Post

Post

New Orleans

Een goedbedoeld maar enigszins krom stuk van Aart Brouwer (in De Groene Amsterdammer van 9 september). Hij maakt zich in De dominofactor kwaad, maar waar over precies?

Eerst toont Brouwer ons New Orleans als toevluchtsoord waar zwarten met een tweederde meerderheid werkelijk op voet van gelijkwaardigheid met blanken konden leven. Fats Domino kon «nergens zo lekker eten». Kortom, een fijne plek waar je ondanks een orkaan en een overstroming graag wilde achter blijven. Alle beschouwingen over racisme, armoede, wapenbezit en dergelijke ten spijt die er bij Brouwer klaarblijkelijk minder toe doen. Tegenover deze zwarte culturele vrijplaats zet hij het «risico dat heel Amerika zijn (racistische) projecties van een zwart Sodom en Gomorra op de stad heeft losgelaten» nu er sprake is van berichten van geweld en verkrachting waarvan voor een deel het waarheidsgehalte nog moet worden aangetoond. So far, so good. Vervolgens scheert Brouwer «crypto-communistische filmsterren, klimaatgoeroes, herboren christenen en Scientology-dominees», gemakzuchtig over één kam die «over de ruggen van de slachtoffers hun boodschap verkondigen». Al even «weerzinwekkend» vindt hij, merkwaardig genoeg, buitenlandse commentatoren die openlijk twijfelen aan het beschavingsgehalte van de VS.

Toch blijft de vraag hoe het komt dat, ondanks die «voet van gelijkwaardigheid» tussen eenderde blank en tweederde zwart, praktisch honderd procent van de achterblijvers in de grote verzamelplaatsen als het stadion en het conventiecentrum zwart was. En ook waarom na vijf dagen deze mensenmassa nog steeds zonder enige vorm van hulp móest wegrotten.

Bush leidt nu zijn eigen onderzoek naar het falen van reddingsoperaties. CNN roept openlijk op de «blame-game» te stoppen. Het grote afdekken is dus begonnen.

Aan Brouwer mede de taak dit (op een heldere manier) te voorkomen. Enige twijfel aan het beschavingsniveau en de aard van de Amerikaanse samenleving is daarbij zeker toegestaan.

F. VAN HARTINGSVELDT, Amsterdam

Opheffer

Een tijdje geleden beschouwde ik Opheffer als een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Ik las zijn columns met plezier en af en toe enthousiast voor aan een paar vrienden. Nu niet meer.

Opheffer lijdt duidelijk aan het verlies van zijn vriend Theo van Gogh, nog steeds, dat is begrijpelijk. Van Gogh beschouw ik als een van de vele slachtoffers van zinloos geweld. Iemand waar je af en toe aan terugdenkt als je met je voet op een stoeptegel van de Stichting Zinloos Geweld staat. De dader is gepakt. De rechter heeft een uitspraak gedaan. Het is voorbij.

Iedere week scan ik vluchtig de column op de naam Theo van Gogh; en negen van de tien keer besluit ik dat Opheffer een aan monomanie lijdende columnist is. Ik skip dus zijn column, bij voorbaat verzadigd.

Theodor, kijk alsjeblieft eens om je heen. Schrijf weer eens wat over de dingen die je niet ziet, dan zal ik jouw columns weer af en toe aan mijn vrienden voorlezen.

MOUNIR EL KHATTABI,

Amsterdam