch echt geproduceerd moeten worden.
Misschien kan René Boomkens hierover een, door hem zo verfoeid, project beginnen met subsidie van NWO, met een looptijd van vier jaar en met input van een paar aio’s. Dan zijn we over een paar jaar wellicht verder in de discussie.
Overigens vind ik het onacademisch om critici voor PVV’ers uit te maken en te zeiken over de hoed van de minister die hem bovendien goed staat.
JOS VERBEEK, universitair hoofddocent, Universiteit van Amsterdam/Universiteit van Kuopio, Finland