Post

Post

Max Weber

«Te midden van de huidige chaos in een stuurloos en verdeeld Nederland is er meer dan ooit behoefte aan inspirerend en overtuigend leiderschap, dat de richting wijst, overtuigt en (op tijd!) aan de bevolking uitlegt waarom een betreffende koers is ingeslagen», aldus Patrick Dassen in Verbaasd? Terug naar Max Weber (in De Groene Amsterdammer van 10 juni).

Kommer en kwel dus. Wat staat ons – burgers en politici – nu te doen? Afgaand op de herkomst van het begrip «charisma» lijkt er weinig over te blijven dan te hopen op en te bidden voor charisma. Het gaat immers om een genadegave of goddelijke gave van de leider, waaraan de volgelingen zich «heel persoonlijk overgeven». Ik zie het ook niet direct voor me, met Balkenende, Zalm, Schröder, Blair of Chirac. Of doen we de huidige garde leiders te kort – en daarmee onszelf? Wilders? Marijnissen? Peter R. de Vries? Hirsi Ali? De premier van Malta, Ierland of Litouwen? Afhankelijk van politieke voorkeur of nationaliteit ben je misschien geneigd iemand van hen als charismatisch leider te beschouwen.

Max Weber maakt duidelijk dat het een charismatisch leider niet gaat om het licht van de schijnwerpers, bij Barend & Van Dorp of elders. «Hij zelf echter leeft voor zijn zaak en ‹wijdt zich aan zijn werk›, indien hij meer is dan een bekrompen en ijdele eendagsparvenu.» De charismatisch leider is geen showfiguur, geen handige jongen, geen lekker wijf. Of liever: misschien is hij of zij dat óók, maar vooral is het iemand die zijn stinkende best doet, en in het werk gelooft, terwijl anderen hem of haar (nog) voor gek verklaren.

Nu zullen genoemde leiders allemaal harde werkers zijn – en nog heel wat dingen meer, anders waren ze vast niet op hun huidige posten gekomen. Charismatisch worden ze volgens mij pas wanneer ze geloven in hun eigen werk en de manier waarop ze dat doen. Mogen we het woord «authenticiteit» gebruiken?

De burgers geloofden niet in een folderende Van Aartsen of Balkenende, want het was overduidelijk dat beide heren, en vele andere folderaars, er zelf geen goede afloop meer van verwachtten en er bovendien van baalden dat zij het moesten doen. Ik voel wel wat voor Zalm, die zei dat het folderen hem niet zo lag. Hij liep liever het risico voor arrogant versleten te worden dan als een boer met kiespijn te folderen voor een verloren zaak.

Ook voor politici moet gelden: volg vooral je eigen stijl, het is namelijk het enige wat je geloofwaardig kunt doen. Wie zich erdoor aangesproken voelt, volgt heus wel.

Een pluim dus voor minister Donner. Consequent staat hij voor de rechtsstaat, ook wanneer een deel van de samenleving en de politiek schreeuwt om snelle aanpassingen in een tbs-stelsel «dat verantwoordelijk is voor moord». De inhoud van zijn boodschap klopt ook met zijn presentatie. Je hoeft het niet met Donner eens te zijn, maar het is moeilijk om hem voor «onecht» uit te maken. Er zijn in Nederland en Europa toch wel meer van dergelijke «echte» leiders? Wordt het geen tijd dat we als burgers aan hen onze steun betuigen en het charismatisch leiderschap een kans geven?

MICHIEL BORGMAN, Eersel

Autoverkopers en ivf

In het interview met de hoogleraar gynaecologie Fauser (in De Groene Amsterdammer van 20 mei) neemt deze een kritische positie in over de kinderwens bij oudere vrouwen, de rol van in-vitrofertilisatie (reageerbuisbevruchting) en de functie van ivf-centra in het buitenland. Vanwege het vermeende commerciële aspect van vruchtbaarheidsbehandeling buiten Nederland wordt een verge lijking gemaakt met autover kopers. Als gynaecoloog in het IVF Centrum Düsseldorf voel ik mij aangesproken en onheus bejegend.

Vrijwel alle vrijgevestigde centra in Duitsland behandelen voor 85 procent ziekenfonds patiënten. In Nederland is het aantal ivf-behandelingen per hoofd van de bevolking hoger dan in Duitsland. Een «marktsituatie» bestaat in Nederland niet, omdat alle laboratoria en behandel centra aangewezen zijn en het aantal gefixeerd is. Door patiëntenselectie bestaat de mogelijkheid voor de behandelcentra zich van elkaar te kunnen onderscheiden, met als gevolg dat kansarme patiënten naar het buitenland moeten uitwijken.

Als een autoverkoper zijn product aanbiedt, is een uit gebreide kwaliteitscontrole vereist: isocertificatie, accreditatie, enzovoort. Helaas bestaat voor het product embryo nog geen verplichte externe kwaliteitscontrole. Pas in 2006 worden er Europese richtlijnen van kracht.

Nog een ander aspect uit het interview met Fauser dient genuanceerd te worden. Het is dui delijk dat oudere vrouwen minder kans hebben om zwanger te worden en te blijven. Het is echter niet houdbaar het probleem van kinderloosheid naar de vrouw terug te spelen met de mede deling dat de keuze om op latere leeftijd zwanger te worden door de vrouw c.q. het paar zelf is ge nomen.

De maatschappelijke ontwikkelingen na de jaren vijftig (babyboom, seksuele revolutie, anticonceptiepil, vrouwenemancipatie, gebrek aan kinderopvang, werkloosheid en angst voor overbevolking) hebben tot een dramatische verandering van de gezinsplanning geleid. De resultaten zien we nu. Eerst carrière maken, dan pas kinderen. Dat is een maatschappelijk probleem.

Zowel in Nederland als in Duitsland ziet de overheid een kinderwensbehandeling primair als een privé-zaak. Zo wordt de eerste ivf-poging in Nederland door de patiënt zelf betaald. De tendens bestaat om de patiënt steeds meer zelf voor de kosten te laten opdraaien. Dat lijkt realistisch. Maar voor de toekomst zijn kinderen een noodzaak. In de huidige verzorgingsstaat kunnen paren met een gering inkomen zich geen behandeling meer permitteren. Asociaal.

DR. M.C.W. SCHOLTES,

IVF Centrum Düsseldorf

Opmaak

Af en toe kom ik in uw gewaardeerde blad een kritisch commentaar van een lezer tegen over de nieuwe vormgeving. Ik wil u graag laten weten dat ik daar geheel anders over denk.

Ik vind de nieuwe vormgeving aangenaam, prettig luchtig zonder dat de sfeer van een serieus te nemen blad wordt aangetast. De korte wetenswaardigheden in de kantlijn van de boekenbijlage Dichters & Denkers ondersteunen dit op veelal amusante wijze, vaak in de sfeer van nutteloze kennis die het leven kan veraangenamen. Het zijn in elk geval de eerste teksten die ik in dit deel lees en die ik nooit oversla (behalve het wonder van de week).

BERT AANSTOOT, Utrecht

Opmaak (2)

In tegenstelling tot mijn voormalige docent Doorman, ben ik (nog?) niet mordicus tegen de olijke stukjes in de kantlijn. Sterker, zij doen mij langer dralen over de recensiesectie, die ik steeds vaker tot mij neem.

DANIËL MEIJERS, Maastricht

Mededeling

Opheffer heeft deze week voor één keer verstek moeten laten gaan.

Wij bieden u daarvoor onze excuses aan.

REDACTIE