Post

Meritocratische elites

Casper Thomas bespreekt (in De Groene Amsterdammer van 25 oktober) een boek van Christopher Hayes, The Twilight of the Elites. De nieuwe bevoorrechte toplaag zou haar positie niet te danken hebben aan afkomst, maar aan talent, opleiding en hard werken. Volgens Hayes – en Thomas is het met hem eens – wisten deze (voormalige) meritocraten hun macht te consolideren en hebben hun kinderen meer kans op de vette banen. Dat samenlevingen als de Amerikaanse of de Nederlandse een meritocratie zijn of recentelijk waren, is een populair denkbeeld, maar het is niet te staven met de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Dat talent en opleiding in bepaalde opzichten een belangrijke rol spelen, betekent nog niet dat zij de doorslag geven bij de verdeling van macht en voorrechten in de samenleving.

Met name in de VS is op dit gebied veel onderzoek gedaan. Ik verwijs naar het werk van G. William Domhoff (hoogleraar aan University of California). In zijn boeken, vooral Who Rules America?, toont hij op basis van empirisch onderzoek en statistische feiten aan dat er ook nu nog in de VS sprake is van een ruling class. In de hoogste regionen van de Amerikaanse samenleving is wel degelijk sprake van buitensporige macht en bevoorrechting op basis van afkomst. Er zijn voldoende aanwijzingen dat in Nederland de situatie niet wezenlijk anders is; zie mijn boek Waarom de mensen balen van de politiek. We raken hier aan een levensgroot taboe. Politiek en media gaan dit onderwerp stelselmatig uit de weg.

Daan Brouwer, Amsterdam

Koffie

Patrick van IJzendoorn wijst (in De Groene Amsterdammer van 1 november) – terecht naar mijn mening – op de uitbreidende macht van de grote koffieketens. Kleine opmerking: met overspel (adultery) hebben de problemen niks te maken, wel met vervalsing (adulteration): in 1718 werd een wet aangenomen die het vermengen van koffie met andere stoffen verbood.

Mark Daelmans

Rectificatie

Door een technisch probleem is vorige week per abuis niet de definitieve versie van Paul Kalma’s essay Het ontzielde midden afgedrukt. We plaatsen het laatste gedeelte van het essay hier alsnog, met onze verontschuldigingen. Overigens staat op onze website wél de correcte versie.

Dat de onderhandelaars die een kabinet van vvd en pvda hebben voorbereid zich ook zelf superieur voelen, geloof ik niet. Maar het voorgestelde regeringsprogramma staat wel in het teken van het gangbare, liberale hervormingsdenken. Ingrepen ‘in de zorg, op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt’ laten Nederland ‘sterker uit de crisis komen’. Alsof je met hogere huren en premies de recessie bestrijdt. Concrete plannen om economie en werkgelegenheid te stimuleren bevat het programma niet. En zelfs eerste aanzetten voor minder sociale ongelijkheid, inperking van het aandeelhouders-kapitalisme en een rechtvaardiger belastingstelsel ontbreken. Zo’n programma zou een zelfbewuste sociaal-democratische partij eigenlijk niet moeten accepteren.

Dat wil niet zeggen dat sociale accenten ontbreken. De zorgverzekeringspremie wordt inkomensafhankelijk; een quotum voor arbeidsgehandicapten ingevoerd; topinkomens in de semi-publieke sector verlaagd. Maar daar staat heel veel tegenover. Van minder WW en minder ontslagbescherming tot een versnelde verhoging van de aow-leeftijd – en dat in een tijd van hoge werkloosheid. Er wordt een ‘sociaal’ leenstelsel ingevoerd, zonder de voorwaarde die de pvda daar altijd aan verbond: dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs op geen enkele manier beperkt mag worden. Het arme deel van de wereld wordt aangeslagen voor onze schulden. En de zware schade aan de cultuurbegroting wordt niet gerepareerd.

Het grootste gebrek van het conceptprogramma (en beslissend voor de richting van het beleid) is het ongeremde bezuinigings­streven. Er gaat, hoe eerlijk eventueel ook verdeeld, voor ruim vijftien miljard euro gekort worden. Dat is onnodig en economisch schadelijk, zoals de hiervoor genoemde critici betogen. Voor Nederland, maar ook voor Europa – waar juist de noordelijke landen de economie zouden moeten stimuleren. Maar het beleid gaat, zonder nadere argumentatie of het begin van debat, op de ingeslagen weg voort. De pvda, die tijdens de campagne de fixatie op het begrotingstekort hekelde, heeft zich zo weer het ontzielde midden binnen laten zuigen. In de beslotenheid van het formatieoverleg ging dat kennelijk des te gemakkelijker.

Het pvda-congres van komende zaterdag heeft alles bij elkaar weinig te kiezen. Frontaal verzet tegen de nieuwe coalitie valt dan ook niet te verwachten. Een strohalm vormt de passage in het regeerakkoord waarin overleg met werkgevers en werknemers over de versoepeling van het ontslagrecht, de inperking van de WW en dergelijke in het vooruitzicht wordt gesteld. Dat biedt, zeker in het geval van oplopend maatschappelijk verzet tegen deze maatregelen, de kans op bijstelling van het regeerakkoord – en op concrete invulling van algemeenheden over ‘een betere balans’ tussen vast en flexibel werk. En het geeft de pvda-fractie enige ruimte voor een dualistische opstelling.

Meer vreugde valt er aan het regeringsprogramma helaas niet te beleven. Maar in de landelijke pers zal deze week wel weer luid de lof gezongen worden van de moed om te hervormen en om verregaand te bezuinigen. ‘Voortvarend begin’, schreef de Volkskrant op 27 oktober al. ‘Conformisme in crisistijd’ lijkt me een betere omschrijving. En als het om de verregaande depolitisering gaat die spreekt uit een hypersnelle, cleane formatie in een tijd van grote sociaal-economische problemen: ‘Spelen met vuur’.