Post

Post

Wiesenthal

De bijdrage van René Zwaap over Simon Wiesenthal («De samenzwering», in De Groene Amsterdammer van 23 september) eindigt met een citaat uit een interview. Bij citaten dient altijd nauwkeurigheid betracht te worden. Anders wordt het al gauw een parafrase. De oorspronkelijke tekst van het «citaat» luidt:

«Als de dag komt dat wij rekenschap afleggen voor onze daden, zullen de miljoenen vermoorden in de nazi-holocaust willen weten wat wij gedaan hebben. Sommigen zullen zeggen, wij waren kooplieden. Anderen zullen de gebouwen beschrijven die zij gebouwd hebben. Ik zal het voorrecht hebben te kunnen zeggen: ‹Ik heb jullie nooit vergeten›.»

Dit klinkt ook heel wat geloofwaardiger (uit de mond van Siemon Wiesenthal) dan «bier verkopen» en «sigaretten smokkelen».

DRS. J.S. HORNEMAN, Amsterdam

Opheffer

In De Groene Amsterdammer van 23 september staat een brief van Mounir el Khattabi over Opheffer. Eerste impuls was om gaten te schieten in de redenering van de heer El Khattabi. Maar dan zou ik opereren vanuit het concept Stichting Zinloze Argumentatie. Veel beter om mijn energie te gebruiken om Opheffer aan te moedigen om zijn gevoelige, treurige, rechtvaardige, woedende en actuele gedachten met ons te blijven delen. Het is immers niet voorbij, was dat maar waar.

MARGRIET KRIJGSMAN, Den Haag

Bali, London en, en, en…

Jonge mensen met een rugzak vol zelfgemaakte bommen, het recept daarvan vaak blijkbaar via internet verkregen, doden in eerste instantie zichzelf en daarna anderen. De media noemen dit gemakshalve vaak terrorisme. Vroeger waren dat soort jeugdigen vaak «gewone» zelfmoordenaars die een dramatisch briefje achterlaten. Nu laten ze een boodschap achter die volgens mij geheel verkeerd wordt geïnterpreteerd en misschien zelfs bewust wordt misbruikt om terreurbestrijding op de agenda te zetten in plaats van de oorzaken te zoeken die jonge mensen tot een dergelijke wanhoopsdaad hebben gedreven. Het briefje dat ze in Bali hebben achtergelaten, werd tot op heden door bijna geen medium bekendgemaakt, zelfs niet op een onbeduidende pagina.

H.J. REDCZUS, Amsterdam