Post

Post

De Arabische wetenschap en het Westen
Het artikel van Machteld Allan (De Groene, 26 juni) over de eventuele bijdrage van de islam aan de westerse Renaissance heeft mij verbaasd door de vele onjuiste beweringen. Volgens Gouguenheim, waarop Allan haar essay baseert, zou met een studie van de Duitse ex-nazi Sigrid Hunke uit 1960 de idee in de westerse historiografie hebben postgevat dat het Westen veel te danken zou hebben gehad aan de Arabische moslimcultuur, met name in de Renaissance. Gouguenheim en Allan wijzen die gedachte als onzinnig van de hand. Hunke zou als vroegere medewerkster van de wetenschappelijke afdeling van de SS Das Ahnenerbe met dit werk de ‘vernietiging van het joods-christelijke in de cultuur’ hebben nagestreefd. Dat zij de stoot zou hebben gegeven tot het geloof aan een positieve invloed van de islam op de westerse cultuur is volstrekt onjuist. Deze visie vinden wij bij westerse wetenschappers al voor de Tweede Wereldoorlog. Zie de Nederlandse arabist J.H. Kramers, de medewerker van de Cambridge Medieval History C.W. Previté-Orton en de Amerikaanse hoogleraar John L. LaMonte met zijn The World of the Middle Ages (1949). Zij stelden dat de Arabische geleerden tijdens het Abbasiden-kalifaat (750-1258) en het Ommayaden-kalifaat en hun opvolgers in Spanje met hun vertalingen van Aristoteles, Plato, Plotinus en Ptolemaeus veel invloed hebben uitgeoefend op de West-Europese wetenschap in de Twaalfde-Eeuwse Renaissance. Geraldus van Cremona vertaalde uit het Arabisch niet minder dan 81 Griekse klassieke werken, waarvan de westerse scholastiek veel gebruik heeft gemaakt.
Maar ook op de vroege Italiaanse Renaissance oefenden de door de Arabieren uit het Grieks vertaalde werken via Latijnse vertalingen veel invloed uit. Dante prees bijvoorbeeld het grote commentaar van de Arabische geleerde Ibn Rushd (Averroes 1126-1198) uit Cordoba op Aristoteles als het beste dat hij kende. Deze Griekse werken waren vaak al in de achtste en negende eeuw in Syrië in het Arabisch vertaald onder meer voor de door kalief Mansur (754-775) opgerichte Bayt al-Hikma, een grote bibliotheek, geen school, naar het voorbeeld van de niet-islamitische Sassaniden in Iran.
De kennis van het Grieks was in het Westen door de breuk tussen Rome en Byzantium geheel verloren gegaan. Petrarca en Boccaccio kenden geen Grieks en moesten Homerus in het Latijn lezen. Erasmus leerde zichzelf het Grieks om het Nieuwe Testament in de grondtaal te kunnen lezen. LaMonte verklaarde de hoge vlucht van de Arabische wetenschap nu juist uit het feit van de Arabische eenheidstaal en uit de grote tolerantie die de simpele islam had voor andersdenkenden. De moslimtheologen hoefden zich niet het hoofd te breken over de natuur van Gods Zoon of de Drie-eenheid. Zij konden zich dus met algebra, alchemie, astronomie, geografie en filosofie bezighouden. De hoge vlucht van hun cultuur kwam tot stilstand door de Mongoolse invallen halverwege de dertiende eeuw en de daaropvolgende eeuwenlange onderwerping aan de Turken met daarop nog weer sinds de negentiende eeuw het westerse kolonialisme.
DR. GJALT ZONDERGELD, Weesp