Post

Post

Nationale identiteit

In zijn essay Op doorreis naar het vaderland (in De Groene Amsterdammer van 7 oktober) uit Bart Rijs een aantal bezwaren tegen het begrip nationale identiteit. Ik kan mij de afwijzing van het begrip nationale identiteit indenken. Er is niet één groep met één waardenstelsel, er zijn verschillende groepen met onderscheiden waardenstelsels. Het probleem ligt natuurlijk in het woord identiteit. Identiteit is als begrip niet geschikt om een natie te beschrijven. Maar al sinds de jaren vijftig bestaat er een alternatief. De Amerikaanse socioloog K.W. Deutsch heeft een functionele bepaling van de nationaliteit beschreven in zijn artikel Nationalism and Social Communication: An Enquiry into the Foundations of Nationality uit 1953. Hierin definieert hij de natie als een groep mensen die een hoge mate van integratie vertonen door hun sociale communicatie. De Nederlandse natie heeft vanwege de grote onderlinge verschillen tussen de waardenstelsels een intensieve en hoogwaardige vorm van sociale communicatie nodig om te kunnen voortbestaan. Een deel van de nieuwkomers brengt het niet op deze vorm van communicatie toe te passen vanwege een begrijpelijke weerzin tegen de inbreuken die in het dagelijks leven op hun waardenstelsels plaatsvinden. Deze groep heeft zich van de samenleving afgekeerd en vormt een eigen natie.

Rijs gebruikt het voorbeeld van de Creool om zijn bedenkingen tegen het begrip nationale identiteit gestalte te geven. Maar de Creool kan wel de sociale communicatie opbrengen die noodzakelijk is. Tegelijkertijd toont het voorbeeld aan dat de Nederlandse samenleving geen onmogelijke eisen aan de nieuwkomers stelt. Zij hebben zich deze vorm hier eigen gemaakt, eigen moeten maken.

Het is ook waar dat de Nederlandse samenleving de meest intensieve en hoogste vorm van communicatie vereist, omdat hier de tegenstellingen in de waardenstelsels van de groepen onderling sterker uiteenlopen dan elders. Dit fenomeen heeft zich gedurende de hele vaderlandse geschiedenis voorgedaan, zozeer zelfs dat het buitenland ons land in de zeventiende eeuw beschouwde als een «failed state». In de negentiende eeuw heeft het buitenland wat dit betreft echter het Nederlandse voorbeeld gevolgd door de sociale communicatie te intensiveren en op een hoger niveau te brengen.

Een voorbeeld om een achter gestelde bevolkingsgroep deel te laten nemen aan de sociale communicatie is de emancipatie van de joden in de negentiende eeuw. Om dit mogelijk te maken hebben koning Willem I en de joden harde onderhandelingen gevoerd. Daarbij hebben de joden een deel van hun identiteit moeten opgeven; de joodse dagbladen mochten niet meer in het Jiddisch gepubliceerd worden. De vruchten van de emancipatie waren voor de joden echter zo belangrijk dat de opperrabbijn kon instemmen met het resultaat. Zo’n happy end ligt nu helaas minder voor de hand: de imams begrijpen onze samenleving niet en verbieden de gelovigen om sociaal te communiceren met groepen met een ander waardenstelsel. De niet-belijdende moslims tonen ook geen initiatief om sociaal te communiceren.

C.J.C. OOSTHOUT, Nijmegen

Rectificatie

Op het omslag van De Groene Amsterdammer (21 oktober) stond Orhan Pamuk aangekondigd

als Ohran Pamuk. Blindheid? Laksheid? Hoe dan ook, een

oliedomme fout. Onze excuses.

REDACTIE