Post

Post

Opheffer moet blijven
Opheffer is een eigenzinnig denker. Ik ben het niet altijd met hem eens. De vergelijking tussen christenen en honden die hij ooit trok, vond ik minder prettig, al moet ik zeggen dat ik mij lang niet altijd herken in geluiden uit christelijke hoek. Maar evengoed is Opheffer een prikkelende columnist in die zin dat hij prikkelt tot instemming of verweer.
Uit wat Loek Roell schrijft (De Groene Amsterdammer, 25 september) blijkt dat hij in zijn opwinding Opheffer niet nauwkeurig heeft gelezen. Opheffer roept niet op tot een regeringsmaatregel om alle islamieten het land uit te zetten. Ten eerste moet je zijn uitspraak relateren aan wat hij over Agnes Kant schrijft, een tiental regels daarboven (vrij vertaald: als je alle rijken het land uit jaagt, benadeel je de Nederlandse economie). Het is Agnes Kant die dit wil. Daarna geeft Opheffer zijn mening. Hij zou het plan toejuichen, maar om dat te kunnen doen, moet dat plan er al zijn. Hij plaatst dus geen oproep. Over zijn mening in de laatste twee zinnen zou je lang kunnen praten. Maar je moet dan wel eerst goed lezen.
Enne… moet ik nu dreigen met opzeggen als Opheffer verdwijnt?
WIM KLEISEN

Opheffer over
de Balkenende-norm
De voortreffelijke bijdrage van Opheffer (De Groene Amsterdammer, 4 september) bracht mij weer eens op de waanzin van de Balkenende-norm (die overigens niet rechtstreeks gelieerd is aan het salaris van de premier – de berekening is gecompliceerder).
In elke organisatie van enige betekenis wordt het salaris bepaald door weging van de functie op een aantal punten: opleiding, ervaring, technische en communicatieve vaardigheden, omvang, maatschappelijke betekenis, maar ook zaken als afbreukrisico voor die organisatie.
Zo bezien kan de taak van directeur van een groot en complex ziekenhuis of een enorme wooncorporatie zwaarder zijn dan die van premier. Een universitaire opleiding is voor het premierschap geen must. En voor de verschillende regeringstaken heeft hij of zij de vakministers. De gedachte dat de premier de zwaarste functie is in de publieke sector komt in feite voort uit het CEO-denken bij het bedrijfsleven. De ‘baas’ (die de premier trouwens niet is) verdient natuurlijk het meest.
Dat Diederik Samsom zich in een televisieprogramma daarover opwindt is een bevestiging van een uitspraak van W.F. Hermans: ‘Een socialist is iemand die vindt dat een ander te veel verdient.’
GERT MULDER, Culemborg

De troeven van Geert Wilders
In zijn beschouwing in De Groene van 25 september schrijft Rob Wijnberg: ‘Dat betekende dat hij, zoals het grondbeginsel van onze rechtsstaat voorschrijft, beschouwd moest worden als verdachte, niet als dader – hetgeen het recht op verlof zwaarder doet wegen.’
Eigenlijk zou Wijnberg deze redenering moeten doortrekken en pleiten voor afschaffing van het voorarrest als zodanig en pleiten voor een Angelsaksisch borgsysteem. Juridisch-filosofisch gezien is dat veel zuiverder. Of de maatschappij er baat bij heeft, is een ander verhaal.
BEAU BOSVELT, Utrecht