Post

Post

Kees’ t Hart
Herfst. Het nieuwe leesseizoen. Een oogst aan boeken als troost voor het einde van de zomer. Maar mijn letterkundige voorpret werd vergald door De Groene Amsterdammer van 4 september, waarin Kees ’t Hart als recensent de handdoek in de ring gooit. Dat kwam voor mij volkomen onverwacht. Sterker nog, ik had diezelfde dag nog tegen een collega hoog opgegeven van ’t Harts inspirerende en goede recensies. Kees ’t Hart verstaat als geen ander de kunst om over boeken iets zinnigs te zeggen, zelfs als hij ze duidelijk niet mooi en niet goed vindt. Geen flauwe samenvattingen of persoonlijke rancune, geen vriendjespolitiek, maar opmerkingen die echt gaan over schrijven, over verhalen. Dat frisse geluid moeten wij, lezers, dus voortaan missen.
Kan De Groene geen ultieme reddingspoging doen om Kees ’t Hart tot een comeback te bewegen?
VINCENT HUNINK, Nijmegen

Wilders en AOW
In zijn column (De Groene Amsterdammer, 11 september) stelt Mathijs Bouman dat er twee oplossingen zijn om in de toekomst voldoende personeel in de zorg te kunnen garanderen: óf langer werken, óf meer vreemdelingen. Ongetwijfeld zullen deze opties centraal staan in de komende Kamerdebatten, maar er is natuurlijk meer mogelijk.
Zoals: lastenverzwaring en bezuinigingen –
bijvoorbeeld door de hypotheekrenteaftrek af te schaffen, of door de aankoop van gevechtsvliegtuigen terug te draaien. Met het budget dat dan vrijkomt, zouden meer mensen in de zorg kunnen worden opgeleid en kan deze mensen ook een hoger salaris worden geboden, om ze voor de zorg te behouden. Of: het stimuleren van voltijdwerk boven deeltijdwerk in de zorg.
Het buiten beschouwing laten van alternatieven valt te verwachten van politici als Bos en Balkenende (om het te laten lijken alsof verhoging van de AOW-leeftijd een nobel doel dient), maar niet van economen.
J. LAROS, Amsterdam

Kunst & de wereld
Zelden open je een tijdschrift dat bijna van kaft tot kaft een journalistiek meesterwerkje mag heten. De special ‘Kunst & de wereld’ (De Groene Amsterdammer van 28 augustus) verdient die kwalificatie. Een veelkantige blik op de wereld die je als lezer weer met diepe verwondering (dus soms ook het nodige afgrijzen) vervult. Een blik die vooroordelen bekwaam ondermijnt en de zelfgenoegzame betweter in je weer aan het denken zet. Journalistiek is immers op haar best als zij actueel is en toch de waan van de dag ontsluiert en het Grote Onbekende achter de zogenaamde feiten doet gevoelen. Châpeau voor redactie en gastauteurs!
K. VINK, Amsterdam